Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   WAO
x
LJN:
x
AX8556
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 06-06-2006
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: WAO-schatting. Belastbaarheid. Vastgestelde beperkingen. Maatmaninkomen.
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 04/357 WAO




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 8 december 2003, 02/4068 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 6 juni 2006.




I. PROCESVERLOOP


Namens appellante heeft mr. A.C.R. Molenaar, advocaat te Amstelveen, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 augustus 2005. Appellante is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. S.J.M.A. Clerx.




II. MOTIVERING


Appellante was werkzaam als projectleidster bij een uitzendbureau voor 40 uur per week toen zij op 14 juni 1993 uitviel met rugklachten. Met ingang van 13 juni 1994 kreeg zij onder andere een WAO-uitkering, welke werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%. Deze uitkering werd met ingang van 9 januari 1996 herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.

In het kader van een herbeoordeling is appellante op 2 augustus 2001 onderzocht door de verzekeringsarts drs. I. van Doggenaar. Blijkens het rapport van haar onderzoek van 5 augustus 2001 stelde Van Doggenaar vast dat er enerzijds een fixatie van lichamelijke klachten is en dat appellante anderzijds toch kans heeft gezien voor haarzelf bezigheden in de vorm van een winkel met verkoop van door haarzelf gemaakte spullen te creëren, terwijl voor de lichamelijk klachten nooit een duidelijke oorzaak is gevonden maar deze wel hebben geleid tot een forse inactiviteit. Gelet op een en ander achtte Van Doggenaar een nadere expertise noodzakelijk, welke werd verricht door de arts R.J. Boelen, die blijkens zijn rapport van 18 oktober 2001 bij beeldvormend onderzoek discopathie op L5-S1 vaststelde en een behandelingstraject van een half jaar voorstelde. Mede op basis van de bevindingen van Boelen, maar met voorbijgaan aan het behandelingsvoorstel, formuleerde Van Doggenaar in een bijlage bij haar rapport van 5 november 2001 op de toen gebruikelijke wijze volgens het FIS-systeem een belastbaarheidspatroon van appellante. Vervolgens selecteerde de arbeidsdeskundige R. Smit blijkens haar rapport van 13 februari 2002 na raadpleging van het FIS-systeem op 22 januari 2002 een aantal functies en berekende zij, uitgaande van de middelste van de drie hoogst verlonende van die functies, het verlies aan verdienvermogen op 20%. Daarna nam het Uwv het primaire besluit van 1 maart 2002.

In de bezwaarprocedure corrigeerde de bezwaarverzekeringsarts R.M. de Vink blijkens zijn rapport van 17 juni/16 september 2002 de door Van Doggenaar vastgestelde belastbaarheid met een versoepeling op een aantal onderdelen en een verzwaring op het onderdeel reiken, hetgeen hij vastlegde in het handgeschreven FIS-formulier van 16 september 2002. Vervolgens raadpleegde de bezwaararbeidsdeskundige J. Veugelaers blijkens het rapport van 26 september 2002 in verband met de door De Vink gewijzigde belastbaarheid van appellante het FIS-systeem opnieuw en berekende hij op basis van een gewijzigde functieduiding en een correctie op de berekening door Smit van het maatmaninkomen het verlies aan verdienvermogen op 11.4% Daarna nam het Uwv na toezending aan de gemachtigde van appellante bij brief van 22 november 2002 van de relevante verzekeringsgeneeskundige en arbeidskundige stukken, geproduceerd in de bezwaarprocedure, en bevestiging bij deze brief van de te houden hoorzitting op 20 december 2002, het bestreden besluit, waarbij uiteindelijk de WAO-uitkering van appellante met ingang van 3 januari 2003 werd ingetrokken.

De rechtbank onderschreef in de aangevallen uitspraak de medische en arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit en verklaarde het beroep ongegrond. Zij oordeelde wat betreft de medische grondslag dat het onderzoek van De Vink voldoende zorgvuldig is geweest en dat door appellante geen medische informatie is ingebracht met betrekking tot de datum in geding waaruit valt af te leiden dat het oordeel van De Vink mogelijk onjuist zou zijn.

In hoger beroep heeft gemachtigde van appellant onder andere bezwaren geformuleerd tegen de door De Vink bijgestelde belastbaarheid van appellante.

De Raad stelt voorop dat, anders dan de gemachtigde van appellante in eerste aanleg en aanvankelijk ook in hoger beroep betoogde, deze gemachtigde ter zitting erkende dat hij in de bezwaarprocedure met de brief van 22 november 2002 met de daarbij behorende stukken uiteindelijk wel de beschikking had gekregen over de aan het bestreden besluit ten grondslag gelegde medische en arbeidskundige gegevens.

De Raad heeft voorts geen aanleiding gezien wat betreft de medische grondslag van het bestreden besluit tot een ander oordeel te komen dan de rechtbank heeft gegeven. Ook in hoger beroep zijn van de zijde van appellante geen stukken van medische aard, afkomstig van bijvoorbeeld van de behandelend sector, in geding gebracht die een ander licht zouden kunnen werpen op de uit de gezondheidstoestand van appellante voortvloeiende beperkingen ten aanzien van onder meer de zit- en buigbelasting van appellante op de datum bij het bestreden besluit in geding. Een ander licht als evenbedoeld valt, ander dan de gemachtigde van appellante ter zitting van de Raad heeft gesteld, ook niet te ontlenen aan de in de bezwaarprocedure reeds overlegde brief van de appellante behandelend fysiotherapeut van 7 november 2002. De brief is niet afkomstig van een appellante behandelend arts en bevat overigens niet meer dan een weergave van de klachten in verband waarmede de huisarts appellante heeft verwezen en een vermelding van de toegepaste therapie.
Wat betreft de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit is het de Raad opgevallen dat Veugelaars in het rapport van 26 september 2002 het maatmaninkomen heeft geïndexeerd op basis van de CBS-indexcijfers regelingslonen naar maart 2002 in plaats van naar januari 2003, de maand waarin de bij het bestreden besluit aangehouden schattingsdatum viel. Ook indien het maatmaninkomen zou worden geïndexeerd met het evenbedoelde indexcijfer voor januari 2003, waarbij het maatmaninkomen zou zijn uitgekomen op € 10,81 en het verlies aan verdienvermogen op 14,9%, zou dit evenwel niet indeling in een andere arbeidsongeschiktheidsklasse hebben geleid.

De Raad overweegt ten slotte naar aanleiding van hetgeen ter zitting ter sprake is gekomen omtrent toepassing bij de onderhavige schatting van het zogeheten FIS-systeem in plaats van het CBBS-systeem als ondersteunend systeem en onder verwijzing naar zijn uitspraak van 11 oktober 2005 (LJN AU5061) dat hem niet is kunnen blijken van aanknopingspunten om het er voor te houden dat het enkele gebruik van nog het FIS-systeem tot relevante verschillen in uitkomt leidt in vergelijking met schattingen waarbij (reeds) gebruik wordt gemaakt van het CBBS.

Het vorenstaande brengt de Raad tot de slotsom dat het bestreden besluit in rechte stand kan houden en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

Voor veroordeling van een partij in de proceskosten van een andere partij ziet de Raad ten slotte geen aanleiding.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door C.W.J. Schoor. De beslissing is, in tegenwoordigheid van T.R.H. van Roekel als griffier, uitgesproken in het openbaar op 6 juni 2006.

(get.) C.W.J. Schoor.

(get.) T.R.H. van Roekel.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. WAO | WAO | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x