Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   WW
x
LJN:
x
AU2353
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 24-08-2005
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Korting op de WW-uitkering met 20% gedurende zestien weken omdat betrokkene onvoldoende sollicitatieactiviteiten heeft verricht.
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 04/2261 WW




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Appellant heeft op bij beroepschrift aangegeven gronden hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Maastricht op 7 april 2004 tussen partijen gewezen uitspraak, reg.nr. AWB 03/1569 WW, waarnaar hierbij wordt verwezen.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is behandeld ter zitting van 13 juli 2005, waar appellant in persoon is verschenen en waar gedaagde zich heeft doen vertegenwoordigen door mr. P.H.H.J. Krijnen, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.




II. MOTIVERING


Het in dit geding aan de orde zijnde geschil wordt beoordeeld aan de hand van de Werkloosheidswet (WW) en de daarop berustende bepalingen, zoals die luidden ten tijde als hier van belang.

Bij zijn oordeelvorming gaat de Raad uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Bij besluit van 21 augustus 2003 heeft gedaagde aan appellant meegedeeld dat uit de gegevens van het werkbriefje over de periode van 16 juni 2003 tot en met 13 juli 2003 is gebleken dat hij onvoldoende sollicitatieactiviteiten heeft verricht en dat om die reden zijn uitkering ingevolge de WW met ingang van 14 juli 2003 wordt gekort met 20% gedurende 16 weken.

Appellant heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.

Bij het thans bestreden besluit van 23 oktober 2003 heeft gedaagde de bezwaren van appellant ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft het door appellant tegen het bestreden besluit ingestelde beroep ongegrond verklaard. Hiertoe heeft de rechtbank - samengevat - overwogen dat appellant gehouden was te voldoen aan de sollicitatieplicht zoals verwoord in het Besluit sollicitatieplicht werknemers WW, hetgeen betekent dat appellant gehouden is om minimaal één sollicitatie per week te verrichten. Nu vaststaat dat appellant in week 27 niet heeft gesolliciteerd, oordeelt de rechtbank dat gedaagde zich met recht op het standpunt heeft gesteld dat appellant in bedoelde periode in onvoldoende mate heeft getracht passende arbeid te verkrijgen. Tevens is de rechtbank niet gebleken van verminderde verwijtbaarheid of de aanwezigheid van dringende redenen.

In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij, om weer aan het arbeidsproces te kunnen deel nemen, alle ter beschikking staande middelen ter hand heeft genomen, te weten CWI, kranten, benadering persoonlijke zakenrelaties, inschrijving bij diverse bureaus en internet, maar dat dit in week 27 niet heeft geleid tot het vinden van een passende vacature, waarop hij kon reageren. In week 27 heeft hij dus wel sollicitatieactiviteiten ontplooid en zich niet aan zijn sollicitatieplicht onttrokken.

De Raad overweegt als volgt.

De vraag of de aangevallen uitspraak, waarbij het bestreden besluit in stand is gelaten, in rechte stand kan houden beantwoordt de Raad bevestigend. De Raad kan zich verenigen met de in de aangevallen uitspraak vervatte overwegingen van de rechtbank. Ook de Raad is van oordeel dat appellant gehouden was te voldoen aan de sollicitatieplicht zoals verwoord in het Besluit sollicitatieplicht werknemers WW. Appellant diende derhalve minimaal één concrete sollicitatie per week te verrichten. Ter zitting van de Raad heeft appellant wederom aangegeven in week 27 geen sollicitatie te hebben verricht, omdat hij geen passende vacature kon vinden, waarbij appellant tevens heeft aangegeven dat hij, in de verwachting dat de periode van werkloosheid van korte duur zou zijn, misschien te kieskeurig is geweest. De Raad kan, evenals de rechtbank, niet anders dan vaststellen dat appellant in week 27 geen concrete sollicitatie heeft verricht als bedoeld in het Besluit sollicitatieplicht werknemers WW. De Raad kan appellant voorts niet volgen in zijn betoog dat hij, gelet op zijn inspanningen in de desbetreffende week, toch aan de op hem rustende verplichting heeft voldaan, en hij is dan ook met de rechtbank van oordeel dat gedaagde terecht een korting van 20% gedurende 16 weken aan appellant heeft opgelegd.
Hetgeen overigens door appellant is aangevoerd kan de Raad niet tot een ander oordeel leiden.

Uit het vorenstaande vloeit voort dat het hoger beroep niet kan slagen, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gewezen door mr. H. Bolt, in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 24 augustus 2005.

(get.) H. Bolt.

(get.) P. Boer.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. WW | WW | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x