Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   Wvg
x
LJN:
x
AF9583
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 05-03-2003
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Weigering om de kosten van woningsanering in de vorm van een gladde (laminaat)vloer te vergoeden, omdat betrokkene op grond van haar longaandoening en hyperreactiviteit niet is aangewezen op de aangevraagde sanering van haar woonruimte. Er bestaat onvoldoende reden om het standpunt van de ZVN-arts, dat gedeeld wordt door de Argonaut-arts, voor onjuist te houden.
 
 
 

 

 
Uitspraak 01/4073 WVG en 03/598 WVG




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Lelystad, appellant,

en

[gedaagde], wonende te [woonplaats], gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Gedaagde heeft op 22 maart 1999, aangevuld bij brief van 1 april 1999, aan appellant verzocht haar op grond van het bepaalde bij of krachtens de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) in aanmerking te brengen voor woonvoorzieningen in de vorm van woningsanering en klimaatbeheersing.

Bij primair besluit van 14 oktober 1999 heeft appellant de gevraagde woonvoorzieningen afgewezen.

Het tegen dat besluit ingediende bezwaar is door appellant bij besluit van 21 juni 2000 (het bestreden besluit) ongegrond verklaard.

De rechtbank Zwolle heeft bij uitspraak van 18 juni 2001 het tegen het bestreden besluit ingestelde beroep wegens strijd met het bepaalde in artikel 3:2 in verbinding met artikel 3:9 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gegrond verklaard en dat besluit vernietigd. Voorts is appellant veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan gedaagde. Naar het oordeel van de rechtbank bood het advies van de adviseur van appellant, ZVN Advies NV (hierna: ZVN) onvoldoende grondslag voor het bestreden besluit.

Appellant is van deze uitspraak in hoger beroep gekomen op bij het beroepschrift aangevoerde gronden.

Namens gedaagde heeft mr. G.J.A.M. Gloudi, advocaat te Lelystad, een verweerschrift ingediend.

Vervolgens hebben beide partijen brieven ingezonden met betrekking tot het - desverzocht - instellen van een nieuw medisch onderzoek door appellant en het daartoe door gedaagde verlenen van toestemming voor het inwinnen van informatie bij de behandelend specialisten. Gedaagde heeft daarbij onder meer informatie van haar longarts N.J.J. Schlösser en van de slaap-waakspecialist en sociaal geneeskundige K.E. Schreuder alsmede een briefwisseling met betrekking tot de staat van haar woning overgelegd.

Het geding is behandeld ter zitting van de Raad van 20 november 2002, waar appellant zich heeft doen vertegenwoordigen door H. Evink, werkzaam bij de gemeente Lelystad, en waar gedaagde in persoon is verschenen.

Mede naar aanleiding van het verhandelde ter zitting is het onderzoek geschorst teneinde appellant in de gelegenheid te stellen gedaagde nader medisch te onderzoeken. Partijen hebben vervolgens nadere stukken aan de Raad doen toekomen. Van de zijde van appellant is een medisch advies van 8 januari 2003 van Argonaut en een ambtelijk advies in geding gebracht.

Appellant heeft naar aanleiding van het medisch advies van Argonaut zijn besluit op bezwaar heroverwogen en op 28 januari 2003 besloten de bezwaren gericht tegen het niet verstrekken van een voorziening in de vorm van woningsanering ongegrond te verklaren, de bezwaren gericht tegen het niet verstrekken van een verwarmingselement in de gang gegrond te verklaren en de bezwaren voor het overige ongegrond te verklaren.

Het onderzoek is hervat ter zitting van 5 februari 2003. Voor appellant is daar wederom verschenen H. Evink. Gedaagde is in persoon verschenen, bijgestaan door haar advocaat mr. Gloudi.




II. MOTIVERING


Appellant heeft zijn besluit van 28 januari 2003 in de plaats gesteld van het bestreden besluit van 21 juni 2000. Op grond van de artikelen 6:18, 6;19 en 6:24 van de Awb wordt het hoger beroep geacht mede betrekking te hebben op het nieuwe besluit van 28 januari 2003, behoudens voor zover daarin het bezwaar tegen de weigering een radiator voor de gang te verstrekken gegrond is verklaard. Nu niet gebleken is van enig processueel belang bij een beoordeling van het besluit van 21 juni 2000 dient het hoger beroep tegen dat besluit niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Mede gelet op het verhandelde ter terechtzitting van 5 februari 2003 is thans nog slechts in geschil of de weigering van appellant om de kosten van woningsanering in de vorm van een gladde (laminaat)vloer te vergoeden in rechte stand kan houden.

De Raad gaat uit van de volgende feiten.

Gedaagde lijdt aan intrinsic astma bronchiale, bronchiale hyperreactiviteit en nachtelijke ademhalingsproblematiek. Zij is niet allergisch voor huisstofmijt. Gedaagde is voor haar longaandoening onder behandeling bij longarts N.J.J. Schlösser en in verband met nachtelijke ademhalingsproblematiek bij de slaap-waakspecialist en sociaal geneeskundige K.E. Schreuder.

De Raad overweegt het volgende.

Blijkens de rapportage van de ZVN-arts T.K. Gouw, die beschikte over recente informatie van de betrokken behandelend longarts, is gedaagde op grond van haar longaandoening en hyperreactiviteit niet aangewezen op de aangevraagde sanering van haar woonruimte. Ook de medisch adviseur van Argonaut, B. de Rijk, die naast alle in het dossier reeds aanwezige informatie van de slaap-waakspecialist en de longarts van gedaagde, nogmaals inlichtingen bij deze specialisten heeft gevraagd en verkregen, ziet noch op grond van intrinsic astma zonder allergie voor huisstofmijt noch op grond van bronchiale hyperreactiviteit een reden voor woningsanering.
De Raad ziet, alle gegevens in onderling verband beschouwd, onvoldoende reden om het standpunt van de ZVN-arts, dat gedeeld wordt door de Argonaut-arts, voor onjuist te houden.
Dit betekent dat de weigering om de gevraagde harde vloer in het kader van woningsanering te verstrekken in rechte stand houdt.

De Raad acht termen aanwezig om appellant op grond van artikel 8:75 van de Awb te veroordelen in de proceskosten van gedaagde in hoger beroep. Deze kosten worden begroot op € 644,-- voor verleende rechtsbijstand. Van andere kosten is de Raad niet gebleken.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep, voorzover betrekking hebbend op het besluit van 21 juni 2000, niet-ontvankelijk;
Verklaart het beroep, voorzover dit geacht moet worden betrekking te hebben op de in het besluit van 28 januari 2003 besloten liggende handhaving van de weigering een woonvoorziening in de vorm van een gladde (laminaat)vloer te verstrekken, ongegrond;
Veroordeelt de gemeente Lelystad in de proceskosten van gedaagde in hoger beroep tot een bedrag groot € 644,--, te betalen aan de griffier van de Raad;
Verstaat dat van de gemeente Lelystad een recht van € 327,-- wordt geheven.

Aldus gegeven door mr. M.I. 't Hooft als voorzitter en mr. R.M. van Male en mr. G.M.T. Berkel-Kikkert als leden, in tegenwoordigheid van mr. A. van Netten als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 5 maart 2003.

(get.) M.I. 't Hooft.

(get.) A. van Netten.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. Wvg | Wvg | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x