Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   WW
x
LJN:
x
AX3054
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 08-05-2006
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid. Gedrag.
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 05/4315 WW




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 7 juni 2005, 04/1637 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 8 mei 2006.




I. PROCESVERLOOP


Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 maart 2006. Appellant is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. E.B. Knollema, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.




II. OVERWEGINGEN


1. De Raad stelt voorop dat het in dit geding aan de orde zijnde geschil wordt beoordeeld aan de hand van de Werkloosheidswet (WW) en de daarop berustende bepalingen, zoals die luidden ten tijde als hier van belang.

2.1. Aan de gedingstukken ontleent de Raad de volgende feiten en omstandigheden die door partijen niet worden betwist en ook voor de Raad het uitgangspunt vormen bij zijn oordeelsvorming.

2.2. Appellant is van 2 mei 2003 tot 1 november 2003 in tijdelijke dienst getreden van Actomat B.V. (hierna: de werkgever) in de functie van food service assistant, tewerkgesteld bij BP station te Utrecht Lunetten. Aansluitend is de arbeidsovereenkomst verlengd tot 30 april 2004. Medio november 2003 is aan appellant medegedeeld dat zijn functie met ingang van 1 januari 2004 komt te vervallen. Appellant kon bij de werkgever in dienst blijven in de functie van service medewerker, welke mogelijkheid door hem is aangenomen.
Op 27 november 2003 heeft de werkgever appellant schriftelijk gewaarschuwd wegens regelmatig te laat op het werk verschijnen.
Per 1 januari 2004 is appellant gaan werken in de functie van service medewerker.
Bij ongedateerde brief, waarin onder andere staat vermeld dat appellant op 5 februari 2004 is aangesproken op de werk- en aanvangstijden, is appellant wederom officieel gewaarschuwd wegens verschillende malen te laat op het werk verschijnen en is hij erop gewezen dat in de toekomst opnieuw te laat komen consequenties voor het dienstverband kan hebben. Op 26 februari 2004 is appellant, nadat hij te laat op het werk was verschenen, ontslag op staande voet aangezegd, bevestigd bij brief van dezelfde datum.

2.3. Bij besluit van 18 maart 2004 heeft het Uwv, naar aanleiding van de aanvraag van appellant om uitkering ingevolge de WW, appellant medegedeeld dat de gevraagde uitkering blijvend geheel wordt geweigerd op de grond dat sprake is verwijtbare werkloosheid. Omdat appellant, ondanks verschillende waarschuwingen door de werkgever, herhaaldelijk te laat op het werk is verschenen, heeft hij zich zodanig gedragen dat hij kon weten of behoorde te weten dat dit gedrag tot beŽindiging van de dienstbetrekking zou kunnen leiden. Daarmee is appellant de verplichting hem op grond van artikel 24, tweede lid, aanhef en onder a, in verbinding met artikel 24, tweede lid, onder a, van de WW opgelegd, niet nagekomen. Bij besluit op bezwaar van 8 juni 2004 heeft het Uwv dit standpunt gehandhaafd.

3. De rechtbank heeft het door appellant tegen dit laatste besluit ingestelde beroep bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard.

4. Appellant kan zich hiermee niet verenigen. Appellant stelt dat door het vervallen van zijn oorspronkelijke functie van food service assistant bij de werkgever en het in zijn ogen door de werkgever gevestigde slechte werkklimaat -men trachtte hem weg te pesten- de verantwoordelijkheid voor het te laat komen niet alleen bij hem kan worden gelegd.

5. De Raad overweegt hieromtrent als volgt.

5.1. Vast staat, door appellant niet weersproken, dat appellant voorafgaand aan de eerste waarschuwing van 27 november 2003, daarna en ook na de tweede waarschuwing van februari 2004 herhaaldelijk te laat op het werk is verschenen. Uiteindelijk is dit op 26 februari 2004 opnieuw gebeurd met ontslag op staande voet tot gevolg.

5.2. De stelling in hoger beroep van appellant, dat naar zijn mening een deel van de verantwoordelijkheid voor zijn te laat komen bij de werkgever ligt en hij om die reden niet verwijtbaar werkloos kan worden geacht door het Uwv, bevat, in vergelijking met het beroep in eerste aanleg, geen wezenlijk nieuwe gezichtspunten. Die stelling is naar het oordeel van de Raad door de rechtbank op goede gronden verworpen. De Raad stelt zich achter de overwegingen van de aangevallen uitspraak en voegt daar nog aan toe dat de Raad aan het standpunt van appellant in het kader van de toepassing van de WW niet de betekenis kan toekennen die appellant daaraan gehecht wil zien.

5.3. In hetgeen door appellant in hoger beroep is aangevoerd heeft de Raad geen aanknopingspunten gevonden op grond waarvan zou moeten worden aangenomen dat bij appellant sprake is van een verminderde mate van verwijtbaarheid, zodat het Uwv de uitkering terecht blijvend geheel heeft geweigerd.

5.4. Uit het hiervoor overwogene vloeit voort dat het hoger beroep niet kan slagen, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

6. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door H. Bolt. De beslissing is, in tegenwoordigheid van S.A.M. Schoenmaker-Zehenpfenning als griffier, uitgesproken in het openbaar op 8 mei 2006.

(get.) H. Bolt.

(get.) S.A.M. Schoenmaker-Zehenpfenning.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. WW | WW | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x