Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   WAZ
x
LJN:
x
BA6073
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 25-05-2007
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Onderhavig geschil spitst zich toe op de vraag of de bezwaararbeidsdeskundige in bezwaar terecht de functie van telemarketeer met functienummer 8451-2998-004 behorend bij de SBC-code 516180 buiten beschouwing heeft gelaten.
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 05/2320 WAZ




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 8 april 2005, 04/971 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

[betrokkene], wonende te [woonplaats] (hierna: betrokkene),

en

appellant.

Datum uitspraak: 25 mei 2007.




I. PROCESVERLOOP


Appellant heeft hoger beroep ingesteld en betrokkene heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 april 2007.
Appellant was vertegenwoordigd door mr. E.J.S. van Daatselaar. Betrokkene is niet verschenen.




II. OVERWEGINGEN


De feiten die in de aangevallen uitspraak zijn vermeld, worden door partijen niet betwist en vormen ook voor de Raad het uitgangspunt bij zijn oordeelsvorming.

Het geschil spitst zich toe op de vraag of de bezwaararbeidsdeskundige in bezwaar terecht de functie van telemarketeer met functienummer 8451-2998-004 behorend bij de Sbc-code 516180 buiten beschouwing heeft gelaten.

De Raad, zich in het licht van artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) beperkend tot dit geschilpunt, beantwoordt deze vraag bevestigend.

Anders dan de rechtbank is de Raad van oordeel dat de bezwaararbeidsdeskundige voldoende duidelijk heeft gemaakt dat de schatting zonder deze functie aan de eisen van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten voldoet.

Artikel 9 van dit Besluit luidde op de datum in geding - voor zover hier van belang - als volgt:

Bij bepaling van hetgeen betrokkene nog met arbeid kan verdienen worden de volgende regels in acht genomen:
a. in aanmerking wordt genomen die algemeen geaccepteerde arbeid waarmee betrokkene per uur het meest kan verdienen. Deze arbeid wordt nader omschreven in de vorm van ten minste drie verschillende in Nederland uitgeoefende functies waarmee het hoogste inkomen per uur kan worden verworven. Deze functies vertegenwoordigen tezamen ten minste 30 arbeidsplaatsen.

De Raad constateert dat de bezwaararbeidsdeskundige drie verschillende functies in aanmerking heeft genomen, namelijk vertegenwoordiger, acquisiteur en telefonist/receptionist. Elk van deze functies voldoet aan de in de jurisprudentie ontwikkelde eis van minimaal zeven arbeidsplaatsen en het totale aantal arbeidsplaatsen van deze drie functies bedraagt 32.
Deze functies zijn niet anders dan de in eerste instantie door de arbeidsdeskundige geduide functies met dien verstande dat één functie is komen te vervallen. Door het in bezwaar laten vervallen van deze functie is weliswaar de resterende verdiencapaciteit van betrokkene gewijzigd, maar niet de arbeidsongeschiktheidsklasse: betrokkene wordt nog steeds minder dan 25% arbeidsongeschikt geacht. Er is dan ook sprake van een nadere motivering van het oorspronkelijke besluit waardoor betrokkene niet in een slechtere positie is komen te verkeren dan voordat hij bezwaar aantekende. Zijn recht op uitkering is immers niet gewijzigd.

Het voorgaande leidt er toe dat de aangevallen uitspraak voor vernietiging in aanmerking komt.
Het inleidend beroep wordt ongegrond verklaard.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Verklaart het inleidend beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.C.T.M. Sonderegger als griffier, uitgesproken in het openbaar op 25 mei 2007.

(get.) I.M.J. Hilhorst-Hagen.

(get.) M.C.T.M. Sonderegger.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. WAZ | WAZ | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x