Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   Wvg
x
LJN:
x
AZ9211
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 21-02-2007
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Weigering betrokkene in aanmerking te brengen voor een elektrische rolstoel van het type Vela Mobile omdat de aan betrokkene toegekende elektrische rolstoel van het type Booster Puma een adequate voorziening wordt geacht. Voorts is een tegemoetkoming voor een in hoogte verstelbare douche-/toiletstoel geweigerd omdat deze niet noodzakelijk wordt geacht.
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 05/4997 WVG




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 6 juli 2005, 04/2752 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

College van burgemeester en wethouders van de gemeente Duiven (hierna: College).

Datum uitspraak: 21 februari 2007.




I. PROCESVERLOOP


Namens appellante heeft mr. D.E. de Hoop, werkzaam bij DAS rechtsbijstand, hoger beroep ingesteld.

Het College heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 januari 2007. Appellante is verschenen, bijgestaan door haar echtgenoot [naam echtgenoot]. Het College heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.J. Vosmeijer en J. Brown, beiden werkzaam bij de gemeente Duiven.




II. OVERWEGINGEN


De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

Appellante heeft op 14 juni 2002 op grond van het bepaalde bij en krachtens de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) voorzieningen aangevraagd, bestaande uit onder andere een elektrische rolstoel van het type Vela Mobile en een douche/toiletstoel met beugels. Bij besluit van 23 december 2003 heeft het College appellante een vergoeding voor de aanschaf van de door haar gevraagde douche/toiletstoel met beugels toegekend, welke is vastgesteld op maximaal € 1.905,60. Nadien heeft appellante het College verzocht om wijziging van dit besluit en toekenning van een tegemoetkoming die is gebaseerd op de kosten van een in hoogte verstelbare douche/toiletstoel.

Bij besluit van 18 maart 2004 heeft het College op de aanvraag van 14 juni 2002, voor zover deze betrekking heeft op de elektrische rolstoel van het type Vela Mobile, afwijzend beslist. In dit besluit heeft het College voorts de aanvraag om een tegemoetkoming toe te kennen die is gebaseerd op een in hoogte verstelbare douche/toiletstoel afgewezen.

Bij besluit van 30 september 2004 heeft het College het bezwaar tegen het besluit van 18 maart 2004 ongegrond verklaard. Hieraan ligt het standpunt ten grondslag dat de bij besluit van 6 oktober 2000 aan appellante toegekende elektrische rolstoel van het type Booster Puma blijkens het advies van de Roessingh Diensten Groep (RDG) van 2 oktober 2003 een adequate voorziening is. De door appellante gevraagde rolstoel van het type Vela Mobile acht het College geen adequate en langdurig noodzakelijke voorziening. Een tegemoetkoming voor een in hoogte verstelbare douche/toiletstoel wordt niet toegekend, en een in hoogte verstelbare stoel niet noodzakelijk wordt geacht.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 30 september 2004 ongegrond verklaard.

Appellante heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Zij heeft - kort samengevat - aangevoerd dat haar huidige elektrische rolstoel van het type Booster Puma niet geschikt voor haar is, omdat deze in een slechte technische staat verkeert en niet stabiel is. Bovendien dient haar rolstoel ter vervanging van de werk/trippelstoel. De hoog-laagverstelling van de douchestoel is volgens appellante nodig omdat niet alleen zijzelf, maar ook haar echtgenoot, die een andere lichaamslengte heeft, gebruik maakt van deze douchestoel, terwijl het ook beter is voor zijn rug als hij haar helpt bij het douchen. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft appellante medische gegevens, afkomstig van haar huisarts en van specialisten bij wie zij in behandeling is of is geweest, ingezonden.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

De rechtbank heeft - kort samengevat - geoordeeld dat de Vela Mobile in medisch ergonomisch opzicht geen adequate rolstoel voor appellante is, dat de Booster Puma onder de gegeven omstandigheden als de meest adequate rolstoel kan worden aangemerkt en dat de door het College toegekende vergoeding voor de aanschaf van een standaard verrijdbare douche/toiletstoel een adequate voorziening is. Dit oordeel wordt op de door de rechtbank vermelde gronden door de Raad onderschreven. De Raad voegt daar nog het volgende aan toe.

De grief dat de Booster Puma onvoldoende stabiliteit heeft en in een slechte technische staat verkeerde treft geen doel. Blijkens het rapport van de RDG van 2 oktober 2003 is de Booster Puma in principe geschikt voor gebruik binnen- en buitenshuis en is de stabiliteit voldoende, waarbij de kanttekening is geplaatst dat het rijgedrag van appellante van invloed is op de stabiliteit. Verweerder heeft aangegeven dat de Booster Puma in het algemeen is onderworpen aan een productiecontrole keuring volgens de eisen die zijn gesteld in het “KBOH-TNO-keuringsvoorschrift R-05” voor fysiek en elektrisch voortbewogen rolstoelen. Het resultaat van de productiecontrole keuring is: “goed”. De technische staat van de aan appellante verstrekte Booster Puma is volgens het College regelmatig gecontroleerd door de leverancier en waar nodig zijn gebreken hersteld. Nu appellante haar stelling dat de Booster Puma in een slechte technische conditie verkeerde op geen enkele wijze heeft onderbouwd, kunnen hieraan door de Raad geen gevolgen worden verbonden.

In de vele stukken van medische aard die appellante in hoger beroep heeft ingediend, waaronder ook de brief van 27 december 2006 van haar huisarts, waarin deze verklaart dat appellante al vele jaren aan de ziekte MS lijdt, ziet de Raad noch een contra-indicatie voor het gebruik van de Booster Puma, noch een indicatie voor het in hoogte verstelbaar zijn van de douche/toiletstoel. Zowel appellante als haar echtgenoot worden in staat geacht gebruik te maken van een standaard douche/toiletstoel, waarvoor het College bij besluit van 23 december 2003 een bedrag van € 1905,60 heeft toegekend.

Uit het voorgaande volgt dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door G.M.T. Berkel-Kikkert. De beslissing is, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 21 februari 2007.

(get.) G.M.T. Berkel-Kikkert.

(get.) R.L. Rijnen.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. Wvg | Wvg | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x