Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   WAZ
x
LJN:
x
BA6444
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 05-06-2007
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Toekenning met ingang van de datum in geding van een WAZ-uitkering berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%. Het rapport van de arbeidsdeskundige doet geen enkele twijfel rijzen aan de juistheid van de schatting.
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 05/4046 WAZ




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 17 mei 2005, 04/812 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 5 juni 2007.




I. PROCESVERLOOP


Namens appellant heeft mr. F.T.I. Oey, advocaat te Helmond, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 mei 2007. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Oey. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door V.A.R. Kali.




II. OVERWEGINGEN


Bij besluit van 10 maart 2004, verder: het bestreden besluit, heeft het Uwv ongegrond verklaard het bezwaar van appellant tegen een besluit van 9 oktober 2003, waarbij appellant met ingang van 27 augustus 2003 een uitkering ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65% is toegekend.

De rechtbank heeft het bestreden besluit in stand gelaten. De rechtbank heeft geoordeeld dat de belastbaarheid van appellant niet is overschat en op zorgvuldige wijze is vastgesteld. De geselecteerde functies acht de rechtbank in medisch opzicht geschikt voor appellant.

In hoger beroep is namens appellant betoogd dat zijn belastbaarheid door het Uwv is overschat. Ter ondersteuning daarvan is een rapport van 28 juli 2005 van de psychiater W.A.F. Sondermeyer overgelegd.

De Raad oordeelt als volgt.

In al hetgeen namens appellant in hoger beroep is aangevoerd heeft de Raad geen aanleiding gevonden om over het bestreden besluit anders te oordelen dan de rechtbank heeft gedaan in de aangevallen uitspraak.

Wat betreft het rapport van de psychiater Sondermeyer overweegt de Raad dat deze psychiater in zijn rapport onder meer het volgende heeft overwogen:

"Er zijn dus wel beperkingen ten aanzien van het verrichten van zijn oude baan, maar andere functies zal betrokkene zeker aan kunnen. De oude functie was gezien zijn karakterologische structuur en zijn capaciteiten te hoog gegrepen en heeft geleid tot de huidige decompensatie."

De Raad is van oordeel dat deze overwegingen steun bieden voor het standpunt van het Uwv dat appellant niet langer geschikt is voor zijn oude beroep van directeur/grootaandeelhouder van een bedrijf in veevoeder maar wel geschikt is voor andere functies. In elk geval kan uit dat rapport niet worden afgeleid dat het Uwv appellants belastbaarheid zou hebben overschat.

Op 3 mei 2007 heeft mr. Oey een rapport van 1 mei 2007 van de arbeidsdeskundige E.H.J.M. Spanjers overgelegd. Deze arbeidsdeskundige acht twee van de vier voor appellant geselecteerde functies niet geschikt.

De Raad overweegt wat betreft de door Spanjers niet geschikt geachte functie van graafmachinist dat diens stelling met betrekking tot het voorkomen van reisuren naast een 8-urige werkdag niet is onderbouwd, geen steun vindt in de door het Uwv overgelegde beschrijving van de functie en door de bezwaararbeidsdeskundige R. Prosee in een rapport van 11 mei 2007 gemotiveerd is weersproken. Het in de avonduren moeten volgen van enige theorielessen om in 2,5 jaar tijd een diploma te halen acht de Raad geen overschrijding van de belasting met arbeid, nu het volgen van enige theorielessen in de avonduren niet gelijk kan worden gesteld met belasting met arbeid.

Bovendien heeft de bezwaararbeidsdeskundige Prosee terecht erop gewezen dat appellant is beperkt tot ongeveer 40 uur werken per week en dat in deze functie 36 uur per week wordt gewerkt, zodat het volgen van een theorieles van 3 uur in een week binnen appellants belastbaarheid valt.

Met betrekking tot de functie inkoper geeft Spanjers aan dat zeker een keer per maand mondeling contact plaatsvindt met de opdrachtgevers en dat conflicten dan niet zijn uit te sluiten. Aangezien appellant geen conflicthantering in een "face to face"-situatie aankan, is deze functie volgens Spanjers niet geschikt.

De Raad overweegt dat bij de functiebelasting van de inkoper (Sbc 516150) bij aspect 52, omgaan met conflicten, staat vermeld "geen bijzondere belasting" en dat Spanjers zelfs geen begin van bewijs van zijn stelling met betrekking tot het voorkomen van conflicten in die functie in zijn rapport heeft opgenomen.
Bovendien heeft de bezwaararbeidsdeskundige Prosee erop gewezen dat inkoper en verkoper naar een "win-win"-situatie streven en dat dit het uitgangspunt is bij de contacten, zodat van conflicten of het hanteren ervan geen sprake is.

De inhoud van het rapport van Spanjers heeft dan ook bij de Raad geen enkele twijfel doen rijzen aan de juistheid van de schatting.

De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door K.J.S. Spaas. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.W. Engelhart als griffier, uitgesproken in het openbaar op 5 juni 2007.

(get.) K.J.S. Spaas.

(get.) J.W. Engelhart.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. WAZ | WAZ | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x