Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   WAO
x
LJN:
x
AV0741
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 31-01-2006
Soort procedure: verzet
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Het verzet is gegrond omdat het griffierecht toch tijdig is betaald.
 
 
 

 

 
Uitspraak 04/5625 WAO




U I T S P R A A K




met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:

[opposant], wonende te [woonplaats], opposant,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, geopposeerde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Namens opposant heeft mr. B.R. Angad Gaur, advocaat te s-Gravenhage, hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank s-Gravenhage op 2 september 2004, reg.nr. AWB 04/240 WAO, tussen partijen gegeven uitspraak.

Bij uitspraak van 9 maart 2005 heeft de Raad het hoger beroep wegens het te laat betalen van het griffierecht niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen deze uitspraak is door voornoemde gemachtigde verzet gedaan.

Gelet op het hierna onder II overwogene heeft de Raad het niet nodig geacht opposant over het verzet te horen.




II. MOTIVERING


De Raad ziet zich naar aanleiding van het ingestelde verzet voor de vraag gesteld of het hoger beroep namens opposant bij uitspraak van 9 maart 2005 terecht niet-ontvankelijk is verklaard.

In verzet heeft de gemachtigde van opposant aangevoerd dat het verschuldigde griffierecht middels een bancaire spoedopdracht op 7 december 2004 is overgemaakt. Bij spoedbetalingen (voorheen telegrafisch, thans per fax) komt het geld dezelfde dag bij de rekeninghouder aan. Daarvoor wordt ook extra betaald. Het is de bancaire instelling zelve, aldus deze gemachtigde, die haar machtspositie op onjuiste wijze invulling heeft gegeven, door het ontvangen bedrag niet op 7 december 2004, maar eerst op 8 december 2004 bij te schrijven en met negering van de spoedopdracht.

Uit nader door de Raad ingewonnen informatie op de website van de ABN-AMRO bank blijkt dat losse binnenlandse spoedopdrachten die worden aangeleverd vr 16.30 uur, dezelfde dag worden geboekt en verevend.
De gemachtigde van opposant heeft desgevraagd met de overlegging van een archief print van zijn bank van 3 januari 2005 aangetoond dat het verschuldigde griffierecht bij de ABN-AMRO bank op 7 december 2004 om 10.25 uur is ontvangen en op dezelfde dag om 17.26 uur is verwerkt.

Nu blijkt dat de spoedopdracht, afgaande op de informatie op evenbedoelde website, door de bank te laat is verwerkt, waardoor het verschuldigde griffierecht pas op 8 december 2004 op het rekeningnummer van de Raad is bijgeschreven, kan redelijkerwijs niet zonder nader onderzoek worden geoordeeld dat opposant met betrekking tot de te late bijschrijving van het griffierecht op de rekening van de Raad niet in verzuim is geweest.

Gezien het vorenstaande dient het verzet met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55, vijfde lid, aanhef en onder c, van de Awb gegrond te worden verklaard. Gegeven het bepaalde in het zevende lid van laatstbedoeld artikel vervalt de uitspraak waartegen verzet was gedaan en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet gegrond.

Aldus gegeven door mr. K.J.S. Spaas als voorzitter en mr. C.W.J. Schoor en mr. C.P.M. van de Kerkhof als leden, in tegenwoordigheid van A.H. Hagendoorn-Huls als griffier en uitgesproken in het openbaar op 31 januari 2006.

(get.) K.J.S. Spaas.

(get.) A.H. Hagendoorn-Huls.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. WAO | WAO | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x