Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   WAO
x
LJN:
x
AU5129
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 21-10-2005
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: WAO-schatting. Is betrokkene terecht en op goede gronden geschikt geacht de geselecteerde functies te verrichten gedurende 30 uur per week.
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 03/5840 WAO




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Met ingang van 1 januari 2002 is de Wet structuur uitvoeringorganisatie werk en inkomen in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt in dit geding de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv). In deze uitspraak wordt onder gedaagde tevens verstaan het Lisv.

Bij besluit van 19 maart 2002 heeft gedaagde appellants uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80-100% per 9 mei 2002 herzien en nader vastgesteld naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 45-55%.

Bij besluit van 2 september 2002 heeft gedaagde ongegrond verklaard het bezwaar van appellant gericht tegen het besluit van 19 maart 2002.

Bij besluit van 5 mei 2003 (hierna: het bestreden besluit) heeft gedaagde een nieuwe beslissing op bezwaar genomen inhoudende dat appellants mate van arbeidsongeschiktheid per 9 mei 2002 wordt herzien en nader vastgesteld naar 65-80% in de zin van de WAO.

De rechtbank Alkmaar heeft bij uitspraak van 24 november 2003, geregistreerd onder nummer WAO 02/1006, het beroep van appellant tegen het besluit van 2 september 2002 niet-ontvankelijk verklaard en het beroep gericht tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard, zulks met overwegingen betreffende het griffierecht en de proceskosten.

Op bij aanvullend beroepschrift van 22 december 2003 aangevoerde gronden heeft de gemachtigde van appellant, mr. P.P.J.L. Appelman, advocaat te Alkmaar, namens appellant hoger beroep ingesteld tegen die uitspraak.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is behandeld ter zitting van de Raad gehouden op 9 september 2005, waar namens appellant - zonder voorafgaand bericht - niemand is verschenen en waar gedaagde zich heeft doen vertegenwoordigen door mr. C. Roele, werkzaam bij het Uwv.




II. MOTIVERING


Appellant was werkzaam als lasser tot hij op 5 juli 1999 uitviel met rugpijn, pijn in de borst, vermoeidheidsklachten, hoge bloeddruk en duizeligheid. Deze klachten zijn het gevolg van diabetes. Per einde wachttijd heeft appellant een volledige WAO-uitkering toegekend gekregen.

In het kader van de herbeoordeling is appellant op 26 oktober 2001 onderzocht door de verzekeringsarts A.A.W. Haver die ten aanzien van appellant beperkingen heeft vastgesteld welke zijn weergegeven in het belastbaarheidspatroon.

Na arbeidskundig onderzoek heeft gedaagde de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant herzien en nader vastgesteld op 45-55%. Het hiertegen ingediende bezwaar is ongegrond verklaard, waarna appellant beroep heeft ingesteld bij de rechtbank Alkmaar.

De rechtbank heeft aanleiding gezien de internist prof. dr. L. Abraham-Inpijn als deskundige te benoemen. Abraham-Inpijn heeft de rechtbank een rapport doen toekomen waarin ondermeer naar voren is gekomen dat appellant maximaal dertig uur per week arbeid kan verrichten.

De uitkomst van het onderzoek van de deskundige is voor gedaagde aanleiding geweest een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. Het beroep tegen de nieuwe beslissing op bezwaar is door de rechtbank ongegrond verklaard.
Appellant heeft zich in hoger beroep op het standpunt gesteld dat dertig uur per week werken te veel voor hem is. Hij is in het geheel niet tot het verrichten van arbeid in staat.

De Raad ziet zich gesteld voor de vraag of gedaagde terecht en op goede gronden appellant geschikt heeft geacht de geselecteerde functies te verrichten gedurende dertig uur per week.

De Raad antwoordt deze vraag bevestigend en verwijst daartoe naar de door de rechtbank in de aangevallen uitspraak gebezigde gronden. Volgens vaste jurisprudentie van de Raad dient in beginsel het oordeel van de door de bestuursrechter ingeschakelde onafhankelijke medische deskundige te worden gevolgd. In dit geval doen zich geen feiten of omstandigheden voor die grond vormen om van deze lijn af te wijken. De Raad neemt daarbij mede in ogenschouw dat Arbraham-Inpijn bij schrijven van 13 juni 2003 een heroverweging van haar eerdere rapportage heeft gemaakt waarbij zij wederom tot een beperking tot dertig uur concludeerde.
Van de zijde van appellant zijn geen (medische) stukken ingediend waaruit blijkt dat van hem niet verlangd kan worden gedurende dertig uur per week arbeid te verrichten of waaruit blijkt dat het onderzoek door de deskundige of de daaruit voortvloeiende conclusie onvolledig, onzorgvuldig of onjuist is te achten.

Het vorenstaande leidt tot het oordeel dat het hoger beroep geen doel treft en de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

De Raad acht geen termen aanwezig voor toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gegeven door mr. D.J. van der Vos in tegenwoordigheid van mr. A.C.W. van Huussen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 21 oktober 2005.

(get.) D.J. van der Vos.

(get.) A.C.W. van Huussen.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. WAO | WAO | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x