Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   WW
x
LJN:
x
AY6858
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 09-08-2006
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Weigering WW-uitkering. Het bezwaar is gegrond verklaard. Heeft het UWV terecht de gevraagde vergoeding van kosten in bezwaar afgewezen?
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 05/6103 WW




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 6 september 2005, 05/1151 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 9 augustus 2006.




I. PROCESVERLOOP


Namens appellante heeft mr. B.J.M. de Leest, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 juni 2006. Appellante is verschenen bij gemachtigde mr. De Leest. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.E.M. Kuppens, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.




II. OVERWEGINGEN


1. Bij het bestreden besluit van 1 april 2005 heeft het Uwv de bezwaren van appellante tegen het besluit van 20 december 2004, inhoudende een weigering appellante een uitkering op grond van de Werkloosheidswet toe te kennen, gegrond verklaard. Bij het bestreden besluit heeft het Uwv appellante tevens medegedeeld dat nu het bezwaarschrift d.d. 15 januari 2005 door appellante zelf is ingediend en voldoet aan de minimumeisen die de Algemene wet bestuursrecht (Awb) stelt aan de indiening van een bezwaarschrift, appellante geen aanspraak kan maken op vergoeding voor gemaakte kosten ter zake van de handeling van het indienen van het bezwaarschrift.
Naar de mening van het Uwv doet de omstandigheid dat de gemachtigde van appellante op 21 maart 2005 een aanvullend bezwaarschrift heeft ingediend hier niet aan af omdat het indienen van een aanvullend bezwaarschrift in de bijlage van het Besluit Proceskosten niet opgenomen is als een handeling waarvoor vergoeding mogelijk is.

2. Het tegen het bestreden besluit ingestelde beroep bij de rechtbank heeft zich toegespitst op de vraag of het Uwv terecht de door appellante gevraagde vergoeding van kosten in bezwaar heeft afgewezen.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank deze vraag bevestigend beantwoord en het beroep van appellante gemotiveerd ongegrond verklaard.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en maakt de overwegingen die haar tot dat oordeel hebben geleid, tot de zijne. Hetgeen in hoger beroep namens appellante is aangevoerd, kan de Raad niet tot een ander oordeel brengen.

Het hiervoor overwogene leidt tot de conclusie dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

Voor een proceskostenveroordeling op grond van artikel 8:75 van de Awb acht de Raad geen termen aanwezig.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door H. Bolt. De beslissing is, in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier, uitgesproken in het openbaar op 9 augustus 2006.

(get.) H. Bolt.

(get.) P. Boer.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. WW | WW | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x