Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   WW
x
LJN:
x
AT5199
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 06-04-2005
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Termijnoverschrijding indiening beroepschrift.
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 04/5710 WW




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Namens appellant is mr. M.C. Houwing, advocaat te Rotterdam, op bij beroepschrift aangevoerde gronden in hoger beroep gekomen van een door de rechtbank Rotterdam op 14 september 2004, nr. WW 03/1924 LAME, tussen partijen gewezen uitspraak, waarnaar hierbij wordt verwezen.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad van 23 februari 2005 waar partijen - met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.




II. MOTIVERING


Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat dit niet tijdig is ingediend, terwijl niet is gebleken van enige omstandigheid waardoor redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant in verzuim is geweest.

De Raad staat thans voor de beantwoording van de vraag of het bij de rechtbank ingediende beroep bij de aangevallen uitspraak terecht niet-ontvankelijk is verklaard.
De Raad beantwoordt deze vraag bevestigend en overweegt daartoe het volgende.

Het bestreden besluit is op 14 mei 2003 aan appellant verzonden, zodat de termijn van zes weken voor het indienen van een beroepschrift begint te lopen op 15 mei 2003 en eindigt op 25 juni 2003. Het beroepschrift, gedateerd 26 juni 2003, is op 26 juni 2003 per fax bij de rechtbank Rotterdam, Sector Bestuursrecht binnengekomen en is derhalve niet tijdig ingediend.

Ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat hij wel degelijk tijdig bezwaar heeft aangetekend en dat zijn beroepschrift op de laatste dag van de termijn bij de rechtbank is binnengekomen.

De Raad heeft echter in de gedingstukken geen enkele aanwijzing kunnen vinden - en overigens is daartoe in hoger beroep geen nader bewijsstuk overgelegd - dat eerder dan op 26 juni 2003 een beroepschrift (tijdig) zou zijn ingediend.

Tot slot merkt de Raad nog het volgende op.

Uit de gedingstukken is niet gebleken dat de rechtbank tegenover appellant de vraag heeft opgeworpen of het bij de rechtbank ingediende beroepschrift wel ontvankelijk kon worden geacht.
De Raad acht het in strijd met een behoorlijke procesorde om appellant in de uitspraak rauwelijks met een niet-ontvankelijkverklaring te confronteren zonder dat appellant hierover zijn zienswijze naar voren heeft kunnen brengen en zonder dat appellant in de gelegenheid is gesteld om zijn argumenten met betrekking tot een eventuele verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding te uiten. Echter gelet op hetgeen appellant in hoger beroep met betrekking tot de termijnoverschrijding alsnog naar voren heeft gebracht en gelet op de omstandigheid dat appellant niet om terugwijzing heeft verzocht, ziet de Raad geen aanleiding om de zaak terug te wijzen naar de rechtbank.

Gelet op het voorgaande komt de aangevallen uitspraak dan ook voor bevestiging in aanmerking.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gegeven door mr. H.G. Rottier in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier en uitgesproken in het openbaar op 6 april 2005.

(get.) H.G. Rottier.

(get.) P. Boer.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. WW | WW | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x