Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   WAO
x
LJN:
x
AY8043
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 12-09-2006
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Herziening WAO-uitkering. Juistheid van het oordeel over de belastbaarheid en de daaraan gekoppelde voorgehouden functies.
 
 
 

 

 
Uitspraak meervoudige kamer 04/4424 WAO




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 4 augustus 2004, 02/4743 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 12 september 2006.




I. PROCESVERLOOP


Namens appellant heeft mr. J. Singh, advocaat te Hoofddorp, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 augustus 2006.

Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Singh. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A.W.G. Determan.



II. OVERWEGINGEN


Bij besluit van 28 oktober 2002, verder: het bestreden besluit, is ongegrond verklaard het bezwaar van appellant tegen een besluit van 16 november 2001, waarbij is besloten appellants uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) te herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25% met ingang van 30 december 2001.

De rechtbank heeft zich blijkens de aangevallen uitspraak met het bestreden besluit kunnen verenigen. Wat betreft het medisch aspect daarvan heeft de rechtbank doorslaggevende betekenis toegekend aan het rapport van 15 september 2003 dat de psychiater M. Kazemier op verzoek van de rechtbank heeft uitgebracht over de gezondheidstoestand van appellant en aan de schriftelijke reactie van die deskundige van 15 december 2003 op de schriftelijke opmerkingen die de behandelend psychiater G.T. Calor naar aanleiding van dat rapport heeft gemaakt.

Ook wat betreft het arbeidsdeskundige aspect van het bestreden besluit heeft de rechtbank geen aanleiding gevonden het besluit onjuist te achten.

In hetgeen namens appellant in hoger beroep is aangevoerd heeft de Raad geen aanleiding gevonden om het oordeel van de rechtbank over het bestreden besluit onjuist te achten.
Het in hoger beroep door appellant overgelegde rapport van de zenuwarts G.W. de Graaff van 27 september 2004 kan daaraan niet afdoen, reeds niet omdat uit dit rapport geen nieuwe medische gegevens blijken en niet wordt toegelicht en gemotiveerd waarom De Graaff in afwijking van de door de rechtbank ingeschakelde deskundige Kazemier appellant wel en zelfs volledig arbeidsongeschikt in de zin van de WAO acht.

Ook de door appellant in hoger beroep overgelegde brief van 13 juli 2006 van de psychiater Calor bevat inhoudelijk geen nieuwe gegevens. Op het standpunt van die psychiater met betrekking tot de (on)mogelijkheid voor appellant om arbeid te verrichten is reeds tijdens de procedure bij de rechtbank door de deskundige Kazemier afdoende gereageerd.

Voor zover het hier gaat om een medische inschatting van de mogelijkheden van appellant kent ook de Raad aan het oordeel daarover van de niet op verzoek van een partij maar door de rechtbank zelf ingeschakelde psychiater Kazemier beslissende betekenis toe.

Ook in arbeidskundig opzicht heeft de Raad geen gronden gevonden om het bestreden besluit onjuist te achten. Daarbij heeft de Raad mede in aanmerking genomen hetgeen blijkt uit het rapport van de arbeidsdeskundige F. Swart van 25 november 2004, waarvan de juistheid van de zijde van appellant niet is weersproken.

Nu ook overigens in het licht van artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geen aanleiding bestaat voor het oordeel dat het bestreden besluit in rechte geen stand kan houden, komt de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door K.J.S. Spaas als voorzitter en H.G. Rottier en P.J. Stolk als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van P.H. Broier als griffier, uitgesproken in het openbaar op 12 september 2006.

(get.) K.J.S. Spaas.

(get.) P.H. Broier.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. WAO | WAO | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x