Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   WW
x
LJN:
x
AT4802
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 06-04-2005
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Vrijstelling van de sollicitatieplicht. De brief van informatieve aard is niet gericht op rechtsgevolg.
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 04/6128 WW




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

[appellante], wonende te [woonplaats], appellante,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Appellante heeft op bij beroepschrift aangegeven gronden hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Breda op 6 oktober 2004 tussen partijen gewezen uitspraak, reg.nr. 04/548 WW, waarnaar hierbij wordt verwezen.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is behandeld ter zitting van 23 februari 2005, waar appellante niet is verschenen en waar gedaagde zich heeft doen vertegenwoordigen door mr. C. Hamerling, werkzaam bij het Uwv.




II. MOTIVERING


Het in dit geding aan de orde zijnde geschil wordt beoordeeld aan de hand van de Werkloosheidswet (WW) en de daarop berustende bepalingen, zoals die luidden ten tijde als hier van belang.

Bij zijn oordeelsvorming gaat de Raad uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Appellante heeft laatstelijk gewerkt voor de Stichting Maatwerk te Tilburg in de functie van financieel administratief medewerker. Vanwege het faillissement van de werkgever is appellantes dienstbetrekking door de curator met ingang van 31 januari 2003 beŽindigd. Met ingang van 5 februari 2003 heeft gedaagde aan appellante een WW-uitkering toegekend.

Bij (ongedateerde) brief van december 2003 heeft gedaagde aan appellante mededeling gedaan van het van kracht worden van de Regeling vrijstelling verplichtingen WW (hierna: de Regeling), opgesteld door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid die per 1 januari 2004 in werking zou treden. Als gevolg hiervan is de vrijstelling van de sollicitatieplicht voor werknemers van 57,5 jaar en ouder ingetrokken. De Regeling is niet van toepassing op werknemers die op de datum van inwerkingtreden reeds gedurende ťťn jaar of langer werkloos waren.

In reactie op bovengenoemde brief heeft appellante op 28 december 2003 een brief aan gedaagde gestuurd, waarin zij stelt het niet eens te zijn met het op haar van toepassing worden van de Regeling. Appellante meent dat zij in december 2002 werkloos is geworden omdat de vordering op haar werkgever, bestaande uit loon over de opzegtermijn - december 2002 en januari 2003 - door gedaagde in het kader van Hoofdstuk IV van de WW is overgenomen. Appellante heeft dit standpunt herhaald bij brief van 15 januari 2004 onder vermelding van "bezwaarschrift".

Bij besluit van 5 maart 2004, het bestreden besluit, heeft gedaagde aangegeven dat de brief van december 2003 geen besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is om reden dat hij niet gericht was op rechtsgevolg, doch slechts van informatieve aard was. Het bezwaar van appellante is derhalve door gedaagde niet-ontvankelijk verklaard.

De rechtbank heeft dit standpunt onderschreven en het door appellante hiertegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

In hoger beroep heeft appellante haar standpunt, zoals hierboven vermeld, herhaald.

Het gaat in dit geding om de beantwoording van de vraag of het bestreden besluit in rechte stand kan houden.

Evenals de rechtbank beantwoordt de Raad die vraag bevestigend en overweegt daartoe het volgende.

De Raad is van oordeel dat het schrijven van gedaagde van december 2003 een schriftelijke mededeling van informatieve aard betreft, niet op enig rechtsgevolg gericht. Deze brief geeft slechts in het algemeen aan dat werkloze werknemers van 57,5 jaar en ouder actief op zoek moeten naar werk. Tevens werd daarbij aangegeven welke rol het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en het Centrum voor Werk en Inkomen daarbij konden spelen.

Gezien het bovenstaande komt de Raad aan de beoordeling van het standpunt van appellante dat zij is ontslagen van de plicht om te solliciteren niet toe.

De aangevallen uitspraak komt derhalve voor bevestiging in aanmerking.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gewezen door mr. H.G. Rottier, in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 6 april 2005.

(get.) H.G. Rottier.

(get.) P. Boer.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. WW | WW | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x