Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   WAO
x
LJN:
x
AT6768
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 31-05-2005
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Intrekking WAO-uitkering. Is betrokkene geschikt voor de geduide functies? Er is geen relevant verlies aan verdiencapaciteit.
 
 
 

 

 
Uitspraak 03/3084 WAO




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

[appellante], wonende te [woonplaats], appellante,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 13 mei 2003, nummer 02/1194 WAO K1, waarnaar hierbij wordt verwezen.

Het geding is behandeld ter zitting van de Raad op 19 april 2005, waar appellante, zoals tevoren was bericht, niet is verschenen en waar namens gedaagde is verschenen J.G.M. Huijs, werkzaam bij het Uwv.




II. MOTIVERING


Bij besluit van 3 juni 2002 heeft gedaagde de uitkering van appellante in gevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) met ingang van 4 augustus 2002 ingetrokken, aangezien appellante naar het oordeel van gedaagde op die datum minder dan 15% arbeidsongeschikt is.

Bij besluit van 1 oktober 2002: verder: het bestreden besluit, heeft gedaagde het bezwaar van appellante tegen het besluit van 3 juni 2002 ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. In de aangevallen uitspraak is overwogen dat de medische beperkingen van appellante gelet op de rapportage van de bezwaarverzekeringsarts P. Tjen en het rapport van de door de primaire verzekeringsarts B.G.M. Simons ingeschakelde orthopedisch chirurg dr. J.B.A. van Mourik niet zijn onderschat. Appellante, die in het verleden baliemedewerkster was, is vanwege een voettrauma aangewezen op in hoofdzaak zittend werk. De functies schadecorrespondente, winkelbediende (= telefoniste orderacceptatie) en telefoniste zijn, gelet op appellantes medische beperkingen, voor haar geschikt te achten. Het met die functies te verdienen inkomen levert geen voor de WAO relevant verlies aan verdiencapaciteit op.

Appellante heeft in hoger beroep aangevoerd dat het onderzoek van de primaire verzekeringsarts, van de orthopedisch chirurg dr. Van Mourik en van de bezwaarverzekeringsarts onzorgvuldig is geweest en dat haar beperkingen zijn onderschat.

Die stelling is echter niet met medische gegevens onderbouwd. Voorts heeft de Raad in de rapportages van genoemde artsen geen aanknopingspunten kunnen vinden die op onzorgvuldig onderzoek zouden kunnen duiden. De gang van zaken bij het onderzoek van de verzekeringsarts Simons, die zelf onderzoek deed, inlichtingen heeft ingewonnen bij de huisarts en vervolgens een expertise heeft laten doen door de orthopedisch chirurg dr. Van Mourik, wijst er bepaald niet op dat appellante "zo maar" is afgeschat.

In deze zaak is bij de selectie van functies gebruik gemaakt van het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem, het CBBS. In aanmerking genomen hetgeen uit het in bezwaar geproduceerde dossier blijkt met betrekking tot de beperkingen van appellante en de inhoud van de voor haar geselecteerde functies en mede in aanmerking genomen de inhoud van gedaagdes brief van 31 januari 2005, is de Raad van oordeel dat de onderhavige schatting een nog als toereikend aan te merken niveau van transparantie, verifieerbaarheid en toetsbaarheid bezit.

In verband hiermee overweegt de Raad dat de zogeheten Sbc-code 317010 de benaming "winkelbediende, verkoper" heeft maar dat uit de stukken waarop het primair besluit is gebaseerd, duidelijk blijkt dat onder deze code drie functies zijn geselecteerd waarin het gaat om telefonische verkoop. Ook de door appellante in haar brief van 29 maart 2005 genoemde "verkoopmedewerker bakkerij (winkel)" blijkt een "Bell-Sell-medewerkster" bij een industriŽle broodbakkerij te zijn die, achter een computer zittend, telefonisch bestellingen opneemt en verwerkt en daarbij in hoofdzaak zittend werk doet.

De Raad komt daarom tot de conclusie dat het bestreden besluit terecht door de rechtbank in stand is gelaten.

Daarom komt de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gegeven door mr. K.J.S. Spaas als voorzitter en mr. J.W. Schuttel en mr. F.J.L. Pennings als leden, in tegenwoordigheid van drs. T.R.H. van Roekel als griffier en uitgesproken in het openbaar op 31 mei 2005.

(get.) K.J.S. Spaas.

(get.) T.R.H. van Roekel.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. WAO | WAO | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x