Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   Wvg
x
LJN:
x
AY7903
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 16-08-2006
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Weigering betrokkene in aanmerking te brengen voor vergoeding van de meerkosten van de woningaanpassing, op de grond dat een medische noodzaak voor de resterende extra kosten niet is aangetoond en niet is gebleken dat de vereiste voorafgaande toestemming niet kon worden afgewacht. Tevens is geweigerd om de met ingang van de datum in geding toegekende vervoerskostenvoorziening in de vorm van een financiŽle tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van de eigen auto, met terugwerkende kracht tot het jaar 2000 te laten ingaan.
 
 
 

 

 
Uitspraak meervoudige kamer 04/4889 WVG en 04/4890 WVG




P R O C E S - V E R B A A L




van de mondelinge uitspraak op 16 augustus 2006.

Zitting hebben: M.I. 't Hooft, voorzitter, H.J. de Mooij en J.N.A. Bootsma, leden;
griffier: M. Renden.

1e en 2e zaak, reg.nrs.: 04/4889 WVG en 04/4890 WVG.

Inzake:

de erven van [betrokkene], vertegenwoordigd door mr. H.W. Bemelmans, advocaat te Nijmegen (appellanten), met bericht van verhindering niet verschenen,

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Haaren (het College), gevestigd te Haaren, verschenen bij gemachtigde drs. J.G.M. Es.




De rechtbank 's-Hertogenbosch heeft bij uitspraak van 22 juli 2004, 03/2823 en 03/2842, het door appellanten tegen twee onderscheiden besluiten van 26 augustus 2006 ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Een besluit betreft de afwijzing van het verzoek om vergoeding van ten behoeve van woningaanpassing gemaakte kosten, voor zover deze meer bedragen dan de toegekende bedragen van Ä 6.717,55 en - in verband met meerwerk - Ä 664,66. De Raad onderschrijft deze afwijzing, nu een medische noodzaak voor de resterende extra kosten niet is aangetoond en niet is gebleken dat de ingevolge artikel 2.8., aanhef en onder a, van de Verordening voorzieningen gehandicapten gemeente Haaren 1998 (hierna: Vvg Haaren) vereiste voorafgaande toestemming niet kon worden afgewacht. De rechtbank heeft het beroep tegen dit besluit dan ook terecht ongegrond verklaard.
Het andere besluit betreft de afwijzing van het verzoek om de met ingang van 1 augustus 2001 toegekende vervoerskostenvoorziening, in de vorm van een financiŽle tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van de eigen auto, met terugwerkende kracht tot het jaar 2000 te laten ingaan. Het College heeft gewezen op de Vvg Haaren, waaruit volgt dat een voorziening slechts vanaf de datum van de aanvraag wordt toegekend, en heeft in de omstandigheden van appellanten geen aanleiding gezien voor toepassing van de hardheidsclausule. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat er geen grond is om de voorziening met terugwerkende kracht tot een datum voor de aanvraag toe te kennen.
De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De Raad beslist als volgt:




Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Utrecht, 16 augustus 2006.

Waarvan proces-verbaal.

De fungerend voorzitter,
(get.) M.I. 't Hooft.

De plv. griffier,
(get.) M. Renden.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. Wvg | Wvg | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x