Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   WAO
x
LJN:
x
AX9562
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 23-06-2006
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Weigering WAO-uitkering. Betrokkene voldoet niet aan de voorwaarden om in aanmerking te worden gebracht voor een WAO-uitkering.
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 04/6269 WAO




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats], Marokko (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam, van 6 oktober 2004, 04/264 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 23 juni 2006.




I. PROCESVERLOOP


De echtgenote van appellant heeft namens appellant hoger beroep ingesteld en heeft ter onderbouwing van dit hoger beroep verwezen naar een viertal medische verklaringen.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 mei 2006, waar appellant, met kennisgeving, niet is verschenen, en waar het Uwv zich heeft doen vertegenwoordigen door mr. J.B. van der Horst.




II. OVERWEGINGEN


Appellant, die van 1979 tot en met 22 september 1988 werkzaam is geweest in loondienst in de tuinbouw in Nederland, heeft zich vanuit Marokko, tijdens een vakantie aldaar, ziek gemeld met ingang van 14 november 1988. Appellant is na terugkomst in Nederland door een verzekeringsarts van de rechtsvoorganger van het Uwv op en na 6 maart 1989 niet langer ongeschikt geacht om zijn werk te verrichten. Appellant zou, naar eigen zeggen, op 3 april 1989 hebben hervat in zijn werk, maar op 19 mei 1989 blijvend zijn uitgevallen. In de loop van 1989 is appellant teruggekeerd naar Marokko, alwaar hij op 10 oktober 2001 via de CNSS een aanvraag heeft gedaan voor een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), wegens sinds 7 november 1988 bestaande arbeidsongeschikt. Appellant acht zich volledig arbeidsongeschikt en heeft ter onderbouwing van zijn aanvraag diverse medische stukken overgelegd.

De aanvraag van appellant is door het Uwv bij besluit van 30 september 2003, gehandhaafd bij besluit op bezwaar van 12 januari 2004, afgewezen omdat appellant nimmer de wachttijd vervuld heeft omdat hij niet 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt is geweest. Het Uwv heeft hiertoe overwogen dat uit de overgelegde medische stukken niet aannemelijk wordt dat er sprake is van een ernstige aandoening sinds 1989 en evenmin van een aandoening die noodzaakt tot een volledige bedlegerigheid.

De rechtbank heeft het door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe het volgende overwogen (waarbij appellant als eiser is aangeduid en het Uwv als verweerder):

"Recht op toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontstaat volgens artikel 19 van de WAO voor een verzekerde zodra hij 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt is geweest, indien hij na afloop van deze periode nog arbeidsongeschikt is.

In beroep heeft eiser aangevoerd dat hij in 1988 in verband met psychische klachten arbeidsongeschikt is geworden en dat hij sedertdien onafgebroken arbeidsongeschikt is gebleven. Daartoe heeft hij een groot aantal verklaringen van medische deskundigen in Marokko overgelegd.

Verweerder heeft in het verweerschrift aangevoerd dat de door eiser overgelegde verklaringen geen aanleiding vormen om het in het bestreden besluit neergelegde standpunt te herzien.

Het besluit van verweerder berust op de conclusie van de verzekeringsarts in diens rapportage van 29 augustus 2003 inhoudende dat eiser niet gedurende een periode 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt is geweest.

De rechtbank ziet, mede gelet op de overige gedingstukken, geen aanleiding om aan het oordeel van de verzekeringsarts van verweerder te twijfelen.

Uit de voorhanden gegevens is gebleken dat eiser in de periode vanaf 14 november 1988, de datum waarop hij zich tijdens zijn vakantie in Marokko ziek heeft gemeld, tot de datum 6 maart 1989, met ingang van welke datum hij destijds niet langer arbeidsongeschikt in de zin van de Ziektewet is geacht, ziekengeld heeft ontvangen, doch niet tegen die hersteld verklaring is opgekomen, zodat die beslissing in rechte is komen vast te staan. Sindsdien is van eiser geen ziekmelding meer ontvangen, totdat hij zich met de onderhavige aanvraag van 10 oktober 2001 via de CNSS tot verweerder heeft gewend.

Uitgaande van het ziektegeval van 14 november 1988 enerzijds en de hersteld verklaring per 6 maart 1989 anderzijds moet worden geconcludeerd dat van een arbeidsongeschiktheidsperiode van 52 weken geen sprake is.
Ook overigens is niet gebleken van relevante (verzekerde) periode gedurende welke eiser 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt is geweest.

Daaruit volgt dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden om in aanmerking te worden gebracht voor een WAO-uitkering.
Verweerder heeft derhalve op goede gronden aan eiser een uitkering ingevolge de WAO geweigerd."

De Raad kan zich geheel vinden in bovengenoemde overwegingen van de rechtbank en maakt deze tot de zijne. Hetgeen namens appellant in hoger beroep is aangevoerd heeft de Raad geen aanleiding gegeven anders te oordelen, nu uit deze stukken niet blijkt van een periode van onafgebroken arbeidsongeschiktheid van 52 weken vanaf 14 november 1988, noch dat er op 19 mei 1989 een (nieuwe) ziektemelding heeft plaatsgevonden.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

Beslist wordt als volgt.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries. De beslissing is, in tegenwoordigheid van P.H. Broier als griffier, uitgesproken in het openbaar op 23 juni 2006.

(get.) T.L. de Vries.

(get.) P.H. Broier.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. WAO | WAO | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x