Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   WAO
x
LJN:
x
AU5623
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 02-11-2005
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Berust het standpunt dat betrokkene bij het einde van de wachttijd geschikt was voor haar eigen arbeid als schoonmaakster op een adequate medische en arbeidskundige onderbouwing?
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 03/5392 WAO




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

[appellante], wonende te [woonplaats], appellante,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Appellante heeft op bij beroepschrift aangevoerde gronden hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Maastricht op 18 september 2003, onder reg.nr. AWB 2002/1457 WAO, tussen partijen gegeven uitspraak, waarnaar hierbij wordt verwezen.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is behandeld ter zitting van de Raad op 21 september 2005, waar appellante niet is verschenen en waar voor gedaagde is verschenen H.A.L. Knoben, werkzaam bij het Uwv.




II. MOTIVERING


Appellante was werkzaam als schoonmaakster voor 15 uur per week. Op 2 maart 1999 is zij uitgevallen met nekklachten na een auto-ongeval. Toen het einde van de wachttijd van 52 weken naderde, is zij onderzocht door verzekeringsarts P. Lux, die haar geschikt achtte voor neksparende arbeid en die een belastbaarheidspatroon opstelde, met als specifieke beperkingen ten aanzien van de nek geen extreme eindstanden en geen langdurige statische belasting. Voorts achtte hij een concentratiestoornis aanwezig waardoor appellante niet meerdere taken tegelijk kon verrichten. Vervolgens heeft arbeidsdeskundige J. Baltus de eigen arbeid van appellante beoordeeld in het licht van de aangenomen beperkingen en haar daarvoor geschikt geacht. Bij besluit van 17 februari 2000 heeft gedaagde geweigerd appellante uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toe te kennen, echter op de grond dat zij geschikt was voor gangbare arbeid. Na enige procedures rond de ontvankelijkheid van het tegen dit besluit gemaakte bezwaar, heeft gedaagde uiteindelijk bij besluit van 10 mei 2001 geweigerd appellante een WAO-uitkering toe te kennen op de grond dat zij bij het einde van de wachttijd geschikt was voor het eigen werk van schoonmaakster. Bij besluit van 26 augustus 2002 heeft gedaagde het bezwaar van appellante tegen het besluit van 10 mei 2001 ongegrond verklaard, zij het wederom op basis van geschiktheid voor gangbare arbeid. Nadat appellante tegen het besluit van 26 augustus 2002 beroep had ingesteld, heeft gedaagde bij besluit van 26 september 2002 (hierna: het bestreden besluit) het bezwaar tegen het besluit van 10 mei 2001 ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft toepassing gegeven aan de artikelen 6:18 en 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), het beroep tegen het besluit van 26 augustus 2002 niet-ontvankelijk verklaard met vergoeding van het door appellante betaalde griffierecht en het beroep tegen het besluit van 26 september 2002 ongegrond verklaard.

Appellante heeft in hoger beroep aangevoerd dat de door haar geraadpleegde register arbeidsdeskundige P.H.M. Hartmans haar ongeschikt heeft geacht voor het eigen werk, terwijl gedaagde haar op basis van dezelfde beperkingen wel geschikt acht voor het eigen werk. Appellante stelt zich op het standpunt dat de rechtbank had moeten motiveren waarom zij de visie van de bezwaararbeidsdeskundige T.E.A. de Groot laat prevaleren boven die van Hartmans.

Gedaagde stelt hiertegenover dat het oordeel van bezwaarverzekeringsarts A.C.J. Wever en bezwaararbeidsdeskundige T.E.A. de Groot is gebaseerd op de werkbeschrijving van Hartmans.

De Raad oordeelt als volgt.

De Raad stelt vast dat het hoger beroep is beperkt tot de vraag of gedaagde terecht het oordeel van zijn bezwaararbeidsdeskundige ten aanzien van de geschiktheid van appellante voor het eigen werk heeft gevolgd.

Uit het rapport van bezwaarverzekeringsarts Wever van 1 juni 2002 blijkt dat deze uitgaande van de werkbeschrijving van Hartmans heeft beoordeeld of appellante met haar beperkingen in staat was haar eigen arbeid te verrichten. Wever heeft gemotiveerd aangegeven waarom hij deze vraag bevestigend heeft beantwoord. De Groot heeft haar arbeidskundig oordeel gebaseerd op de conclusies van Wever.

De Raad is met de rechtbank van oordeel dat er geen aanleiding is het standpunt van De Groot niet te volgen. In een geval als het onderhavige, waarin er twijfel is of de belasting in het eigen werk de belastbaarheid van de betrokkene niet te boven gaat, dient de arbeidsdeskundige te overleggen met de verzekeringsarts om tot een weloverwogen arbeidskundig oordeel te komen. Anders dan het oordeel van Hartmans, dat uitsluitend berust op de door haar verrichte arbeidskundige toetsing, berust het oordeel van De Groot op een verzekeringsgeneeskundige toetsing van de functiebelasting aan de belastbaarheid van appellante, waarbij de functiebeschrijving en functiebelasting zoals uitgebreid beschreven door Hartmans als uitgangspunt hebben gediend. Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat gedaagdes standpunt dat appellante bij het einde van de wachttijd geschikt was voor haar eigen arbeid als schoonmaakster op een adequate medische en arbeidskundige onderbouwing berust. De aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, dient dan ook te worden bevestigd.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.

Aldus gegeven door mr. M.S.E. Wulffraat-van Dijk in tegenwoordigheid van J. Verrips als griffier en uitgesproken in het openbaar op 2 november 2005.

(get.) M.S.E. Wulffraat-van Dijk.

(get.) J. Verrips.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. WAO | WAO | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x