Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   WAZ
x
LJN:
x
AY6226
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 28-07-2006
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Onveranderde voortzetting van de WAZ-uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%. Zijn de medische en de arbeidskundige beoordeling juist?
 
 
 

 

 
Uitspraak meervoudige kamer 04/3536 WAZ




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 24 mei 2004, 02/2871 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 28 juli 2006.




I. PROCESVERLOOP


Namens appellant heeft mr. D.A.M. Lagarrigue, adviseur sociale zekerheid, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

De beroepsgronden zijn, onder inzending van een neuropsychologisch rapport van 27 april 2005 van de klinisch psycholoog drs. W.D. van der Zwaag, aangevuld door mr. M.K. Jansen, kantoorgenoot van mr. Lagarrigue, voornoemd.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 juni 2006. Appellant is verschenen bij zijn gemachtigde mr. Jansen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door E.H.J.A. Olthof.




II. OVERWEGINGEN


Bij het thans bestreden en op bezwaar genomen besluit van 21 november 2002 heeft het Uwv zijn besluit van 24 mei 2002 gehandhaafd dat de aan appellant ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) verleende uitkering onveranderd naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45% wordt vastgesteld.

De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak als haar oordeel gegeven dat appellant in staat moest worden geacht arbeid te verrichten die in overeenstemming is met zijn vastgestelde beperkingen. Voorts heeft de rechtbank de tegen de arbeidskundige kant van de schatting ingebrachte grieven verworpen. Daarop is het bestreden besluit in stand gelaten.

In hoger beroep heeft appellant tegen de arbeidsongeschiktheidsschatting gelijke grieven aangevoerd als in eerste aanleg, ditmaal ondersteund door het in rubriek I vermelde rapport van de klinisch psycholoog Van der Zwaag. In het bijzonder heeft appellant aangevoerd dat op grond van de uitkomsten van het neuropsychologisch onderzoek, waarvan in dit rapport verslag wordt gedaan, voldoende aannemelijk is dat een medische urenbeperking ten onrechte door de (bezwaar)verzekeringsarts niet is aanvaard. Tevens is aangevoerd dat gelet op dit rapport en de medicatie van appellant zijn belastbaarheid op een groot aantal items meer beperkt is dan bij het bestreden besluit is aangenomen en dat hij de geduide functies niet kan vervullen omdat daarin sprake is van met snelle regelmaat zich herhalend werk.

De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen. Mede gelet op het bij rapport van 14 maart 2006 door de bezwaarverzekeringsarts F.G. Slebus gegeven commentaar op het rapport van de klinisch psycholoog Van der Zwaag ziet de Raad daarin onvoldoende aanwijzingen voor de veronderstelling dat de medische beperkingen van appellant door de (bezwaar)verzekeringsarts zijn onderschat. Ten aanzien van het medicijngebruik van appellant en de daaraan verbonden bijwerkingen heeft de bezwaarverzekeringsarts Slebus erop gewezen dat de stelling dat daaruit meer beperkingen voortvloeien berust op de eigen interpretatie van appellant en zijn gemachtigde zonder verdere onderbouwing.
Deze bezwaarverzekeringsarts heeft, eenmaal bekend met de aard van de aan appellant voorgeschreven medicatie, daarin geen aanleiding gezien de medische beperkingen van appellant tot het verrichten van arbeid aan te scherpen.

Bij brief van 31 mei 2006 van appellants gemachtigde is een uitspraak van 20 januari 2006 van de rechtbank Arnhem ingezonden met betrekking tot een op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (WOB) gedaan verzoek aan het Uwv om (voorzover hier van belang) de zogeheten functie-enqueteformulieren toe te zenden die ten grondslag liggen aan de belastingpatronen en verkorte functiebeschrijvingen van de in het functie-informatiesysteem (FIS) opgenomen functies. Mede gelet op het verhandelde ter zitting stelt de Raad vast dat deze problematiek slechts ad informandum aan de Raad ter kennis is gebracht en in dit geding niet aan de orde is. De Raad kan dan ook volstaan met onderschrijving van het op vaste jurisprudentie van de Raad gestoelde oordeel van de rechtbank dat indien eenmaal het uitvoeringsorgaan de belasting die de werkzaamheden in een bepaalde functie met zich brengen, heeft vastgesteld en in een bepaalde score in het FIS heeft weergegeven, zowel verzekerde als de toetsende instantie er van uit moeten kunnen gaan dat die weergave een juiste afspiegeling vormt van de in de betreffende functie werkelijk voorkomende belasting, tenzij wordt aangetoond dat deze onjuist is. Terecht heeft de rechtbank overwogen dat het enkel stellen dat in functies werk onder tijdsdruk en in dwingend werktempo voorkomt niet volstaat om de belastingpatronen van die functies (waarin dit niet is vermeld) voor onjuist te houden.

Uit het vorenstaande vloeit voort dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

De Raad ziet geen aanleiding voor het uitspreken van een proceskostenveroordeling.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos als voorzitter en J.W. Schuttel en R.C. Stam als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M. Gunter als griffier, uitgesproken in het openbaar op 28 juli 2006.

(get.) D.J. van der Vos.

(get.) M. Gunter.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. WAZ | WAZ | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x