Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   WAO
x
LJN:
x
AU5580
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 02-11-2005
Soort procedure: verzet
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Het verzet is ongegrond omdat er geen sprake is van verschoonbare termijnoverschrijding. Het risico van het niet-aangetekend verzenden van een poststuk komt voor rekening van de verzender.
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 04/5350 WAO




U I T S P R A A K




met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet (Bw) in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:

[opposant], wonende te [woonplaats], opposant,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, geopposeerde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Opposant heeft hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Arnhem op 16 augustus 2004 (reg.nr. AWB 03/2753) tussen partijen gegeven uitspraak.

Bij uitspraak van 13 mei 2005 heeft de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het hoger beroep niet tijdig bij de Raad is ingediend en niet is gebleken van redenen op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat opposant in verzuim is geweest.

Opposant is van die uitspraak in verzet gekomen.

Het verzet is behandeld ter zitting van de Raad op 21 september 2005, waar opposant is verschenen en geopposeerde - met voorafgaand bericht - niet is verschenen.




II. MOTIVERING


Volgens artikel 6:24 van de Awb in samenhang met de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van die wet geldt het volgende.

De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat voor wat betreft het hoger beroep in op de dag na die waarop de aangevallen uitspraak door middel van toezending van een afschrift aan partijen bekend is gemaakt.

Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.

De aangevallen uitspraak is op 16 augustus 2004 in afschrift aan partijen verzonden.
De termijn voor het instellen van hoger beroep is aangevangen op 17 augustus 2004 en geŽindigd op 27 september 2004. Het beroepschrift is blijkens de poststempel op de enveloppe op 29 september 2004 verzonden en op 30 september 2004 ter griffie ontvangen.

Op grond van bovenvermelde gegevens moet worden geoordeeld dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend.

Ter zitting heeft opposant nogmaals aangevoerd dat hij het beroepschrift op 26 september 2004 persoonlijk in de brievenbus heeft gedaan, maar dat hij dit niet kan aantonen.

Hetgeen opposant in verzet heeft aangevoerd vormt naar het oordeel van de Raad onvoldoende grond om het verzuim van opposant te verontschuldigen en leidt niet tot een ander oordeel dan hetwelk is neergelegd in de uitspraak van 13 mei 2005.
De Raad overweegt daartoe dat opposant het beroepschrift niet aangetekend dan wel niet bewijs van ontvangst heeft verzonden. Daardoor kan het tijdstip van ter post bezorging niet worden vastgesteld. Volgens vast jurisprudentie komen de gevolgen van het niet-aangetekend verzenden van een poststuk in algemeen voor rekening van de verzender. De Raad ziet in het onderhavige geval geen aanleiding voor een uitzondering op deze regel.

Gezien het vorenstaande dient het verzet met toepassing van artikel 21 van de Bw in samenhang met artikel 8:55 van de Awb ongegrond te worden verklaard. Gelet op artikel 8:55, zesde lid, van de Awb blijft de uitspraak van de Raad van 13 mei 2005 derhalve in stand.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Aldus gegeven door mr. M.S.E. Wulffraat-van Dijk, in tegenwoordigheid van J. Verrips als griffier en uitgesproken in het openbaar op 2 november 2005.

(get.) M.S.E. Wulffraat-van Dijk.

(get.) J. Verrips.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. WAO | WAO | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x