Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   WAO
x
LJN:
x
AY8872
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 22-09-2006
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Ongewijzigde vaststelling van de WAO-uitkering. Betrokkene heeft geen nieuwe relevante gezichtspunten naar voren gebracht.
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 04/1854 WAO




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 15 maart 2004, reg.nr. 2003/100 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 22 september 2006.




I. PROCESVERLOOP


Namens appellant heeft mr. R.C. Breuls, advocaat te Geleen, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting op 11 augustus 2006, waar partijen niet zijn verschenen.




II. OVERWEGINGEN


Het inleidend beroep richt zich tegen het besluit van het Uwv van 20 december 2002, waarbij het Uwv - beslissend op bezwaar - de WAO-uitkering van appellant, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%, ongewijzigd heeft vastgesteld.

De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd vormt een herhaling van hetgeen door hem reeds in beroep is aangevoerd.
Wederom heeft appellant gesteld dat hij in verband met ”evenwichtsstoornissen en klachten in de armen en benen” niet in staat is zelfs lichte werkzaamheden te verrichten, dat het Uwv zijn klachten onvoldoende zorgvuldig heeft onderzocht en dat een onderzoek door een onafhankelijk deskundige is aangewezen.
Nieuwe relevante gezichtspunten heeft appellant niet naar voren gebracht.

Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank de in - hoger beroep herhaalde - grieven van appellant afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom die grieven niet kunnen slagen.
Het hoger beroep treft derhalve geen doel. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.

Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J. Brand. De beslissing is, in tegenwoordigheid van N.E. Nijdam als griffier, uitgesproken in het openbaar op 22 september 2006.

(get.) J. Brand.

(get.) N.E. Nijdam.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. WAO | WAO | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x