Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   Wvg
x
LJN:
x
AO8771
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 14-04-2004
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Op initiatief van de CRvB is een schikking tot stand gekomen, inhoudende dat de gemeente een bedrag ineens ter beschikking stelt van Ä12.000,- ter voorziening in de aanschafkosten van een adequaat aangepaste auto voor het vervoer van betrokkene. Met dit bedrag wordt betrokkene in staat geacht gedurende zeven jaar in zijn vervoer te kunnen voorzien.
 
 
 

 

 
Uitspraak 02/5657 WVG




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Oostburg, appellant,

en

[gedaagde], wonende te [woonplaats], gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Bij aan gedaagde gericht primair besluit van 8 januari 2002 heeft appellant, in het kader van de Wet voorzieningen gehandicapten (hierna: Wvg), enerzijds geweigerd een bruikleenbus te verstrekken en anderzijds een financiŽle tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een individuele rolstoeltaxi toegekend. Tevens heeft appellant met toepassing van de hardheidsclausule aan gedaagde een financiŽle tegemoetkoming verstrekt in de kosten van een autoaanpassing tot een maximumbedrag van Ä 2.952,29 en (zodra die aanpassing is gerealiseerd) een forfaitaire autokostenvergoeding berekend naar 100% van de geldende norm.

Het tegen het primaire besluit gemaakte bezwaar is door gedaagde bij bestreden besluit van 26 maart 2002 ongegrond verklaard.

Bij de aangevallen uitspraak van 4 oktober 2002, reg.nr Awb 02/205, heeft de rechtbank Middelburg - met een bepaling omtrent het griffierecht - het tegen het bestreden besluit ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat appellant een nieuw besluit op bezwaar dient te nemen.

Appellant heeft tegen de aangevallen uitspraak hoger beroep ingesteld. Namens gedaagde heeft zijn wettelijk vertegenwoordiger [naam wettelijke vertegenwoordiger] een verweerschrift ingediend. Appellant heeft - desgevraagd - nadere stukken ingediend.

Het geding is behandeld ter zitting van 24 maart 2004, waar appellant zich heeft laten vertegenwoordigen door drs. W.J.M. Peters, werkzaam bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, en C. Poppe en M. Laros, beiden werkzaam bij de gemeente Oostburg, en waar gedaagde in persoon is verschenen, bijgestaan door zijn wettelijk vertegenwoordiger, [naam wettelijke vertegenwoordiger].




II. MOTIVERING


Op initiatief van de Raad is, onder meer gelet op de gedingstukken en de bijzondere omstandigheden van dit geval, tussen partijen de volgende schikking tot stand gekomen.

Appellant stelt een bedrag ineens ter beschikking van Ä 12.000,-- ter voorziening in de aanschafkosten van een adequaat aangepaste auto voor het vervoer van gedaagde. Het bedrag wordt bij aanschaf van de auto uitbetaald aan de wettelijk vertegenwoordiger van gedaagde. Met dit bedrag wordt gedaagde in staat geacht gedurende zeven jaar in zijn vervoer te kunnen voorzien. In die periode zal gedaagde geen beroep doen op vervoers-voorzieningen op grond van de Wvg of enige volgende regeling, tenzij de medische situatie van gedaagde zich - onvoorzien - fundamenteel wijzigt. Mocht het gebruik van de met dit bedrag aangeschafte rolstoelbus binnen zeven jaar worden beŽindigd dan zal deze in overleg met appellant worden verkocht, waarbij de opbrengst tussen partijen wordt verdeeld naar evenredigheid van ieders aandeel in de kosten van de rolstoelbus.

Gedaagde heeft verklaard geen beroep meer te zullen doen op de aangevallen uitspraak en appellant zal geen beroep meer doen op het primaire besluit. Ten slotte hebben partijen desgevraagd verklaard elkaar finale kwijting te verlenen.

Gelet op het vorenstaande bestaat thans geen belang meer bij een beoordeling van het door appellant ingestelde hoger beroep, zodat dit niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

Voor een veroordeling in de proceskosten is geen aanleiding.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus gegeven door mr. M.I. 't Hooft als voorzitter en mr. G.M.T. Berkel-Kikkert en mr. O.J.D.M.L. Jansen als leden, in tegenwoordigheid van C.H.T.W. van Rooijen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 14 april 2004.

(get.) M.I. 't Hooft.

(get.) C.H.T.W. van Rooijen.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. Wvg | Wvg | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x