Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   WAO
x
LJN:
x
AY7331
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 29-08-2006
Soort procedure: herziening
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Afwijzing van het verzoek om herziening van een eerdere uitspraak van de CRvB.
 
 
 

 

 
Uitspraak meervoudige kamer 05/7301 WAO




U I T S P R A A K




op het verzoek om herziening van:

[verzoekster], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoekster),

inzake de uitspraak van de Raad van 22 november 2005, 03/4548, 04/604 en 05/4836,

in het geding tussen:

verzoekster

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv),

Datum uitspraak: 29 augustus 2006.




I. PROCESVERLOOP


Namens verzoekster heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, om herziening verzocht van bovengenoemde uitspraak van de Raad van 22 november 2005.

Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid een verweerschrift in te dienen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 juli 2006. Partijen zijn, met bericht, niet verschenen.




II. OVERWEGINGEN


Ingevolge artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 17 van de Beroepswet kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vr de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vr de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

Namens verzoekster is omstandig betoogd dat de uitspraak van de Raad van 22 november 2005 niet in stand kan blijven. Ondanks de omvang van dit betoog is daarbij echter niet aangegeven welke aan die uitspraak voorafgaande feiten bij verzoekster niet bekend waren dan wel redelijkerwijs niet bekend konden zijn. Reeds om die reden dient het verzoek te worden afgewezen. Voorzover het standpunt van verzoekster er op neer komt dat de door haar genoemde uitspraken van de Raad van 13 april 2005 dan wel van 13 juli 2005 als nieuwe feiten moeten worden aangemerkt, kan ook dat betoog niet slagen, omdat indien al een rechterlijke uitspraak als feit of een omstandigheid in de zin van artikel 8:88, aanhef en onderdeel a, van de Awb, kan worden aangemerkt, daarvan in elk geval in dit geval geen sprake kan zijn omdat de bedoelde uitspraken, gelet op de data waarop die uitspraken zijn gedaan, door verzoekster nog ter zitting van 11 oktober 2005 aan de orde hadden kunnen worden gesteld.

Het verzoek om herziening dient daarom te worden afgewezen.

Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Wijst het verzoek om herziening af.

Deze uitspraak is gedaan door K.J.S. Spaas als voorzitter en C.W.J. Schoor en H.G. Rottier als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van T.S.G. Staal als griffier, uitgesproken in het openbaar op 29 augustus 2006.
  
(get.) K.J.S. Spaas.

(get.) T.S.G. Staal.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. WAO | WAO | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x