Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   WW
x
LJN:
x
AV2428
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 01-02-2006
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Het nieuwe besluit komt geheel tegemoet aan het beroep, zodat het hoger beroep niet-ontvankelijk is. Proceskostenveroordeling.
 
 
 

 

 
Uitspraak 04/2687 WW en 05/7041 WW




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

[appellante], wonende te [woonplaats], appellante,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Namens appellante is op de daartoe bij beroepschrift aangevoerde gronden hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank s-Gravenhage van 25 maart 2004, nr. AWB 03/4203 WW, waarnaar hierbij wordt verwezen.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

Desgevraagd heeft gedaagde stukken in het geding gebracht.

Het geding is behandeld ter zitting van een enkelvoudige kamer van de Raad op 3 augustus 2005. Appellante is daarbij in persoon verschenen, met bijstand van mr. F.A.K.J. de Roock, werkzaam bij DAS rechtsbijstand. Gedaagde heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. de Graaff, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

Na de behandeling ter zitting is het onderzoek heropend en is de zaak verwezen naar een meervoudige kamer van de Raad.

De Raad heeft partijen schriftelijk vragen gesteld en heeft hen in de gelegenheid gesteld stukken in het geding te brengen.

Gedaagde heeft een besluit van 8 december 2005 ingezonden.

Het geding is aan de orde gesteld ter zitting van 21 december 2005. Partijen zijn daar, met voorafgaand bericht, niet verschenen.




II. MOTIVERING


Bij besluit van 8 december 2005 heeft gedaagde opnieuw op het bezwaar van appellante beslist. Dit besluit komt geheel tegemoet aan het beroep van appellante. Tussen partijen bestaat, gezien de inhoud van dat besluit en hetgeen overigens is aangevoerd, geen geschil meer. Derhalve heeft appellante geen belang meer bij een oordeel van de Raad over de aangevallen uitspraak. Het hoger beroep zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard.

De Raad ziet aanleiding om met toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht gedaagde te veroordelen in de proceskosten van appellante, welke in eerste aanleg 322,-- bedragen aan kosten van rechtsbijstand en in hoger beroep 644,--, eveneens aan kosten van rechtsbijstand.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
Veroordeelt gedaagde in de proceskosten van appellante tot een bedrag van in totaal 966,--, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen het door appellante in eerste aanleg en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal 133,-- vergoedt.

Aldus gegeven door mr. T. Hoogenboom als voorzitter en mr. H.G. Rottier en mr. J. Riphagen als leden, in tegenwoordigheid van M. Renden als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 1 februari 2006.

(get.) T. Hoogenboom.

(get.) M. Renden.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. WW | WW | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x