Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   WAO
x
LJN:
x
AY7655
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 24-08-2006
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Verhoging WAO-dagloon met terugwerkende kracht. Is ten onrechte geen rekening gehouden met de CAO-toeslag die betrokkene zou hebben ontvangen?
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 05/774 WAO




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 29 december 2004, kenmerk 04/2248 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

[betrokkene], wonende te [woonplaats], Marokko (hierna: betrokkene).

Datum uitspraak: 24 augustus 2006.




I. PROCESVERLOOP


Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Namens betrokkene heeft mr. P.H.A. Brauer, advocaat te Heerlen, een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 juli 2006. Appellant heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. M.H.A.H. Smithuysen, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, en namens betrokkene is verschenen mr. Brauer, voornoemd.




II. OVERWEGINGEN


Voor een uitgebreidere weergave van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat thans met het volgende.

Betrokkene werkte laatstelijk bij Volvo Car B.V. te Born. Bij besluit van 4 september 1985 heeft appellant met ingang van 16 september 1985 aan betrokkene een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend, waarbij het WAO-dagloon is vastgesteld op f 143,35. In dit besluit heeft betrokkene berust.

Bij brief van 11 april 2003 is namens betrokkene verzocht om het dagloon alsnog te verhogen, waarbij is aangevoerd dat ten onrechte geen rekening is gehouden met de reiskostenvergoeding voor een jaarlijkse vakantiereis naar het land van herkomst, zes extra reisdagen en extra vakantieverlof.

Bij besluit van 15 mei 2003 heeft appellant het WAO-dagloon van betrokkene met terugwerkende kracht verhoogd tot 61,17. Hierbij is rekening gehouden met een reiskostenvergoeding ad 457,41 per jaar. Bij het bestreden besluit van 28 november 2003 is het bezwaar ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard omdat appellant ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de CAO-toeslag die betrokkene zou hebben ontvangen.

Appellant bestrijdt echter dat is aangetoond dat betrokkene de CAO-toeslag in de referteperiode heeft ontvangen.

De Raad overweegt als volgt.

Naar aanleiding van het verzoek van betrokkene van 11 april 2003 is appellant teruggekomen van het besluit van 4 september 1985.

Zoals de Raad heeft overwogen in zijn uitspraak van 14 juli 2005 (LJN AU0008) is het terugkomen van besluiten die in rechte onaantastbaar zijn geworden een bevoegdheid en kan de wijze waarop van die bevoegdheid gebruik wordt gemaakt door de rechter slechts terughoudend worden beoordeeld. Een toetsing ten volle zou zich niet verdragen met de dwingendrechtelijk voorgeschreven termijn(en) voor het instellen van rechtsmiddelen in het bestuursrecht. Daarnaast brengt het feit dat wordt verzocht terug te komen van een in rechte onaantastbaar geworden besluit met zich dat het aan betrokkene is aan te geven waarom de eerdere besluiten niet juist zouden zijn en van zijn stellingen - uiterlijk in de bezwaarfase - het nodige bewijs te leveren.

Nu betrokkene heeft berust in de oorspronkelijke dagloonvaststelling ligt het op zijn weg gegevens aan te dragen waaruit volgt dat de eerdere dagloonvaststelling onjuist is.
Door betrokkene zijn geen gegevens aangedragen waaruit blijkt dat hij in de referteperiode een CAO-toeslag heeft ontvangen. De namens hem overgelegde overzichten leveren dat bewijs ook niet.

Het voorgaande betekent dat het hoger beroep slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. Het beroep zal ongegrond worden verklaard.

Voor een proceskostenveroordeling acht de Raad geen termen aanwezig.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door G. van der Wiel. De beslissing is, in tegenwoordigheid van C.M.T. Kruls als griffier, uitgesproken in het openbaar op 24 augustus 2006.

(get.) G. van der Wiel.

(get.) C.M.T. Kruls.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. WAO | WAO | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x