Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   WW
x
LJN:
x
AV3036
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 22-02-2006
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Kosten van outplacement. Toekenning per abuis van de WW-uitkering. Terugvordering van onverschuldigd betaalde WW-uitkering. Renteschade.
 
 
 

 

 
Uitspraak 04/6923 WW en 04/7204 WW




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Namens appellant heeft mr. M. Degelink, werkzaam bij DAS Rechtsbijstand, op bij het beroepschrift aangevoerde gronden hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank ’s-Gravenhage, reg.nrs. 04/861 WW en 04/1971 WW, op 3 november 2004 tussen partijen gewezen uitspraak, waarnaar hierbij wordt verwezen.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is behandeld ter zitting van 11 januari 2006, waar appellant met bericht niet is verschenen en waar gedaagde, vanwege de Raad opgeroepen om te verschijnen, zich heeft laten vertegenwoordigen door mr. R.A. Sowka, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.




II. MOTIVERING


1.1. Naar aanleiding van de aanvraag van appellant om een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW) ingaande 1 september 2003 heeft gedaagde appellant op 25 september 2003 ervan in kennis gesteld dat hij tot 1 november 2003 geen recht op die uitkering heeft. Het bezwaar tegen dat besluit is bij besluit van 17 december 2003 (bestreden besluit 1.) ongegrond verklaard. Gedaagde heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat de door de werkgever van appellant betaalde kosten van outplacement zijn aan te merken als inkomsten in verband met de beëindiging van de dienstbetrekking als bedoeld in artikel 16, derde lid, van de WW. Bij besluit van 10 november 2003 is appellant WW-uitkering toegekend met ingang van 3 november 2003.

1.2. Bij besluit van 3 december 2003 heeft gedaagde appellant alsnog ingaande 1 september 2003 een WW-uitkering toegekend. In dat kader heeft hij opdracht gegeven hetgeen met terugwerkende kracht over de periode 1 september 2003 tot 3 november 2003 aan appellant toekwam als een bedrag ineens alsnog aan appellant te betalen. Omdat die toekenning volgens gedaagde per abuis had plaatsgehad, heeft hij appellant bij besluit van 24 december 2003 ervan in kennis gesteld dat hij geen recht heeft op uitkering per 1 september 2003 (maar eerst per 3 november 2003). Bij besluit van 23 januari 2004 heeft gedaagde het bedrag van € 4.133,70 als onverschuldigd betaald van appellant teruggevorderd. De tegen de besluiten van 24 december 2003 en 23 januari 2004 ingediende bezwaren zijn bij besluit van 26 maart 2004 (het bestreden besluit 2.) ongegrond verklaard.

2.1. Blijkens het verhandelde ter zitting van de Raad handhaaft gedaagde, gelet op ’s Raads uitspraak van 22 september 2004, LJN AR3131, USZ 2004/338, het in het bestreden besluit 1. neergelegde standpunt met betrekking tot de kosten van outplacement niet langer. Dat betekent dat dat besluit voor vernietiging in aanmerking komt. Dat geldt ook voor het bestreden besluit 2. waaraan eveneens dat verlaten standpunt ten grondslag ligt. Ook de aangevallen uitspraak waarbij het besluit van 17 december 2003 weliswaar is vernietigd, maar de rechtsgevolgen ervan in stand zijn gelaten, komt voor vernietiging in aanmerking.

2.2. In het gegeven dat gedaagde bij het -door hem herroepen- besluit van 3 december 2003 aan appellant ingaande 1 september 2003 WW-uitkering heeft toegekend, ziet de Raad aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht te bepalen dat appellant ingaande 1 september 2003 recht heeft op een WW-uitkering.

2.3. Appellant heeft verzocht gedaagde te veroordelen tot vergoeding van renteschade. De Raad acht dat verzoek toewijsbaar als volgt. Over de aan appellant per 1 september 2003 toekomende uitkering is gedaagde wettelijke rente verschuldigd waarvan, gelet op artikel 30 van de WW en de vaste rechtspraak van de Raad, de ingangsdatum, uitgaande van de datum van het primaire besluit van 25 september 2003, dient te worden gesteld op 1 november 2003. Die rente is gedaagde verschuldigd tot het tijdstip waarop hij in december 2003 tot betaling is overgegaan. Uit de gedingstukken blijkt niet dat appellant het van hem teruggevorderde bedrag heeft terugbetaald. Indien appellant daartoe wel is overgegaan, is gedaagde wettelijke rente verschuldigd over het ten onrechte terugbetaalde bedrag vanaf het moment waarop dat bedrag van appellants rekening is afgeschreven.

2.4. De Raad acht termen aanwezig gedaagde te veroordelen in de aan de zijde van appellant gemaakte proceskosten in bezwaar, beroep en hoger beroep, begroot op totaal € 966,-- wegens verleende rechtsbijstand.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Verklaart het beroep tegen de bestreden besluiten 1. en 2. gegrond en vernietigt deze besluiten;
Bepaalt dat appellant ingaande 1 september 2003 recht heeft op een WW-uitkering;
Veroordeelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot vergoeding aan appellant van de renteschade als onder 2.3. is aangegeven;
Veroordeelt gedaagde in de kosten van appellant ten bedrage van € 966,--, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen het betaalde griffierecht in beroep en hoger beroep van € 164,-- (2 x € 31,-- en € 102,--) aan appellant vergoedt.

Aldus gegeven door mr. M.A. Hoogeveen als voorzitter en mr. H. Bolt en mr. J. Riphagen als leden, in tegenwoordigheid van J.P. Grauss als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 22 februari 2006.

(get.) M.A. Hoogeveen.

(get.) J.P. Grauss.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. WW | WW | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x