Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   Wvg
x
LJN:
x
AO8362
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 21-04-2004
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Toekenning van een vervoersvoorziening in de vorm van vervoer per deeltaxi (van deur tot deur). Is terecht besloten de deelname aan het vervoer per deeltaxi toe te kennen zonder de gevraagde (gratis) begeleiding?
 
 
 

 

 
Uitspraak 02/4457 WVG




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg, appellant,

en

de erven van wijlen [betrokkene], gewoond hebbende te [woonplaats], gedaagden.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Appellant heeft op de bij een beroepschrift aangevoerde gronden hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 25 juli 2002, reg.nr. 00/1886 WVG, waarnaar hierbij wordt verwezen.

Namens gedaagden is een verweerschrift (met bijlage) ingediend en is bij brief van 23 februari 2003 (lees: 23 februari 2004) nog een aanvullende reactie ingezonden.

Het geding is behandeld ter zitting van 10 maart 2004, waar appellant - ambtshalve opgeroepen - zich heeft laten vertegenwoordigen door mr. C.J.C.J. Crombach, werkzaam bij de gemeente Tilburg, en waar gedaagden - zoals aangekondigd - niet zijn verschenen.




II. MOTIVERING


Namens wijlen [betrokkene] (hierna: betrokkene) is bij brief van 10 mei 2000 bij appellant een aanvraag ingediend voor een vervoersvoorziening in de vorm van vervoer per deeltaxi met begeleiding.

Bij primair besluit van 21 juni 2000 heeft appellant betrokkene in aanmerking gebracht voor deelname aan het vervoer per deeltaxi (van deur tot deur). De gevraagde (gratis) begeleiding is afgewezen, omdat appellant van opvatting is dat begeleiding van betrokkene niet noodzakelijk was. Appellant heeft er daarbij op gewezen dat betrokkene zich bij het vervoer per deeltaxi kon laten bijstaan door een (sociale) begeleider, die tegen betaling van f 0,80 per strip met de deeltaxi kon meereizen.

Het tegen het primaire besluit gemaakte bezwaar is door appellant bij het bestreden besluit van 12 oktober 2000 ongegrond verklaard.

De rechtbank, die zich van verslag en advies heeft laten dienen door de klinisch geriater H.A.A.M. Maas, heeft het tegen het bestreden besluit ingestelde beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit het advies van de deskundige Maas dat deeltaxi van deur tot deur voor betrokkene ontoereikend was. De rechtbank heeft onder meer overwogen dat uit het rapport van de deskundige Maas van 2 juli 2001 niet is af te leiden dat de deskundige het standpunt van het Regionaal Indicatieorgaan (hierna: RIO), dat betrokkene onder begeleiding ook van het openbaar vervoer gebruik kon maken, deelt.

Hetgeen in hoger beroep is aangevoerd komt er op neer dat appellant van mening is dat de toegekende vervoersvoorziening in de vorm van deeltaxi met service van deur tot deur (zonder gratis begeleiding) een voor betrokkene adequate vervoersvoorziening was. Volgens appellant wordt het door het RIO ingenomen standpunt, dat betrokkene niet zelfstandig maar wel onder begeleiding van het openbaar vervoer gebruik kon maken, geenszins bestreden in het rapport van de deskundige Maas.

De Raad heeft het volgende overwogen.

Uit de rapporten van het RIO van 13 juni 2000 en 26 september 2000 leidt de Raad af dat betrokkene met begeleiding gebruik kon maken van het openbaar vervoer. De bevindingen van de geriater Maas staan daaraan niet in de weg. Daarnaast valt naar het oordeel van de Raad uit die rapporten geen andere conclusie te trekken dan dat er voor betrokkene bij het gebruik van de deeltaxi, waarmee zij - met handreikingen van de chauffeur - van deur tot deur kon worden vervoerd, naar objectieve medische maatstaf bezien geen noodzaak tot verdergaande begeleiding was dan in de vorm van sociale begeleiding, zoals nader uitgewerkt in hoofdstuk 14 van het Werkboek Sociale Zaken van de gemeente Tilburg. Nu niet betwist is dat betrokkene ten tijde in geding een beroep kon doen op een ervaren naast familielid als begeleider, komt de Raad tot de slotsom dat het bestreden besluit op goede gronden berust. De aangevallen uitspraak dient derhalve te worden vernietigd en het beroep dient alsnog ongegrond te worden verklaard.

Gelet op het vorenstaande ziet de Raad geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten en evenmin voor een veroordeling tot schadevergoeding, zoals verzocht bij brief van 23 februari 2004.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Verklaart het beroep ongegrond;
Wijst het verzoek om veroordeling tot schadevergoeding af.

Aldus gegeven door mr. M.I. 't Hooft als voorzitter en mr. G.M.T. Berkel-Kikkert en mr. A.W.M. Bijloos als leden, in tegenwoordigheid van C.H.T.W. van Rooijen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 21 april 2004.

(get.) M.I. 't Hooft.

(get.) C.H.T.W. van Rooijen.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. Wvg | Wvg | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x