Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   Wvg
x
LJN:
x
AO6574
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 17-03-2004
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Heeft de rechtbank terecht overwogen dat het op grond van de voorhanden zijnde medische gegevens verantwoord is om aan te nemen dat betrokkene - met begeleiding - gebruik kan maken van het Collectief Vraagafhankelijk Vervoer, terwijl voorts niet is gebleken dat betrokkene door het niet meer kunnen bezoeken van op grotere afstand wonende familieleden en vrienden in een sociaal isolement dreigt te geraken?
 
 
 

 

 
Uitspraak 02/6193 WVG




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

de erven van wijlen [betrokkene], gewoond hebbende te [woonplaats], appellanten,

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Valkenswaard, gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Namens [betrokkene] (hierna: betrokkene) heeft G.W.M. Broeders, wonende te Eindhoven, op de bij het beroepschrift van 9 december 2002 aangevoerde gronden hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 3 december 2002, reg.nr. 01/2857 WVG, waarnaar hierbij wordt verwezen.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

G.W.M. Broeders heeft de Raad bericht dat betrokkene op 14 mei 2003 is overleden.

Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 4 februari 2004, waar partijen - met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.




II. MOTIVERING


Voor de feiten en de toepasselijke regelgeving verwijst de Raad, mede gelet op de gedingstukken, naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende.

Naar aanleiding van haar op 8 januari 2001 ingekomen aanvraag om een geldelijke vervoersvoorziening ingevolge de Wet voorzieningen gehandicapten en de - gemeentelijke - Verordening voorzieningen gehandicapten heeft gedaagde bij primair besluit van 18 mei 2001 betrokkene met ingang van 1 januari 2001 in aanmerking gebracht voor deelname aan het Collectief Vraagafhankelijk Vervoer (hierna: CVV). Daarbij heeft gedaagde zich op het standpunt gesteld dat deelname aan het CVV een voor betrokkene adequate voorziening is.

Bij het bestreden besluit van 12 oktober 2001 is het tegen het primaire besluit gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het tegen het bestreden besluit ingestelde beroep ongegrond verklaard. Daartoe heeft zij overwogen dat het op grond van de voorhanden zijnde medische gegevens verantwoord is om aan te nemen dat betrokkene - met begeleiding - gebruik kan maken van het CVV, terwijl voorts niet is gebleken dat betrokkene door het niet meer kunnen bezoeken van op grotere afstand wonende familieleden en vrienden in een sociaal isolement dreigt te geraken.

In hetgeen in hoger beroep is aangevoerd heeft de Raad geen grond gevonden om tot een ander oordeel te komen dan dat van de rechtbank.

De Raad overweegt daarbij in het bijzonder nog, dat ook naar zijn oordeel de advisering van de GGD-arts zowel wat de wijze van totstandkoming als wat de motivering betreft een toereikende basis vormt voor de daaraan door gedaagde verbonden conclusie dat appellante in staat werd geacht - met begeleiding - gebruik te maken van het CVV.

Voorts is onweersproken gebleven dat betrokkene binnen het verzorgingsgebied van het CVV (Helmond, Eindhoven en Mierlo) contacten met familie en vrienden kon onderhouden, zodat geen sprake was van noodzakelijk te onderhouden bovenregionale contacten.

Het gedane beroep op het zogeheten Protocol moet, gelet op de uitspraak van de Raad van 19 november 2003, LJN AO0526, worden verworpen. De Raad volstaat hier met verwijzing naar die uitspraak.

Uit het voorgaande vloeit voort dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

De Raad ziet ten slotte geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen aanspraak.

Aldus gewezen door mr. M.I. 't Hooft als voorzitter en mr. drs. Th.G.M. Simons en mr. G.M.T. Berkel-Kikkert als leden, in tegenwoordigheid van mr. I.D. Veldman als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 17 maart 2004.

(get.) M.I. 't Hooft.

(get.) I.D. Veldman.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. Wvg | Wvg | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x