Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   WAO
x
LJN:
x
AV8689
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 30-03-2006
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: De werkgever heeft geen bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van de gedifferentieerde premie ingevolge de WAO. Omvang van het geding.
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 05/3959 WAO




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), appellant,

en

[gedaagde], gevestigd te [woonplaats], gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 19 mei 2005, reg.nr. 04/1018.

Het geding is behandeld ter zitting van 16 maart 2006, waar appellant zich heeft laten vertegenwoordigen door mr. M.J. Lustenhouwer, werkzaam bij het Uwv, en waar gedaagde niet is verschenen.




II. MOTIVERING


Bij besluit van 9 december 2002 heeft appellant ten laste van gedaagde de gedifferentieerde premie ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) voor het premiejaar 2003 vastgesteld op 2,38%. Daarbij heeft appellant gedaagde ingedeeld in de categorie ‘kleine werknemers’.

Bij besluit van 22 april 2004 is aan gedaagde een premienota over het jaar 2003 opgelegd. Het daartegen gerichte bezwaar is bij besluit van 13 juli 2004 ongegrond verklaard. Daarbij heeft appellant - voorzover relevant - overwogen dat de bezwaren van gedaagde zijn gericht tegen het voor haar geldende premiepercentage van 2,38 waarover reeds op 9 december 2002 een besluit is genomen. Voorts heeft appellant vastgesteld dat gedaagde geen rechtsmiddel heeft aangewend tegen het besluit van 9 december 2002, zodat dit besluit formele rechtskracht heeft gekregen. Appellant heeft om die reden geoordeeld dat de juistheid van het premiepercentage van 2,38 niet in de onderhavige bezwaarprocedure ter discussie kan staan.

Gedaagde kan zich hiermee niet verenigen en heeft tegen het besluit van 13 juli 2004 beroep bij de rechtbank ingesteld. Daartoe is aangevoerd dat tijdig bezwaar is aangetekend tegen het besluit van 9 december 2002. Ter ondersteuning van deze stelling heeft gedaagde een pro-formabezwaarschrift van 14 januari 2003 overgelegd.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het tegen het besluit van 13 juli 2004 ingestelde beroep - met bepalingen omtrent griffierecht en proceskosten - gegrond verklaard, voorzover dat beroep is gericht tegen het percentage van 2,38, dat besluit in zoverre vernietigd en de rechtsgevolgen van het vernietigde gedeelte in stand gelaten. Daarbij heeft de rechtbank het aannemelijk geacht dat gedaagde tijdig bezwaar heeft gemaakt tegen het besluit van 9 december 2002. Voorts heeft de rechtbank zich op het standpunt gesteld dat appellant de bezwaren van gedaagde ter zake van het premiepercentage bij zijn beoordeling van de premienota had moeten betrekken. Daarbij merkt de rechtbank op dat alle elementen die de hoogte van de premie bepalen tot de omvang van het geding behoren, dus ook de opslag of de korting op grond van artikel 78 van de WAO. De rechtbank heeft voor dit standpunt steun gevonden in de memorie van toelichting (TK, vergaderjaar 2003-2004, 29 292, nr. 3). De rechtbank heeft op grond van de uitspraken van de Raad van 24 februari 2005 en 3 maart 2005, LJN AT2417, AT2420 en AT3054, het premiepercentage evenwel juist geacht en aanleiding gezien om de rechtsgevolgen van het vernietigde gedeelte van het besluit in stand te laten.

Appellant heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.

De Raad stelt allereerst vast dat de rechtbank buiten de omvang van het geding is getreden door een oordeel te geven over het tegen het besluit van 9 december 2002 gemaakte bezwaar van 14 januari 2003. Daarbij merkt de Raad op dat in dit geding het besluit van 13 juli 2004 ter beoordeling voorligt, waarbij in stand is gelaten de premienota over het jaar 2003. De Raad stelt in dit verband tevens vast dat appellant terzake van het bezwaar van 14 januari 2003 nog geen besluit heeft genomen. Appellant zal dit alsnog moeten doen, waarbij ingegaan moet worden op de vraag of binnen de daarvoor geldende termijnen bezwaar is gemaakt.

Met appellant, en anders dan de rechtbank, is de Raad voorts van oordeel dat het percentage van de gedifferentieerde premie - gegeven het besluit van 9 december 2002 - in dit geding niet ter discussie kan staan. De door de rechtbank aangehaalde passage uit de memorie van toelichting mist hier toepassing, nu geen sprake is van een besluit van algemene strekking. In het besluit van 9 december 2002 is voor gedaagde het geldende premiepercentage vastgesteld waartegen zij door het maken van bezwaar en het instellen van beroep kan opkomen. De juistheid van het vastgestelde premiepercentage dient derhalve in het kader van dit bezwaar en/of beroep aan de orde te worden gesteld.

In het vorenstaande ziet de Raad aanleiding om de aangevallen uitspraak te vernietigen.

Met betrekking tot de premienota over het jaar 2003 is de Raad van oordeel dat deze - uitgaande van de juistheid van de gedifferentieerde premie van 2,38% - in rechte stand kan houden. Indien bij de beoordeling van het tegen het besluit van 9 december 2002 gemaakte bezwaar blijkt dat dit percentage te hoog is vastgesteld zal appellant de verschuldigde premie over 2003 in overeenstemming met dit gewijzigde percentage nader moeten vaststellen.

De Raad ziet ten slotte geen aanleiding om appellant te veroordelen in de proceskosten van gedaagde.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gewezen door mr. B.J. van der Net, in tegenwoordigheid van mr. M. Renden als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 30 maart 2006.

(get.) B.J. van der Net.

(get.) M. Renden.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. WAO | WAO | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x