Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   WAZ
x
LJN:
x
AQ6757
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 28-07-2004
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Niet-uitbetaling van de WAZ-uitkering wegens inkomsten uit arbeid. Is de winst uit onderneming, zoals bij de Belastingdienst aangegeven, aan te merken als inkomsten uit arbeid?
 
 
 

 

 
Uitspraak 02/3774 WAZ




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

[appellante], wonende te [woonplaats], appellante,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Met ingang van 1 januari 2002 is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt in dit geding de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv). In deze uitspraak wordt onder gedaagde tevens verstaan het Lisv.

Namens appellante heeft mr. A.A. Slager, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand te Zoetermeer, hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem dd. 14 juni 2002 in de appellante betreffende zaak met (rechtbank)nummer Awb 01-1044.

Door gedaagde is een verweerschrift ingediend.

Namens appellante zijn nadere stukken in het geding gebracht.

Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 16 juni 2004, waar appellante, na voorafgaand schriftelijk bericht, niet is verschenen en waar gedaagde zich heeft laten vertegenwoordigen door mr. M. Oltmans, werkzaam bij het Uwv.




II. MOTIVERING


In dit geding is de vraag aan de orde of de rechtbank in haar uitspraak terecht heeft geoordeeld dat het door appellante in rechte betwiste besluit van gedaagde van 18 juni 2001 in rechte stand kan houden.

In dat besluit is door gedaagde ongegrond verklaard het bezwaar van appellante - tegen het besluit van 18 januari 2001 om de haar toegekende uitkering ingevolge de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) (tot 1 januari 1998), respectievelijk de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) (vanaf 1 januari 1998), die is gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80-100%, wegens inkomsten uit arbeid, ingaande 3 augustus 1997 niet uit te betalen en - tegen het besluit van 8 februari 2001 om de over de periode van 3 augustus 1997 tot 1 augustus 2000 onverschuldigd betaalde AAW-, respectievelijk WAZ-uitkering ten bedrage van in totaal f 63.196,29 (bruto uitkering + overhevelingstoeslag) terug te vorderen.

Het geding spitst zich in hoger beroep, evenals in eerste aanleg, toe op de vraag of de door appellante over de jaren 1997, 1998 en 1999 bij de Belastingdienst aangegeven winst uit onderneming, door gedaagde bij het bestreden besluit terecht als - voor korting ingevolge de wettelijke kortingsbepalingen vatbare - inkomsten uit arbeid is aangemerkt.

Appellante handhaaft in hoger beroep haar standpunt dat zij na 3 augustus 1996, wegens ernstige hartklachten feitelijk geen arbeid meer heeft verricht. Gedaagde blijft in hoger beroep, ook na kennisneming van de namens appellante in hoger beroep ingediende schriftelijke verklaringen, van mening dat appellante voormeld standpunt onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt.

De Raad is met de rechtbank, op door de rechtbank in de aangevallen uitspraak vermelde gronden, van oordeel dat gedaagde bij het bestreden besluit terecht heeft aangenomen dat de inkomsten die eiseres uit de vennootschap onder firma ontving, als inkomsten uit arbeid moeten worden aangemerkt.

Naar het oordeel van de Raad rust de bewijslast van het door appellante ingenomen andersluidende standpunt bij appellante, en is appellante in dat bewijs niet geslaagd.

Met betrekking tot het door appellante ingenomen standpunt dat de belastingaangiften over de jaren 1997 tot en met 1999 in strijd met de waarheid zijn ingevuld verwijst de Raad naar hetgeen de rechtbank in de aangevallen uitspraak terzake heeft overwogen.

Het door appellante vermelde feit dat de loonkosten aanmerkelijk zijn gestegen sinds de zoon van appellante in 1997 bij het bedrijf is komen werken, hetgeen ook blijkt uit de in de zich in het dossier bevindende financiŽle gegevens van het bedrijf, is naar het oordeel van de Raad geen ondubbelzinnig bewijs voor de stelling dat appellante sinds 3 augustus 1997 niet heeft gewerkt. De Raad merkt in dit verband nog op dat uit voormelde stukken ook blijkt dat de omzet is gestegen.

De stelling van appellante dat haar medische situatie het haar niet toestond enige werkzaamheden te verrichten, is niet met informatie van de appellante behandelend specialist onderbouwd en kan naar het oordeel van de Raad evenmin leiden tot ondubbelzinnig bewijs van voormelde stelling.

Ook aan de in hoger beroep namens appellante ingediende (getuigen)verklaringen van drie familieleden die bij de vennootschap onder firma werken en een accountmanager, die - kort gezegd - verklaren dat appellante geen werkzaamheden voor het assurantiekantoor heeft verricht, kan naar het oordeel van de Raad in het licht van de overige gegevens, mede gezien de summiere inhoud van die verklaringen, niet de betekenis worden toegekend die appellante daaraan toegekend wil zien.

Gelet op bovenstaande overwegingen is de Raad van oordeel dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

De Raad beslist als volgt.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gegeven door mr. J.W.Schuttel als voorzitter en mr. Ch.J.G. Olde Kalter en mr. M.C. Bruning als leden, in tegenwoordigheid van mr. J.W.P. van der Hoeven als griffier en uitgesproken in het openbaar op 28 juli 2004.

(get.) J.W. Schuttel.

(get.) J.W.P. van der Hoeven.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. WAZ | WAZ | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x