Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   Wvg
x
LJN:
x
AT4517
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 18-04-2005
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Toekenning vervoersvoorziening in de vorm van een bruikleenauto. In geschil is de geschiktheid van de toegekende bruikleenauto.
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 03/1353 WVG




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

[appellante], wonende te [woonplaats], appellante,

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente s-Gravenhage, gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Met ingang van 1 januari 2004 heeft gedaagde het besluit tot delegatie van zijn bevoegdheid tot het nemen van besluiten op bezwaar aan de Commissie Sociale Zekerheid van de gemeente s-Gravenhage ingetrokken. In deze uitspraak wordt onder gedaagde tevens verstaan de Commissie Sociale Zekerheid van de gemeente
s-Gravenhage.

Namens appellante heeft mr. A.G.M. Haase, advocaat te s-Gravenhage, hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank s-Gravenhage van 7 februari 2003, reg.nr. 02/772 WVG.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

Appellante heeft een nader stuk ingezonden.

Het geding is behandeld ter zitting van 7 maart 2005, waar appellante zich heeft laten vertegenwoordigen door mr. Haase en gedaagde - met voorafgaand bericht - zich niet heeft laten vertegenwoordigen.




II. MOTIVERING


Voor de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad, mede gelet op de gedingstukken, naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende.

Appellante heeft een aangeboren afwijking, als gevolg waarvan sprake is van een aftakelingsproces van haar longen en luchtwegen en zij energetisch verminderd belastbaar is. Appellante heeft, in het kader van de Wet voorzieningen gehandicapten, bij gedaagde een vervoersvoorziening in de vorm van een bruikleenauto aangevraagd. In het door gedaagde ingewonnen advies van ZVN Advies N.V. van 11 maart 2001 wordt geconcludeerd dat appellante, gelet op haar medische beperkingen, gebruik kan maken van het openbaar vervoer en voorts in aanmerking komt voor een scootmobiel. In verband met de persoonlijke omstandigheden van appellante (zij is een alleenstaande moeder van drie kinderen, die toentertijd negen, vijf en n jaar oud waren) heeft gedaagde niettemin een bruikleenauto als de enige adequate voorziening aangemerkt. Vervolgens heeft gedaagde, op grond van een advies van Argonaut B.V. van 16 juli 2001, vastgesteld dat een Renault Twingo - met stuurbekrachtiging als extra optie - de goedkoopste voor appellante adequate auto is. Bij besluit van 23 juli 2001, in bezwaar gehandhaafd bij besluit van 18 januari 2002, is deze vervoersvoorziening aan appellante toegekend.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het besluit van 18 januari 2002 ongegrond verklaard.

In hoger beroep heeft appellante de juistheid van de aangevallen uitspraak bestreden. Daarbij heeft zij, in essentie, de in eerste aanleg aangevoerde beroepsgronden herhaald. Appellante is op zichzelf tevreden met het feit dat aan haar een bruikleenauto is toegekend, maar zij is van mening dat de Renault Twingo, gelet op haar belastbaarheid, op een aantal punten niet geschikt is. De laadruimte s te klein, een tweedeursauto is bij het laten in- en uitstappen van de kinderen erg belastend en de achterklep is voor haar te zwaar. Verder heeft zij erop gewezen dat zij een zuurstoffles, die zij permanent bij zich moet hebben, uit veiligheidsoverwegingen op de bijrijdersstoel moet kunnen plaatsen, maar dat dat niet kan omdat dan haar kinderen niet alle drie op de achterbank kunnen zitten. Appellante acht een Hyundai Accent wel adequaat.

De Raad is, met gedaagde en de rechtbank, van oordeel dat de beschikbare gegevens geen toereikende aanknopingspunten bieden voor de vaststelling dat de toegekende Renault Twingo niet adequaat zou zijn. De door gedaagde aan de besluitvorming ten grondslag gelegde medische en overige gegevens laten niet zien dat bij gebruik van de Renault Twingo voor appellante onaanvaardbare belastbaarheidsproblemen optreden. Appellante heeft zelf ook geen medische gegevens in het geding gebracht die in een andere richting wijzen. Wat de zuurstoffles betreft is van de zijde van appellante in hoger beroep aangegeven dat zij deze, zij het met enige moeite en gepaard gaande met enig ongemak, ook tussen de bestuurdersstoel en de bijrijdersstoel kan plaatsen.

Voorzover appellante heeft willen aanvoeren dat haar medische situatie inmiddels - veel - slechter is dan ten tijde van gedaagdes besluitvorming, kan zij dit in het kader van een eventuele nieuwe aanvraag bij gedaagde aan de orde stellen.

Uit het voorgaande volgt dat de Raad geen grond ziet om de aangevallen uitspraak niet in stand te laten.

Voor een veroordeling in de proceskosten is geen aanleiding.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gewezen door mr. drs. Th.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van L. Jrg als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 18 april 2005.

(get.) Th.G.M. Simons.

(get.) L. Jrg.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. Wvg | Wvg | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x