Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   WAO
x
LJN:
x
AY6675
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 18-08-2006
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: WAO-schatting. Zijn de medische beperkingen juist ingeschat?
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 04/1844 WAO




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 25 februari 2004, 03/1290 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 18 augustus 2006.




I. PROCESVERLOOP


Appellant heeft hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 juli 2006. Appellant is niet verschenen, voor het Uwv is verschenen mr. R.A. van de Berkt.




II. OVERWEGINGEN


Appellant was laatstelijk sedert 20 maart 2000 voltijds werkzaam als vrachtwagenchauffeur binnenland toen hij op 16 november 2001 voor dat werk uitviel met geleidelijk aan toegenomen rugklachten.
Na onderzoek door een verzekeringsarts, die medische beperkingen in een belastbaarheidspatroon heeft vastgelegd, en een arbeidsdeskundige, die op basis van de vastgestelde beperkingen aan appellant functies heeft voorgehouden die hij zou moeten kunnen vervullen, is aan appellant bij besluit van 13 januari 2003 per 15 november 2002 een WAO-uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35-45% toegekend.
Bij besluit van 8 mei 2003 is appellants bezwaar tegen dat toekenningsbesluit ongegrond verklaard.

Bij de aangevallen uitspraak is appellants beroep tegen het besluit van 8 mei 2003 ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank - kort samengevat - overwogen dat er gelet op de beschikbare medische gegevens geen redenen zijn om te twijfelen aan de juistheid van de door de verzekeringsarts vastgestelde belastbaarheid, in aansluiting op de wachttijd van - nu uit de medische stukken niet is af te leiden dat er sprake is van toegenomen beperkingen - 52 weken, en dat appellant met die aldus vastgestelde beperkingen in staat moet worden geacht tot vervulling van de aan hem voorgehouden functies.

In hoger beroep heeft appellant gesteld dat zijn medische beperkingen per 12 (lees: 15) november 2002 op basis van de beschikbare medische gegevens onjuist zijn ingeschat.

De Raad overweegt als volgt.

Evenals in beroep ligt thans in hoger beroep ter beantwoording voor de vraag of het besluit op bezwaar van 8 mei 2003 terecht en op goede gronden is genomen.
De Raad beantwoordt die vraag evenals de rechtbank bij de aangevallen uitspraak bevestigend. De Raad onderschrijft de door de rechtbank gehanteerde overwegingen geheel en maakt die tot de zijne. Daarbij heeft de Raad met name in aanmerking genomen dat appellant zijn in hoger beroep ingenomen standpunt niet heeft onderbouwd met objectieve medische stukken die een ander licht werpen op de medische kant van de zaak, waartoe appellant het geding in hoger beroep heeft beperkt.

Het voorgaande betekent dat het hoger beroep faalt en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd. Voor een proceskostenveroordeling zijn geen termen aanwezig.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door G.J.H. Doornewaard. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.C.W. Ris-van Huussen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 18 augustus 2006.

(get.) G.J.H. Doornewaard.

(get.) A.C.W. Ris-van Huussen.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. WAO | WAO | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x