Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   WAO
x
LJN:
x
AY6058
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 08-08-2006
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Herziening WAO-uitkering. Arbeidskundige grieven. De mate van arbeidsongeschiktheid is juist vastgesteld.
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 04/3929 WAO




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van 15 juni 2004, 03/446 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 8 augustus 2006.




I. PROCESVERLOOP


Namens appellant heeft mr. Ph.C. Kleyn van Willigen, advocaat te Almelo, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad op 27 juni 2006. Partijen zijn - met voorafgaand bericht - niet verschenen.




II. OVERWEGINGEN


Bij besluit van 11 juni 2002 heeft het Uwv de uitkering van appellant ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), welke laatstelijk werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, met ingang van 1 april 2002 herzien en vastgesteld naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%. Voorts heeft het Uwv bij besluit van 26 juni 2002 de over de periode van 1 april 2002 tot en met 30 juni 2002 ten onrechte aan appellant verstrekte WAO-uitkering van hem teruggevorderd.

Bij besluit van 28 april 2003, verder: het bestreden besluit, heeft het Uwv de bezwaren van appellant tegen voormelde besluiten ongegrond verklaard.

Het namens appellant ingestelde beroep is door de rechtbank in de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard. Aan de orde is de vraag of de Raad de rechtbank kan volgen in haar oordeel dat het bestreden besluit in rechte kan standhouden.

In hoger beroep zijn namens appellant uitsluitend arbeidskundige grieven aangevoerd. De grieven komen - kort gezegd - hierop neer dat de functies ten onrechte aan de schatting ten grondslag zijn gelegd, omdat de bij de functies behorende belasting appellants belastbaarheid overstijgt.

Vooreerst merkt de Raad op dat hij het geding, zoals de rechtbank kennelijk ook heeft gedaan, beperkt acht tot de herziening van appellants WAO-uitkering per 1 april 2002.

Met betrekking tot het medische aspect overweegt de Raad dat hij, onder verwijzing naar en onderschrijving van hetgeen de rechtbank hieromtrent heeft overwogen, geen aanleiding ziet om te oordelen dat de (bezwaar)verzekeringsarts van het Uwv appellants beperkingen heeft onderschat. De Raad merkt nog op dat de beschikbare gegevens voldoende informatie bevatten omtrent de gezondheidstoestand van appellant op de in geding zijnde datum om tot een verantwoord oordeel te komen.

Wat betreft het arbeidskundige aspect van de beoordeling overweegt de Raad als volgt.

De arbeidsdeskundige R. van Olst heeft in zijn rapport van 28 januari 2002 functies behorend tot een viertal fb-codes geduid, te weten fb-code 9714 (expeditiemedewerker tricot), fb-code 8535 (wikkelaar), fb-code 8187 (meubelafwerker) en fb-code 8539 (samensteller elektrotechniek). Van Olst heeft de schatting gebaseerd op de drie eerst genoemde fb-codes en de loonwaarde van de functies behorende tot de middelste fb-code vergeleken met het voor appellant geldende maatmaninkomen. Dit resulteerde, aldus van Olst, in een verlies aan verdiencapaciteit van 40,9%, zodat indeling heeft plaatsgevonden in de arbeidsongeschiktheidsklasse 35 tot 45%.

In bezwaar heeft bezwaararbeidsdeskundige L. de Ponti in zijn rapport van 20 december 2002 gesteld dat de fb-code 8535 (wikkelaar) niet aan de schatting ten grondslag gelegd kan worden gelet op het, tot de in die fb-code behorende functies, gevraagde opleidingsniveau. De Ponti is voorts van mening dat de belastbaarheid van de functies binnen de resterende fb-codes 9714 (expeditiemedewerker tricot), 8187 (meubelafwerker) en 8539 (samensteller elektrotechniek) valt binnen het in bezwaar door bezwaarverzekeringsarts E.V. van Hal-Dik aangescherpte belastbaarheidspatroon, zodat de schatting op deze functies kan worden gebaseerd. Dit leidt - uiteindelijk - niet tot indeling in een andere arbeidsongeschiktheidsklasse.

De Raad is, met betrekking tot de functies behorende tot de fb-code 9714 (expeditiemedewerker tricot) en fb-code 8539 (samensteller elektrotechniek), onder verwijzing naar en met onderschrijving van hetgeen de rechtbank hieromtrent heeft overwogen, van oordeel dat de tot deze fb-codes behorende functies aan de schatting ten grondslag kunnen worden gelegd. De Raad merkt hierbij op dat, anders dan de gemachtigde van appellant meent en evenals de rechtbank heeft geoordeeld, de door de bezwaarverzekeringsarts Van Hal-Dik gegeven toelichting op het functie informatie systeem va/ad formulier (fis) bij het item duwen en trekken als voorbeeld moet worden aangemerkt. Ook overigens is de Raad bij de hier bedoelde functies niet gebleken van ontoelaatbare overschrijding van appellants belastbaarheid.

Met betrekking tot de functies meubelafwerker (fb-code 8187) is bij de Raad, op basis van de beschikbare gegevens, twijfel gerezen of de functiebelasting appellants belastbaarheid niet overstijgt. De Raad overweegt hierbij dat appellant ingevolge de verwoording van zijn belastbaarheid, dat een uitwerking is van het handgeschreven FIS-formulier, in staat wordt geacht gedurende 4 uur per werkdag 15 minuten aaneengesloten gebogen werkzaamheden te verrichten. In de verwoordingen functiebelasting van voornoemde functies is op het item gebogen werken aangegeven 'gebogen werken gedurende ongeveer 4 uur per werkdag 1 minuut aaneengesloten. Tijdens schuren.' Uit de verkorte functieomschrijving blijkt voorts dat schuren 80% van de werkzaamheden uitmaakt.
Op grond van deze informatie is de Raad niet overtuigd dat de functiebelasting van deze functies blijft binnen de voor appellant geldende belastbaarheid zodat deze functies niet aan de schatting ten grondslag gelegd kunnen worden.

Op grond van het navolgende is de Raad echter van oordeel dat het vervallen van fb-code 8187 (meubelafwerker) geen gevolgen heeft voor de schatting van appellants mate van arbeidsongeschiktheid.

Met het Uwv, zoals aangegeven in zijn verweerschrift van 31 juli 2003 in eerste aanleg, ziet de Raad geen reden de functies behorende tot de fb-code 8535 (wikkelaar) niet aan de schatting ten grondslag te leggen. De Raad overweegt hierbij dat, gegeven het feit dat appellant beschikt over een VBO-diploma, hij geen aanleiding ziet om te veronderstellen dat appellant niet beschikt over het bij de functies behorende tot deze fb-code gevraagde VBO-niveau. Nu de Raad ook anderszins niet is gebleken dat deze functies niet passend zouden zijn kunnen deze functies aan de schatting ten grondslag worden gelegd.

Uit het vorenstaande vloeit voort dat het Uwv de mate van appellants arbeidsongeschiktheid per 1 april 2002 terecht heeft vastgesteld naar de arbeidsongeschiktheidsklasse 35 tot 45%, zodat het hoger beroep niet kan slagen en de aangevallen uitspraak, zij het op grond van het vorenoverwogene met gedeeltelijke aanpassing van gronden, voor bevestiging in aanmerking komt.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door C.W.J. Schoor. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.H.A. Jenniskens als griffier, uitgesproken in het openbaar op 8 augustus 2006.

(get.) C.W.J. Schoor.

(get.) M.H.A. Jenniskens.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. WAO | WAO | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x