Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   WW
x
LJN:
x
AT4905
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 20-04-2005
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Benadelingshandeling. Ter zitting wordt naar voren gebracht dat het primaire besluit wordt herroepen en het bestreden besluit niet wordt gehandhaafd.
 
 
 

 

 
Uitspraak 04/776 WW




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Namens appellant is op daartoe bij aanvullend beroepschrift aangevoerde gronden hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 29 december 2003, nr. Awb 03/490 WW, waarnaar hierbij wordt verwezen.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is behandeld ter zitting van 9 maart 2005. Appellant is niet verschenen. Gedaagde heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Th. Martens, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.




II. MOTIVERING


1. Voor een uitgebreidere weergave van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat met het volgende.

2. Bij besluit van 14 januari 2003 heeft gedaagde appellant het recht op WW-uitkering ontzegd over de periode van 1 januari 2003 tot 3 februari 2003, onder toepassing van artikel 16, derde lid, van de WW. Dit besluit is, na gemaakt bezwaar, bij het bestreden besluit van 1 april 2003 gehandhaafd, onder de overweging dat appellant een benadelingshandeling heeft gepleegd.

3. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

4. Ter zitting van de Raad heeft gedaagde naar voren gebracht dat het bestreden besluit niet wordt gehandhaafd en dat het besluit van 14 januari 2003 wordt herroepen. Gedaagde is nader van oordeel dat appellant met ingang van 1 januari 2003 in aanmerking dient te worden gebracht voor een uitkering ingevolge de WW en zal daartoe een besluit nemen.

5. Gelet op hetgeen gedaagde dienaangaande heeft aangevoerd is de Raad van oordeel dat het bestreden besluit niet in rechte stand kan houden, zodat dit besluit voor vernietiging in aanmerking komt, evenals de aangevallen uitspraak waarbij dit besluit in stand is gelaten.

6. De Raad ziet aanleiding gedaagde te veroordelen in de proceskosten van appellant in eerste aanleg tot een bedrag van 644,-- aan kosten van rechtsbijstand en in hoger beroep tot een bedrag van 322,--, eveneens aan kosten van rechtsbijstand.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Verklaart het beroep tegen het bestreden besluit gegrond;
Vernietigt het bestreden besluit;
Draagt gedaagde op opnieuw op het bezwaar te beslissen;
Veroordeelt gedaagde in de proceskosten van appellant tot een bedrag van in totaal 966,--, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen het in beide instanties betaalde griffierecht van in totaal 118,-- aan appellant vergoedt.

Aldus gegeven door mr. T. Hoogenboom als voorzitter en mr. H. Bolt en mr. B.M. van Dun als leden, in tegenwoordigheid van L. Karssenberg als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 20 april 2005.

(get.) T. Hoogenboom.

(get.) L. Karssenberg.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. WW | WW | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x