Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   WAO
x
LJN:
x
AU7273
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 29-11-2005
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Terugvordering van onverschuldigd betaalde WAO-uitkering.
 
 
 

 

 
Uitspraak 03/5242 WAO




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

[appellante], wonende te [woonplaats], appellante,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 15 oktober 2003, nummer WAO 02/1450, waarnaar hierbij wordt verwezen.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is behandeld ter zitting van de Raad op 18 oktober 2005, waar appellante in persoon is verschenen en waar namens gedaagde is verschenen mr. C. Vork-Ebing, werkzaam bij het Uwv.




II. MOTIVERING


Bij besluit van 12 november 2002, verder: het bestreden besluit, heeft gedaagde ongegrond verklaard het bezwaar van appellante tegen een eerder besluit van 27 augustus 2002 inzake terugvordering van de over de periode van 1 juli 1998 tot en met 31 december 1998 onverschuldigd betaalde uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) ten bedrage van 5.325,71.

De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe is in de aangevallen uitspraak, kort gezegd, overwogen dat de bezwaren van appellante zijn gericht tegen het ontstaan van de onverschuldigde betaling van uitkering.

Deze onverschuldigde betaling is ontstaan door een besluit van 6 december 2000 waarbij de inkomsten uit arbeid van appellante, in dit geval winst uit onderneming, op de uitkering ingevolge de WAO alsnog in mindering zijn gebracht. De rechtbank heeft vastgesteld dat het besluit van 6 december 2000 in rechte vaststaat zodat bezwaren van appellante tegen de wijze waarop de winst is vastgesteld in dit geding niet aan de orde kunnen komen.

Voorts heeft de rechtbank geoordeeld dat de terugvordering rechtens juist moet worden geacht.

Hetgeen door appellante in hoger beroep is aangevoerd heeft de Raad er niet van kunnen overtuigen dat de rechtbank rechtens onjuist heeft geoordeeld in de aangevallen uitspraak.

Desgevraagd heeft appellante ook ter zitting van de Raad niet kunnen aantonen dat de fiscus inmiddels het standpunt met betrekking tot de in 1998 door haar genoten winst uit onderneming zou hebben gewijzigd. Evenmin is de Raad gebleken dat gedaagde het besluit van 6 december 2000 zou hebben herzien.

Wat betreft de toetsing van de terugvordering komt de Raad niet tot andere beschouwingen dan de rechtbank in de aangevallen uitspraak.

De aangevallen uitspraak komt derhalve voor bevestiging in aanmerking.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gegeven door mr. K.J.S. Spaas als voorzitter en mr. C.P.M. van de Kerkhof en mr. M. Greebe als leden, in tegenwoordigheid van A.H. Hagendoorn-Huls als griffier en uitgesproken in het openbaar op 29 november 2005.

(get.) K.J.S. Spaas.

(get.) A.H. Hagendoorn-Huls.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. WAO | WAO | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x