Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   WAZ
x
LJN:
x
AZ4135
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 24-11-2006
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Intrekking van de eerder naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100% berekende WAZ-uitkering omdat betrokkene met ingang van de datum in geding minder dan 25% arbeidsongeschikt wordt geacht. Betrokkene heeft geen gegevens van medische of andere aard ingezonden die enig aanknopingspunt bieden voor de veronderstelling dat het onderzoek van de zenuwarts niet lege artis is verlopen en/of dat zijn conclusie is gekleurd door de omstandigheid dat hij op verzoek van de rechtsbijstandsverzekeraar van betrokkene zijn onderzoek heeft verricht.
 
 
 

 

 
Uitspraak meervoudige kamer 04/5640 WAZ




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 13 september 2004, 04/163 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

[betrokkene], wonende te [woonplaats] (hierna: betrokkene),

en

appellant.

Datum uitspraak: 24 november 2006.




I. PROCESVERLOOP


Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Namens betrokkene heeft mr. E. Huis-Grondman, werkzaam bij de Stichting Rechtsbijstand te Zoetermeer, een verweerschrift ingediend.

Door de Raad desverzocht heeft appellant bij brief van 18 april 2005 een inlichting verstrekt.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 oktober 2006. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G. Koopman, werkzaam bij het Uwv. Betrokkene is met kennisgeving niet verschenen.




II. OVERWEGINGEN


Voor een overzicht van de voor dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar hetgeen de rechtbank, gelet op de gedingstukken met juistheid, in de aangevallen uitspraak heeft weergegeven. De Raad volstaat hier met de vermelding dat appellant bij het thans bestreden en op bezwaar genomen besluit van 4 december 2003 heeft besloten de intrekking per 15 oktober 2003 te handhaven van de eerder aan betrokkene op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100% verleende uitkering.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het bestreden besluit, onder gegrondverklaring van het daartegen gerichte beroep, vernietigd en met toepassing van 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het primaire intrekkingsbesluit van 15 augustus 2003 herroepen. Daarbij heeft de rechtbank doorslaggevende betekenis toegekend aan het op verzoek van betrokkene door de zenuwarts J.A.H. Koelen uitgebrachte rapport van 15 mei 2004. Deze is tot de conclusie gekomen dat betrokkene “buiten staat is enige arbeid te verrichten van enige duurzaamheid en intensiteit”. Bij zijn onderzoek heeft deze zenuwarts de beschikking gehad over eerder over betrokkene uitgebrachte rapporten, waaronder het rapport van 15 mei 2003 van de psychiater E.F. van Ittersum, dat op verzoek van de verzekeringsmaatschappij Interpolis in een schadezaak is opgesteld en waarvan de inhoud bij de medische oordeelsvorming door de (bezwaar)verzekeringsartsen is betrokken.
Voorts heeft de zenuwarts Koelen kennis kunnen nemen van de verklaringen van de huisarts W. Beekhuis, de behandelend psycholoog drs. M.A.J. Ernst en de behandelend psychiater T. Kleyn.

In het hoger beroepschrift heeft appellant in de eerste plaats aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte de conclusie van de zenuwarts Koelen heeft gevolgd, nu het te ver gaat om op basis van één rapport - tegenover alle andere rapporten - te stellen dat betrokkene buiten staat is tot het verrichten van enige arbeid.

De Raad volgt appellant hierin niet. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak centraal gesteld dat het bij betrokkene gaat om de invloed van betrokkenes psychische ziekten en gebreken op zijn arbeidsmogelijkheden en heeft om die reden het psychiatrisch rapport het zwaarst laten wegen. Daarbij heeft de rechtbank overwogen dat de zenuwarts Koelen geen behandelend arts van betrokkene was en dat hij uitgebreid heeft gerapporteerd. Gelet op de overige medische gegevens heeft de rechtbank het dan ook niet noodzakelijk geacht zich omtrent de medische situatie van betrokkene nader van verslag en advies te laten dienen. Dit oordeel acht de Raad noch onbegrijpelijk noch onvoldoende gemotiveerd. De enkele omstandigheid dat de bezwaarverzekeringsarts een andere mening was toegedaan doet hieraan niet af zulks temeer nu de rapporten van Ernst en Kleyn niet in rechtstreekse tegenspraak zijn met dat van Koelen. In dit verband wijst de Raad er nog op dat de vraag of een medisch deskundige door de rechtbank had behoren te worden benoemd afhankelijk is van de vraag of de rechtbank zich door de aanwezige gegevens van medische aard voldoende voorgelicht heeft kunnen achten. Die vraag beantwoordt de Raad, naar in het hiervoor overwogene al besloten ligt, bevestigend.

Voorts heeft appellant aangevoerd dat de zenuwarts Koelen niet de onafhankelijke blik kan worden toegekend die het opzijschuiven van andere deskundige visies rechtvaardigt. Deze zenuwarts is immers niet een onafhankelijke, door de rechtbank aangestelde deskundige, doch heeft de (rechtsbijstandverzekeraar van) betrokkene als cliënt. Het is niet ondenkbaar dat die uitgangspositie, aldus appellant, leidt tot een conclusie, die niet gedragen wordt door de omstandigheden van dit geval.

De Raad stelt vast dat de rechtbank kennelijk geen aanleiding heeft gevonden om te twijfelen aan de uitkomst van het door de zenuwarts Koelen uitgevoerde onderzoek.
De Raad kan dit onderschrijven. Van de zijde van appellant zijn in hoger beroep ook geen gegevens van medische of andere aard ingezonden die enig aanknopingspunt bieden voor de veronderstelling dat het onderzoek van de zenuwarts Koelen niet lege artis is verlopen en/of dat zijn conclusie is gekleurd door de omstandigheid dat hij op verzoek van de rechtsbijstandverzekeraar van betrokkene zijn onderzoek heeft verricht. Niet valt uit te sluiten dat een rapport een door de opdrachtgever gewenste conclusie bevat zonder dat die wordt gedragen door de onderliggende gegevens. Dit doet zich in het onderhavige geval echter niet voor. De door de zenuwarts Koelen vermelde gegevens stemmen overeen met de overige omtrent betrokkene bekende gegevens en zijn bevindingen met de daaruit getrokken conclusies worden uitgebreid en inzichtelijk gemotiveerd.

Hetgeen overigens in het hoger beroepschrift over de inhoud van het rapport van de zenuwarts Koelen wordt aangevoerd bevat kritiek op de medische grondslag ervan. Die kritiek wordt evenwel niet gesteund door een daaraan ten grondslag liggende rapportage van de bezwaarverzekeringsarts, zodat de Raad daaraan voorbijgaat.
Uit het hiervoor overwogene vloeit voort dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

De Raad acht termen aanwezig om op grond van artikel 8:75 van de Awb appellant te veroordelen in de proceskosten van betrokkene in hoger beroep. Deze kosten worden begroot op € 322,-- voor verleende rechtsbijstand.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak;
Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de proceskosten van betrokkene in hoger beroep tot een bedrag van € 322,--, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
Bepaalt dat van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een griffierecht van € 422,-- wordt geheven.

Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos als voorzitter en J.W. Schuttel en J. Riphagen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.E.M.J. Hetharie als griffier, uitgesproken in het openbaar op 24 november 2006.

(get.) D.J. van der Vos.

(get.) J.E.M.J. Hetharie.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. WAZ | WAZ | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x