Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   WAO
x
LJN:
x
AX9268
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 22-06-2006
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Vaststelling van de gedifferentieerde WAO-premie.
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 05/543 WAO




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank [vestigingsplaats] van 20 december 2004, 00/2125 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen

[betrokkene], gevestigd te Amsterdam (hierna: betrokkene),

en

appellant.

Datum uitspraak: 22 juni 2006.




I. PROCESVERLOOP


Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Van de zijde van betrokkene is een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 april 2006. Appellant heeft zich daar laten vertegenwoordigen door mr. W. Zwanink, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Voor betrokkene is verschenen mr. M. van Dam-Boeree.




II. OVERWEGINGEN


Bij besluit van 24 november 1999 heeft appellant de voor betrokkene voor 2000 geldende gedifferentieerde premie ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) vastgesteld op 4,17%. Bij besluit van 22 februari 2000 (hierna: het bestreden besluit) heeft appellant het bezwaar van betrokkene ongegrond verklaard. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van betrokkene gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, bepaald dat appellant een nieuw besluit op bezwaar neemt en bepaald dat appellant het betaalde griffierecht aan betrokkene vergoedt.

Appellant heeft de gedifferentieerde premie mede gebaseerd op de in 1998 aan de (ex-)werknemer [naam ex-medewerker] betaalde WAO-uitkering. De arbeidsovereenkomst tussen [naam ex-medewerker] en betrokkene is bij beschikking van de Kantonrechter te Amsterdam van 9 juli 1997 ontbonden met ingang van 15 juli 1997. Betrokkene heeft zich op het standpunt gesteld dat [naam ex-medewerker] zich op 22 juli 1997 met terugwerkende kracht heeft ziek gemeld per 1 juli 1997 en dat hij ten tijde van de ontbinding van de arbeidsovereenkomst nog niet ziek was. Volgens betrokkene komt de aan [naam ex-medewerker] betaalde WAO-uitkering daarom niet voor haar rekening.

Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat aan [naam ex-medewerker] bij besluit van 30 juni 1998 een WAO-uitkering is toegekend, waarbij is uitgegaan van de eerste arbeidsongeschiktheidsdag 1 juli 1997. Volgens appellant verzet artikel 87e van de WAO zich tegen het in de onderhavige procedure ter discussie stellen van de eerste arbeidsongeschiktheidsdag. Daartoe strekkende grieven kunnen volgens appellant slechts aan de orde komen in een procedure tegen de vaststelling van de WAO-uitkering.

Betrokkene voert aan dat een werkgever in een procedure tegen de haar opgelegde gedifferentieerde WAO-premie wel degelijk het onderliggende WAO-besluit kan aanvechten, onder verwijzing naar in die zin gewezen uitspraken. Verder stelt betrokkene niet op de hoogte te zijn gesteld van het besluit tot toekenning van een WAO-uitkering aan [naam ex-medewerker], voordat het aan het bestreden besluit ten grondslag liggende primaire besluit werd genomen. Betrokkene stelt tegen de WAO-toekenning alsnog bezwaar te hebben gemaakt, nadat dat besluit haar bekend is geworden. Ter terechtzitting van de Raad heeft betrokkene desgevraagd gesteld dat dienaangaande thans een beroep bij de rechtbank aanhangig is.

De Raad overweegt als volgt.

Zoals de Raad reeds eerder heeft geoordeeld, bijvoorbeeld in zijn uitspraak van 15 december 2005, LJN AU8870, ligt in zijn jurisprudentie besloten dat in een geschil met betrekking tot een premiebesluit als het onderwerpelijke de eerste arbeidsongeschiktheidsdag niet ter discussie kan staan in verband met het bepaalde in artikel 87e van de WAO. In de uitspraken waarop betrokkene doelt diende artikel 87e WAO buiten toepassing te worden gelaten, omdat het besluit tot toekenning van de WAO-uitkering werd genomen vóór 1 januari 1998 (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van 13 november 2003, LJN AO2932). Deze situatie doet zich in het onderhavige geval niet voor.

Indien in de procedure omtrent de toekenning van de WAO-uitkering blijkt dat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag onjuist is vastgesteld, kan betrokkene zich tot appellant wenden met het verzoek tot premievermindering als voorzien in artikel 6 van het Besluit premiedifferentiatie WAO.

Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep slaagt. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door N.J. van Vulpen-Grootjans. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A. Kovács als griffier, uitgesproken in het openbaar op 22 juni 2006.

(get.) N.J. van Vulpen-Grootjans.

(get.) A. Kovács.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. WAO | WAO | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x