Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   WAO
x
LJN:
x
AV9067
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 31-03-2006
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Afwijzing van het verzoek om terug te komen van een eerder genomen besluit. Er is geen sprake van nieuwe feiten of omstandigheden.
 
 
 

 

 
Uitspraak 04/864 WAO




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

[appellante], wonende te [woonplaats], appellante,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Bij besluit van 8 oktober 2001 heeft gedaagde afwijzend beslist op het verzoek van appellante om terug te komen van zijn besluit van 14 september 1995 waarbij de aan appellante toegekende uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) met ingang van 11 november 1995 is herzien en nader vastgesteld naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%.

Bij besluit van 28 mei 2002 heeft gedaagde appellantes bezwaar tegen het besluit van 8 oktober 2001 ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 5 januari 2004, reg.nr. 02/1401 WAO, heeft de rechtbank Arnhem appellantes beroep tegen het besluit van 28 mei 2002 ongegrond verklaard.

Tegen die uitspraak heeft appellante hoger beroep ingesteld op de door haar gemachtigde mr. R.A.J. Delescen, advocaat te Roermond, bij aanvullend beroepschrift aangevoerde gronden.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad, gehouden op 17 februari 2006, waar partijen - zoals tevoren was bericht - niet zijn verschenen.




II. MOTIVERING


Appellante houdt in hoger beroep staande dat er, gelet op de bevindingen van de psychiater A.M.A. Groot, voldoende ruimte is om in het kader van de marginale toetsing te bepalen dat er aanleiding is om tot heroverweging van het besluit van 14 september 1995 over te gaan.

De Raad ziet de door appellante aangedragen argumenten geen doel treffen. De rechtbank heeft met juistheid geoordeeld dat geen sprake is van nieuw gebleken feiten of omstandigheden. De Raad kan de overwegingen waarop de rechtbank haar oordeel heeft doen steunen volledig onderschrijven en heeft daaraan niets toe te voegen.

De Raad acht geen termen aanwezig voor toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gegeven door mr. J. Janssen als voorzitter en mr. J.W. Schuttel en mr. J. Brand als leden, in tegenwoordigheid van M.H.A. Uri als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 31 maart 2006.

(get.) J. Janssen.

(get.) M.H.A. Uri.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. WAO | WAO | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x