Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   WAO
x
LJN:
x
AU1995
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 12-08-2005
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Heeft het UWV terecht geweigerd de toegekende WAO-uitkering te herzien naar een hogere mate van arbeidsongeschiktheid in verband met toegenomen beperkingen?
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 03/1273 WAO




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

[appellant], wonende te [woonplaats] (Griekenland), appellant,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Met ingang van 1 januari 2002 is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt in dit geding de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv). In deze uitspraak wordt onder gedaagde mede verstaan het Lisv, dan wel de rechtsvoorganger, zijnde in dit geval het bestuur van de Bedrijfsvereniging voor het Vervoer.

Appellant heeft op daartoe bij aanvullend beroepschrift aangevoerde gronden hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 12 februari 2003, nr. WAO 00/282, waarnaar hierbij wordt verwezen.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

Bij brieven van 17 juni en 30 juni 2005 zijn namens appellant nog enkele stukken aan de Raad gezonden.
Het geding is behandeld ter zitting van de Raad op 1 juli 2005, waar appellant -met kennisgeving- niet is verschenen en waar gedaagde zich heeft doen vertegenwoordigen door mr. N. Strikwerda, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.




II. MOTIVERING


Appellant is werkzaam geweest als internationaal vrachtwagenchauffeur. Op 5 augustus 1993 heeft appellant deze werkzaamheden gestaakt wegens hartklachten. Gedaagde heeft vervolgens bij besluit van 5 december 1995 met ingang van 4 augustus 1994 een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) aan appellant toegekend, gebaseerd op een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. Blijkens de aan dit besluit ten grondslag liggende stukken golden voor appellant vanaf 4 augustus 1994 beperkingen in verband met een status na een myocardinfarct in augustus 1993 en een status na een coronaire bypassoperatie in oktober 1993. Appellant werd rekening houdend met deze beperkingen geschikt geacht om te hervatten in duurzaam loonvormende arbeid. Het door appellant tegen deze beslissing ingestelde beroep is door de rechtbank bij uitspraak van 18 september 1998 ongegrond verklaard, welke uitspraak door de Raad is bevestigd bij uitspraak van 23 december 2002.

Namens appellant is in oktober 1998, onder verwijzing naar medische gegevens vanuit Griekenland, aan gedaagde verzocht appellant in Nederland te onderzoeken, omdat sprake zou zijn van een toename van de cardiale beperkingen van appellant vanaf juni 1997. Appellant is vervolgens in januari 1999 in Nederland onderzocht door de cardioloog dr. A. Vermeulen en de verzekeringsarts J. van Oort. De verzekeringsarts heeft op grond van eigen onderzoek en de bevindingen van de cardioloog geconcludeerd dat sprake is van toegenomen beperkingen vanaf juni 1997. Hierop is een arbeidskundige beoordeling gevolgd, volgens welke er met inachtneming van die beperkingen sprake is van geschiktheid tot het verrichten van een aantal functies, leidend tot een mate van arbeidsongeschiktheid van ongeveer 21%.

Bij besluit van 12 mei 1999 heeft gedaagde geweigerd de aan appellant toegekende WAO-uitkering, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%, te herzien naar een hogere mate van arbeidsongeschiktheid. Namens appellant is in de bezwaarfase nadere medische informatie overgelegd. Gedaagdes bezwaarverzekeringsarts heeft na kennisneming van deze gegevens geen aanleiding gevonden meer beperkingen aan te nemen. De bezwaararbeidsdeskundige heeft daarop het verlies aan verdiencapaciteit van appellant nader berekend op 15,4%. Op grond van deze adviezen heeft gedaagde bij besluit van 24 januari 2000 (hierna: het bestreden besluit) het bezwaar van appellant ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft aanleiding gevonden appellant te laten onderzoeken door de cardioloogprof. dr. A.C. van Rossum, die in zijn rapportage van 11 april 2001 tot de slotsom is gekomen dat vanaf 1997 sprake is van een redelijk stabiele situatie van de angina pectoris van appellant. De deskundige kan zich verenigen met de door de verzekeringsarts vastgestelde belastbaarheid van appellant en acht appellant in staat de hem voorgehouden functies in een volledige dagtaak te verrichten. Vervolgens heeft de rechtbank het beroep van appellant ongegrond verklaard, overwegende dat er geen aanleiding bestaat de conclusie van voornoemde deskundige niet te volgen.

In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij voor 67% arbeidsongeschikt wordt geacht in Griekenland.

De Raad stelt voorop dat in deze procedure geen acht kan worden geslagen op de namens appellant bij brieven van 17 juni 2005, ingekomen ter griffie van de Raad op 21 juni 2005, en 30 juni 2005 toegezonden stukken, nu die stukken niet zijn ingezonden binnen de termijn bedoeld in artikel 8:58 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De Raad dient in deze procedure te beoordelen of gedaagde terecht heeft geweigerd de aan appellant toegekende WAO-uitkering te herzien naar een hogere mate van arbeidsongeschiktheid, in verband met toegenomen beperkingen vanaf juni 1997.

Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat deze vraag bevestigend moet worden beantwoord. Gelet op de rapportages van de cardiologen Vermeulen en Van Rossum bestaan er naar het oordeel van de Raad geen aanwijzingen voor de conclusie dat gedaagde de belastbaarheid van appellant vanaf juni 1997 heeft overschat. Gedaagdes verzekeringsarts heeft de voor appellant geldende beperkingen gebaseerd op de bevindingen van cardioloog Vermeulen en de cardioloog Van Rossum heeft desgevraagd aangegeven dat hij zich kan verenigen met de voor appellant vastgestelde belastbaarheid. Voorts acht de deskundige Van Rossum appellant in staat de hem voorgehouden functies in een volledige dagtaak te vervullen. De Raad is derhalve van oordeel dat het bestreden besluit berust op een juiste en zorgvuldige medische grondslag. Verder heeft gedaagde de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant, uitgaande van de nader vastgestelde resterende verdiencapaciteit en het in de eerdere procedure niet bestreden - inmiddels geïndexeerde - maatmaninkomen, op goede gronden vastgesteld in de arbeidsongeschiktheidsklasse van 15 tot 25%.

Het feit dat appellant in Griekenland, kennelijk vanaf 2001, voor 67% arbeidsongeschikt wordt geacht vermag de Raad niet tot een ander oordeel te brengen. Allereerst is onduidelijk gebleven op grond van welke medische of andere gegevens en aan de hand van welke criteria dit percentage is vastgesteld. Voorts wijst de Raad erop dat voor de aanspraak op een Nederlandse WAO-uitkering bepalend is of op grond van de in die wet gehanteerde systematiek sprake is van een relevante mate van arbeidsongeschiktheid. Daarbij is van doorslaggevend belang of sprake is van een verlies aan verdiencapaciteit, als gevolg van ziekte of gebrek, bij het verrichten van werk op de Nederlandse arbeidsmarkt.

Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep niet kan slagen en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb. Beslist wordt mitsdien als volgt.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gegeven door mr. T.L. de Vries in tegenwoordigheid van C.D.A. Bos als griffier en uitgesproken in het openbaar op 12 augustus 2005.

(get.) T.L. de Vries.

(get.) C.D.A. Bos.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. WAO | WAO | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x