Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   WAO
x
LJN:
x
AY3557
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 30-06-2006
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: WAO-schatting. Betrokkene beschikt in zijn toestand niet over duurzaam benutbare arbeidsmogelijkheden.
 
 
 

 

 
Uitspraak meervoudige kamer 04/143 WAO




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 4 december 2003, nummer 02/764 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 30 juni 2006.




I. PROCESVERLOOP


Met ingang van 1 januari 2002 is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt in dit geding het Uwv in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv). In deze uitspraak wordt onder het Uwv tevens verstaan het Lisv.

Namens appellant is hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend en een nadere toelichting gegeven.

Namens appellant zijn nadere stukken in het geding gebracht.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 mei 2006. Appellant is verschenen bij gemachtigde mr. J.S. van Daal, advocaat te Amsterdam. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.B. van der Horst.




II. OVERWEGINGEN


Het inleidende beroep richt zich tegen het besluit van het Uwv van 18 januari 2002 waarbij het Uwv heeft gehandhaafd zijn besluit van 12 juli 2001 tot verlaging ingaande 25 juni 2001 van de appellant toegekende arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 65-80%. Hieraan ligt ten grondslag dat appellant ondanks de voor hem geldende medische beperkingen in staat is tot het verrichten van gangbare arbeid.

Voor een uitvoeriger weergave van de feiten verwijst de Raad naar de door hem onderschreven en door partijen niet bestreden vaststelling van die feiten in de aangevallen uitspraak. Samengevat komen deze er op neer dat appellant sedert 3 januari 1995 wegens ernstige, chronisch geworden psychische klachten niet langer in staat is tot het verrichten van zijn werk als directeur-grootaandeelhouder van een schildersbedrijf. Hem is een uitkering ingevolge de vrijwillige WAO-verzekering toegekend, laatstelijk berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80-100%.

In oktober 2000 vond een medisch (her)onderzoek plaats. De verzekeringsarts heeft de medische beperkingen van appellant beschreven. Aan de hand hiervan heeft de arbeidsdeskundige onderzoek gedaan naar de voor appellant nog bestaande arbeidsmogelijkheden.

De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard en daarbij de juistheid van de medische grondslag van het bestreden besluit aanvaard.

Uit de door appellant in hoger beroep overgelegde, op verzoek van zijn particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekeraar door een psycholoog en psychiater gezamenlijk opgestelde keuringsrapporten blijkt dat appellant lijdt aan een ernstige depressie, spanningen en sociaalfobische angsten. Zijn gezondheid is in de loop van de jaren niet wezenlijk verbeterd en herstel is niet te verwachten. Deze diagnose, bevindingen en toekomstverwachting worden door de bezwaarverzekeringsarts gedeeld.

Anders dan de bezwaarverzekeringsarts volgt de Raad de in deze keuringsrapporten getrokken, degelijk onderbouwde conclusie dat appellant in deze toestand niet over duurzaam benutbare arbeidsmogelijkheden beschikt. Door zijn angsten is hij geheel geďnvalideerd en vanwege de ernstige depressieve verschijnselen is hij niet tot enig initiatief in staat. De keuringsrapporten maken duidelijk dat deze conclusie zich tevens uitstrekt tot de hier in geschil zijnde datum. De conclusie is voor het onderhavige geding bruikbaar, ongeacht de polisvoorwaarden van de door appellant afgesloten particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering.

Gelet op het vorenstaande heeft appellant geen belang bij een bespreking van zijn overige grieven. Zowel de aangevallen uitspraak als het bestreden besluit kan geen stand houden. De Raad zal het besluit van 12 juli 2001 herroepen.

Het Uwv zal worden veroordeeld in de gedingkosten, aan de kant van appellant wegens de aan hem verleend rechtsbijstand begroot op € 644,-- voor het geding in eerste aanleg en € 644,-- voor het geding in hoger beroep. Het verzoek van appellant tot integrale vergoeding van de proceskosten wijst de Raad af, nu bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht ontbreken.

Ook het verzoek tot vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in de bezwaarprocedure wijst de Raad af, nu niet is gebleken dat het Uwv tegen beter weten in zijn besluit van 12 juli 2001 heeft genomen.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Verklaart het inleidend beroep gegrond;
Vernietigt het bestreden besluit;
Herroept het besluit van 12 juli 2001;
Veroordeelt de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot de betaling van een bedrag van € 1.288,- aan proceskosten, te voldoen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan appellant;
Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan appellant het door hem betaalde griffierecht in eerste aanleg en in hoger beroep, totaal € 116,-- (€ 29 + € 87), vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door D.J. van de Vos als voorzitter en J.W. Schuttel en R.C. Stam als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van T.R.H. van Roekel als griffier, uitgesproken in het openbaar op 30 juni 2006.

(get.) D.J. van de Vos.

(get.) T.R.H. van Roekel.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. WAO | WAO | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x