Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   WAO
x
LJN:
x
AV6149
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 21-03-2006
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Herziening WAO-uitkering. In hoger beroep is een deskundige ingeschakeld. De belastbaarheid is niet juist ingeschat. Proceskostenveroordeling.
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 03/4177 WAO




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

[appellante], wonende te [woonplaats], appellante,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Als gemachtigde van appellante heeft mr. P.J.H. Vinke, advocaat te Hoofddorp, hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 4 juli 2003, nummer Awb 02-1564 WAO, waarnaar hierbij wordt verwezen.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

Desgevraagd heeft de psychiater prof dr. W. van Tilburg onder dagtekening 7 november 2005 van verslag en advies gediend.

Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad op 7 februari 2006, waar partijen, zoals tevoren was bericht, niet zijn verschenen.




II. MOTIVERING


Bij besluit van 28 mei 2002 heeft gedaagde de uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) van appellante, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, met ingang van 25 juli 2002 herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%, omdat appellante, die voorheen 30 uur per week heeft gewerkt, in staat wordt geacht gedurende 20 uur per week te werken in functies die voor haar geschikt zijn.

Bij besluit van 10 september 2002, verder: het bestreden besluit, heeft gedaagde het bezwaar van appellante tegen het besluit van 28 mei 2002 ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft zich zowel wat betreft de medische als de arbeidskundige aspecten ervan met gedaagdes standpunt kunnen verenigen.

In hoger beroep heeft appellante betoogd dat zij op de datum in geding op medische gronden in het geheel niet kan werken.

's Raads deskundige prof. Van Tilburg is in zijn uitvoerige rapportage tot de conclusie gekomen dat appellante op de datum in geding lijdende was en nog steeds is aan een chronische ernstige depressieve stoornis. Appellante heeft naar het oordeel van de deskundige ernstige beperkingen en om die reden kan prof. Van Tilburg zich niet verenigen met de belastbaarheid met arbeid voor halve dagen waarvan gedaagde is uitgegaan.

Gedaagde heeft te kennen gegeven het bij het bestreden besluit ingenomen standpunt met betrekking tot die belastbaarheid niet langer te handhaven.

De Raad volgt het oordeel van zijn deskundige en stelt vast dat de belastbaarheid van appellante op de datum in geding onjuist is vastgesteld zodat het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak in strijd zijn met artikel 18 van de WAO. Daarom kunnen de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit niet in stand blijven.

De Raad acht termen aanwezig om op grond van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht gedaagde te veroordelen in de proceskosten van appellante in beroep en in hoger beroep.

Deze worden begroot op 644,- voor de kosten van verleende rechtsbijstand in eerste aanleg en op 322,- voor de kosten van verleende rechtsbijstand in hoger beroep alsmede 37,- voor de kosten van door de psychiater H.G. Henneberg verstrekte inlichtingen die in hoger beroep zijn overgelegd door de gemachtigde van appellante.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Verklaart het beroep tegen het bestreden besluit gegrond en vernietigt dat besluit;
Bepaalt dat gedaagde een nieuw besluit op bezwaar neemt met inachtneming van deze uitspraak;
Veroordeelt gedaagde in de proceskosten van appellante in eerste aanleg en in hoger beroep tot een bedrag groot 1.003,-, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de griffier van de Raad;
Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan appellante het betaalde griffierecht van 116,- vergoedt.

Aldus gegeven door mr. K.J.S. Spaas in tegenwoordigheid van A.H. Hagendoorn-Huls als griffier en uitgesproken in het openbaar op 21 maart 2006.

(get.) K.J.S. Spaas.

(get.) A.H. Hagendoorn-Huls.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. WAO | WAO | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x