Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   Wvg
x
LJN:
x
AP8356
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 28-06-2004
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-verschoonbare niet-tijdige betaling van het griffierecht.
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 04/1965 WVG




U I T S P R A A K




met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht in het geding tussen:

[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Roggel en Neer, gedaagde.




I. INLEIDING


Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Roermond op 4 maart 2004 tussen partijen gegeven uitspraak.




II. MOTIVERING


In artikel 22 van de Beroepswet is bepaald dat van de indiener van het beroepschrift een griffierecht wordt geheven.

Bij schrijven van 20 april 2004 is appellant erop gewezen dat hij een griffierecht van 102,-- is verschuldigd, bij voorkeur te voldoen door middel van de aangehechte acceptgirokaart.

Bij aangetekende brief van 11 mei 2004 is appellant nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en is hem meegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na dagtekening van deze brief dient te zijn bijgeschreven op de rekening van de Centrale Raad van Beroep dan wel ter griffie dient te zijn gestort. Daarbij is erop gewezen dat overschrijding van die termijn leidt tot niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep.

De Raad stelt vast dat het griffierecht niet binnen deze termijn is betaald.

Nu op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest, acht de Raad het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek wordt beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus gegeven door mr. G.M.T. Berkel-Kikkert in tegenwoordigheid van T. Hemelrijk-van den Oudenalder als griffier en uitgesproken in het openbaar op 28 juni 2004.

(get.) G.M.T. Berkel-Kikkert.

(get.) T. Hemelrijk-van den Oudenalder.




Tegen deze uitspraak kunnen de belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van dit afschrift schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, postbus 16002, 3500 DA Utrecht. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. Wvg | Wvg | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x