Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   Wvg
x
LJN:
x
AX6760
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 03-05-2006
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Weigering om een aangepaste auto te verstrekken. Goedkoopste adequate voorziening. Primaat van het collectief vervoer. Vrijwilligerswerk. Tegemoetkoming.
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 04/4920 WVG




P R O C E S - V E R B A A L




van de mondelinge uitspraak op 3 mei 2006.

Zitting heeft: M.I. ít Hooft; griffier: B.M. Biever-van Leeuwen.

3e zaak, reg.nr. 04/4920 WVG, inzake:

[appellant], wonende te [woonplaats], verschenen bij gemachtigde mr. W.C. de Jonge,
advocaat te Vlaardingen,

tegen

het bestuur van het gemeenschappelijk orgaan Regionale Organisatie Gehandicaptenvoorzieningen Nieuwe Waterweg Noord, gedaagde, verschenen bij gemachtigde I. de Vries-Kromhout, werkzaam bij gedaagde.




De rechtbank Rotterdam heeft bij uitspraak (reg.nr. 03/2396) van 4 augustus 2004 het beroep tegen het bestreden besluit van 11 juli 2003 ongegrond verklaard. Bij dat besluit heeft gedaagde gemotiveerd vastgehouden aan de weigering appellant een aangepaste auto te verstrekken ter vervanging van de auto die hem destijds in 1989 - voor de inwerkingtreding van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) - als vervoersvoorziening in bruikleen was verstrekt. Gedaagde acht appellant, gelet op de onderzoeksbevindingen en het indicatieadvies van de medisch adviseur van Argonaut BV, in staat om gebruik te maken van het collectief vervoer van deur tot deur alsmede van een scootmobiel. Daarmee kan appellant onder meer de vrienden die hij heeft in zijn woonplaats en zijn voetbalclub in Rotterdam bezoeken en ook de instelling bereiken waarvoor hij vrijwilligerswerk verricht. Gelet daarop stuit naar de mening van gedaagde in casu de aanvraag af op de bepalingen in de toepasselijke verordening betreffende de goedkoopst adequate voorziening en het primaat van het collectief vervoer. Het bestreden besluit bevat voorts een weergave van die bepalingen en de daarop betrekking hebbende jurisprudentie. Daarbij is er onder meer op gewezen dat het in geval van vrijwilligerswerk voor maatschappelijke organisaties in de eerste plaats op de weg ligt van die instellingen om de vrijwilliger door een tegemoetkoming in eventuele noodzakelijke reiskosten in staat te stellen dat werk te doen.

De bevindingen van de medisch adviseur van gedaagde zijn vanwege appellant niet onderbouwd weersproken. Blijvend binnen het raam van de - in de aangevallen uitspraak en in het bestreden besluit juist weergegeven - toepasselijke regelgeving en jurisprudentie in het kader van de Wvg ziet de Raad in hetgeen vanwege appellant in hoger beroep is aangevoerd geen aanknopingspunt om het oordeel van de rechtbank niet te volgen. De Raad onderschrijft de overwegingen in de aangevallen uitspraak en in het bestreden besluit en ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.




De Raad beslist daarom als volgt:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Utrecht, 3 mei 2006.

Waarvan proces-verbaal.

De fungerend voorzitter, mr. M.I. ít Hooft.

De plv. griffier, B.M. Biever-van Leeuwen.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. Wvg | Wvg | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x