Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   WAO
x
LJN:
x
AY5949
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 08-08-2006
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Weigering WAO-uitkering. De medische grondslag van het bestreden besluit is juist vastgesteld.
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 04/4416 WAO




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 28 juli 2004, 02/2766 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 8 augustus 2006.




I. PROCESVERLOOP


Namens appellant heeft mr. L.T.G. van Engelen, advocaat te Wageningen, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend en in aansluiting daarop het rapport van de bezwaarverzekeringsarts M.P.W. Kreté van 28 december 2004 ingezonden.

Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 27 juni 2006. Partijen - appellant met kennisgeving - zijn niet ter zitting verschenen.




II. OVERWEGINGEN


Appellant was werkzaam als keukenhulp toen hij zich op 9 oktober 2000 ziek meldde met psychische klachten. De verzekeringsarts J.K. Jansen had blijkens het rapport van 14 november 2001/7 maart 2002 de beschikking over informatie van de appellant behandelend psychiater L. Teerink van 1 februari 2002. Volgens Teerink was er bij appellant sprake van een depressief toestandsbeeld, gepaard gaande met vitale kenmerken en agitatie met mogelijk prepsychotische belevingen. De draagkracht was laag en appellant kon moeilijk taken combineren. Jansen stelde de diagnose depressie en concludeerde dat appellant, gelet op de informatie van Teerink en de bevindingen bij zijn eigen onderzoek, aangewezen was op eenvoudig gestructureerd werk met beperkingen ten aanzien van werkdruk en conflicthantering. Gezien de duizeligheid en het medicijngebruik mocht appellant, aldus Jansen niet werken op hoogten en niet als chauffeur, en voorts is in verband met slaapstoornissen werk zonder nachtdiensten aangewezen. Jansen legde zijn bevindingen vast in een handgeschreven FIS-formulier, dat uitwerking vond in het belastbaarheidspatroon van 15 maart 2002. Op basis van een en ander en aan de hand van de arbeidsmogelijkhedenlijst van 15 maart 2002 selecteerde de arbeidsdeskundige J.J.A. Faber blijkens het rapport van 26 april 2002 een aantal functies en stelde hij vast dat er, uitgaande van de drie hoogst verlonende functies, geen sprake was van een verlies aan verdiencapaciteit. Vervolgens weigerde het Uwv bij zijn primaire besluit van 3 mei 2002 met ingang van 8 oktober 2001 de door appellant gevraagde uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.

In de bezwaarprocedure onderschreef de bezwaarverzekeringsarts J.M. Fokke blijkens diens rapport van 23 oktober 2002 het onderzoek van Jansen. Fokke beschikte over nadere informatie van Teerink van 16 september 2002, die toen sprak van een vitaal depressief toestandsbeeld met lichte psychotische fenomenen waarbij op zich een redelijke draagkracht leek te bestaan. Volgens Fokke was er geen aanleiding om, zoals namens appellant in het aanvullend bezwaarschrift was gesteld, tevens beperkingen op te nemen ten aanzien van dwingend werktempo, conflicterende functie-eisen en monotoon werk. Mede op basis van het rapport van Fokke verklaarde het Uwv bij zijn besluit van 4 november 2002 het bezwaar van appellant tegen het primaire besluit ongegrond.

De rechtbank onderschreef de medische en arbeidskundige grondslag van het besluit van 4 november 2002 (hierna: het bestreden besluit) en verklaarde het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond. Zij zag in de beschikbare medische gegevens, waaronder ook de brief van Teerink van 16 september 2002, onvoldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat het Uwv de medische beperkingen van appellant zou hebben onderschat. De opmerking van Fokke dat appellant in staat was geweest om in de zomer van 2002 een reis naar Marokko te maken, achtte de rechtbank voor de beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid op de datum in geding niet van belang.

In hoger beroep heeft de gemachtigde van appellant de eerder voorgedragen bezwaren inzake de medische grondslag van het bestreden besluit in essentie herhaald.

De Raad heeft in de beschikbare medische gegevens omtrent appellant geen aanleiding gezien om inzake de medische grondslag van het bestreden besluit tot een ander oordeel te komen dan de rechtbank heeft gegeven. De Raad wijst erop dat Fokke de beschikbare informatie van Teerink heeft gewogen en heeft gemotiveerd waarom deze niet tot verdergaande beperkingen diende te leiden dan door Jansen zijn aangenomen. Met betrekking tot de opmerking in het rapport van Fokke omtrent de reis naar Marokko wees Kreté in het in rubriek I van deze uitspraak vermelde rapport er nog op dat deze reis ruim na de datum in geding viel en derhalve niet relevant is voor de onderhavige beoordeling, welke volgens Kreté berust op het onderzoek van Jansen en de informatie van Teerink. De Raad acht deze toelichting, waarin ook gemotiveerd is aangegeven dat voor een urenbeperking geen aanleiding bestaat, niet onaanvaardbaar.

Nu de Raad, mede bezien in het licht van artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht, ook geen aanleiding ziet de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit rechtens onjuist te achten, komt de Raad tot de slotsom dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

Voor een veroordeling van een partij in de proceskosten van een andere partij ziet de Raad ten slotte geen aanleiding.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door C.W.J. Schoor. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.H.A. Jenniskens als griffier, uitgesproken in het openbaar op 8 augustus 2006.

(get.) C.W.J. Schoor.

(get.) M.H.A. Jenniskens.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. WAO | WAO | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x