Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   WAO
x
LJN:
x
AV1078
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 03-02-2006
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Proceskostenveroordeling.
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 04/6484 WAO




U I T S P R A A K




[appellante], wonende te [woonplaats], appellante,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.




I. INLEIDING


Bij besluit van 17 oktober 2003 heeft gedaagde de uitkering van appellante ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), welke laatstelijk werd berekend naar een mate van ongeschiktheid van 80 tot 100%, met ingang van 15 december 2003 ingetrokken, onder overweging dat de mate van ongeschiktheid met ingang van die datum minder dan 15% was.

Bij besluit van 15 juni 2004, hierna: het bestreden besluit, heeft gedaagde het bezwaar van appellante tegen dit besluit ongegrond verklaard.

De rechtbank Arnhem heeft bij uitspraak van 18 november 2004, nummer 04/1311 WAO, het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

Namens appellante is mr. H.W. Bemelmans, advocaat te Nijmegen, van die uitspraak in hoger beroep gekomen.

Op 11 oktober 2005 heeft gedaagde een nieuwe beslissing op bezwaar genomen waarbij het bezwaar gegrond is verklaard en appellante met ingang van 15 december 2003 onveranderd 80 tot 100% arbeidsongeschikt wordt beschouwd.

Namens appellante heeft mr. Bemelmans de Raad bij schrijven van 12 oktober 2005 medegedeeld dat appellante geen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 18 november 2004. Daarbij heeft de gemachtigde verzocht om gedaagde te veroordelen in de gemaakte kosten en het betaalde griffierecht.

Elk der partijen heeft, desgevraagd, schriftelijk toestemming verleend voor afdoening buiten zitting.




II. MOTIVERING


Gelet op de vanwege partijen gegeven toestemming daartoe heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege kan blijven en het onderzoek gesloten.

Blijkens de brief van 12 oktober 2005 van mr. Bemelmans heeft appellante geen belang meer bij een beoordeling van het hoger beroep, zodat dit niet-ontvankelijk kan worden verklaard.

De Raad acht termen aanwezig om met toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht gedaagde te veroordelen in de kosten van appellante, welke met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht zijn begroot op 322,-- voor verleende rechtsbijstand in beroep en 322,-- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep, in totaal 644,--.

Met betrekking tot de vordering van 41,80 inzake de kosten voor ingewonnen informatie bij een psychiater is de Raad van oordeel dat deze voor toewijzing in aanmerking komt.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
Veroordeelt gedaagde in de proceskosten van appellante tot een bedrag groot 685,80, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de griffier van de Raad;
Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan appellante het door haar in beroep en in hoger beroep betaalde recht van 139,-- vergoedt.

Aldus gegeven door mr. J. Janssen, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 3 februari 2006.

(get.) J. Janssen.

(get.) D.W.M. Kaldenhoven.




Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. WAO | WAO | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x