Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   Wvg
x
LJN:
x
AU8839
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 14-12-2005
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Besluit dat collectief vervoer in het onderhavige geval de goedkoopte adequate vervoersvoorziening is. De rechtbank heeft met een verwijzing naar het Protocol Wvg het bestreden besluit ten onrechte vernietigd.
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 03/5996 WVG




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

het College van burgemeester een wethouders van de gemeente Emmen, appellant,

en

[gedaagde], wonende te [woonplaats], gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Appellant is op de bij het beroepschrift en de toelichting daarop van 4 oktober 2005
aangevoerde gronden in hoger beroep gekomen van de op 30 oktober 2003 tussen partijen gewezen uitspraak van de rechtbank Assen (reg.nr. 02/616 WVG).

Gedaagde heeft een verweerschrift en een nader stuk van 24 oktober 2005 (met bijlagen) ingediend.

Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 16 november 2005, waar partijen - met bericht - niet zijn verschenen.




II. MOTIVERING


Voor een uiteenzetting van de feiten en de toepasselijke bepalingen van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) en de op die wet gebaseerde Verordening voorzieningen gehandicapten van de gemeente Emmen (de Verordening), verwijst de Raad, gelet op de inhoud van de gedingstukken, naar de aangevallen uitspraak.

Bij de aangevallen uitspraak is het beroep tegen het bestreden besluit van 20 juni 2002,
voorzover bij dat besluit het verzoek om een individuele vervoersvoorziening is afgewezen en een recht op deelname aan het collectief vervoer is toegekend, gegrond verklaard. De rechtbank heeft het bestreden besluit in zoverre vernietigd, met bepalingen omtrent proceskosten en griffierecht, en het beroep voor het overige ongegrond verklaard. De gedeeltelijke vernietiging berust op de zienswijze van de rechtbank dat appellant ten gunste van gedaagde had moeten afwijken van het ingevolge de Verordening geldende primaat van het collectief vervoer. De rechtbank heeft dat oordeel gebaseerd op de aanbeveling in het "Landelijk protocol Wvg" van 26 maart 2002 (het Protocol) om, bij voorkeur van een gehandicapte voor een duurdere voorziening, een financiŽle tegemoetkoming te verstrekken ter waarde van de goedkoopste adequate voorziening.

De rechtbank heeft overigens het in de aangevallen uitspraak vermelde - op verzoek van appellant tot stand gekomen - onderzoek en advies van de GGD zorgvuldig bevonden. Voorts heeft de rechtbank, gelet op de uit de aanwezige medische en andere gegevens blijkende resterende mobiliteit, sociale contacten en hobbies van gedaagde, geoordeeld dat deelname aan het collectief vervoer in het onderhavige geval de goedkoopte adequate vervoersvoorziening is. Appellant vecht in hoger beroep de aangevallen uitspraak uitsluitend aan voorzover de rechtbank - met een verwijzing naar het Protocol - het bestreden besluit heeft vernietigd.

Gelet daarop ligt in hoger beroep enkel de aangevallen uitspraak, voorzover die ziet op de vervoersvoorziening, ter beoordeling voor. Voorts dient, nu gedaagde geen hoger beroep heeft ingesteld, te worden uitgegaan van de juistheid van het oordeel en de daaraan ten grondslag liggende rechtsoverwegingen van de rechtbank, inhoudende dat in het geval van gedaagde het collectief vervoer de goedkoopste adequate voorziening is in de zin van de in de aangevallen uitspraak weergegeven bepalingen van de Wvg en de Verordening.

Die grief treft, gelet op de jurisprudentie van de Raad (onder meer: CR 19 november 2003, LJN AO052 [LJN AO?052, red.]) doel. Hetgeen door gedaagde in dit geding is aangevoerd brengt de Raad niet tot een ander oordeel. Gelet daarop komt de aangevallen uitspraak, behoudens voorzover daarbij het inleidend beroep voor het overige ongegrond is verklaard, voor vernietiging in aanmerking. De Raad zal, doende wat de rechtbank had behoren te doen, het inleidend beroep voorzover dat betrekking heeft op de vervoersvoorziening, ongegrond verklaren. Voor een proceskostenveroordeling acht de Raad geen termen aanwezig.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak, behoudens voorzover daarbij het beroep voor het overige ongegrond is verklaard;
Verklaart het beroep, voor zover dat ziet op de vervoersvoorziening, ongegrond.

Aldus gewezen door mr. M.I. 't Hooft in tegenwoordigheid van S.M.A. School, als griffier en uitgesproken in het openbaar op 14 december 2005.

(get.) M.I. ít Hooft.

(get.) S.M.A. School.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. Wvg | Wvg | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x