Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   WAZ
x
LJN:
x
AY7281
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 30-08-2006
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens verval van procesbelang, nu hangende het hoger beroep volledig aan betrokkenes bezwaar is tegemoetgekomen. Toewijzing van proceskostenvergoeding.
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 05/4548 WAZ




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank s-Gravenhage van 10 juni 2005, 04/4967 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

  
Datum uitspraak: 30 augustus 2006.




I. PROCESVERLOOP


Namens appellant heeft mr. K.A.M. Korssen-van der Ruijt, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand te Zoetermeer, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

Bij brief van 10 maart 2006 heeft het Uwv de Raad meegedeeld dat per dezelfde datum een gewijzigde beslissing op bezwaar is afgegeven. In deze nieuwe beslissing wordt het bezwaar van appellant alsnog gegrond verklaard en aan appellant een WAZ-uitkering toegekend met ingang van 30 juli 2004, berekend naar een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%.

Namens appellant heeft mr. K.A.M. Korssen-van der Ruijt bij schrijven van 23 juni 2006 verzocht om het Uwv in de proceskosten van appellant te veroordelen.

Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.




II. OVERWEGINGEN


Blijkens de brief d.d. 23 juni 2006 van de gemachtigde van appellant heeft appellant geen belang meer bij een beoordeling van het hoger beroep, zodat dit niet-ontvankelijk kan worden verklaard.

De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op 322,- voor verleende rechtsbijstand in beroep en 322,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.

Voorts merkt de Raad nog op dat uit het bepaalde in artikel 22, vijfde lid, van de Beroepswet volgt dat appellant zich met een verzoek om vergoeding van het betaalde griffierecht rechtstreeks tot het Uwv dient te wenden.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de kosten van appellant tot een bedrag groot 644,-, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 30 augustus 2006.

(get.) Ch. van Voorst.

(get.) A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. WAZ | WAZ | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x