Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   WAO
x
LJN:
x
AY5924
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 04-08-2006
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Toekenning van een volledige WAO-uitkering. Onvoldoende belang. De uitvoering ligt buiten de reikwijdte bestreden besluit.
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 06/67 WAO




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 21 november 2005, 05/1286 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 4 augustus 2006.




I. PROCESVERLOOP


Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Appellant heeft voorts nadere stukken ingediend.

Beide partijen hebben desgevraagd schriftelijk toestemming verleend voor afdoening buiten zitting.




II. OVERWEGINGEN


Gelet op de vanwege partijen gegeven toestemming daartoe heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege kan blijven en heeft hij het onderzoek gesloten.

Voor een uiteenzetting van de relevante feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak.

De in hoger beroep voorliggende vraag is of in de aangevallen uitspraak terecht is overwogen dat het beroep van appellant tegen het besluit van 18 april 2005 (bestreden besluit), waarin het Uwv het bezwaar van appellant gegrond heeft verklaard en appellant heeft meegedeeld dat de mate van arbeidsongeschiktheid reeds bij besluit van 11 november 2004 is vastgesteld op 80-100%, wegens gebrek aan belang niet-ontvankelijk verklaard is.

De Raad overweegt als volgt.

Bij het besluit van 11 november 2004 is het Uwv, door de mate van appellants arbeidsongeschiktheid op 80-100% vast te stellen, geheel aan appellant tegemoet gekomen. Ter zitting van de rechtbank heeft appellant te kennen gegeven dat zijn beroep zich vooral richt op het feit dat het Uwv geen uitvoering aan dat besluit heeft gegeven.

Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank op goede gronden geoordeeld dat er onvoldoende belang is om appellant in zijn beroep te ontvangen nu het Uwv geheel aan de wensen van appellant tegemoet is gekomen en dat de weigering van het Uwv om aan het besluit van 11 november 2004 uitvoering te geven buiten de reikwijdte van het bestreden besluit valt.

Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, betreft deels grieven die in eerste aanleg reeds zijn aangevoerd en die door de rechtbank op goede gronden zijn verworpen en voor het overige grieven die geen betrekking hebben op de thans in geding zijnde rechtsvraag.

Het vorenstaande leidt tot het oordeel dat de in rubriek II vermelde vraag bevestigend dient te worden beantwoord. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.C.W. Ris-van Huussen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 4 augustus 2006.

(get.) J. Janssen.

(get.) A.C.W. Ris-van Huussen.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. WAO | WAO | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x