Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   Wwb
x
LJN:
x
AV8561
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 23-03-2006
Soort procedure: verzet
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Het verzet is ongegrond omdat het griffierecht voor het hoger beroep niet tijdig is betaald.
 
 
 

 

 
Uitspraak 05/5724 WWB




U I T S P R A A K




met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:

[opposant], wonende te [woonplaats], opposant,

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Valkenswaard, geopposeerde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Bij uitspraak van de Raad van 17 januari 2006 is het door opposant ingestelde hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank s-Hertogenbosch van 8 september 2005, reg.nr. 05/338 NABW, niet ontvankelijk verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft opposant een verzetschrift ingediend.

Partijen zijn in de gelegenheid gesteld te worden gehoord ter zitting van 21 maart 2006, waar partijen - zoals tevoren bericht - niet zijn verschenen.




II. MOTIVERING


De uitspraak van de Raad van 17 januari 2006 steunt kort samengevat hierop, dat het bij het instellen van het hoger beroep ingevolge artikel 22 van de Beroepswet verschuldigde griffierecht van 103,-- niet binnen de door de laatstelijk aangetekend verzonden brief van 4 oktober 2005 gestelde termijn van vier weken is betaald en dat op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat opposant niet in verzuim is geweest.

In geding is de vraag of het hoger beroep van opposant terecht niet-ontvankelijk is verklaard.

De Raad ziet geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen dan in zijn eerder genoemde uitspraak is gegeven.

In aansluiting op hetgeen in die uitspraak is overwogen, merkt de Raad op dat hij ook in het verzetschrift geen aanknopingspunten heeft gevonden welke kunnen leiden tot de conclusie dat opposant het verzuim niet kan worden tegengeworpen.

Daarbij tekent de Raad aan dat niet is gebleken dat opposant van de mogelijkheid tot het aanvragen van bijzondere bijstand voor de kosten van het griffierecht van het onderhavige hoger beroep gebruik heeft gemaakt.

Gelet op het vorenstaande bestaat er aanleiding het verzet met toepassing van artikel 8:55, vijfde lid, aanhef en onder b, van de Awb ongegrond te verklaren.

De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Aldus gewezen door mr. G.A.J. van den Hurk, in tegenwoordigheid van mr. P.E. Broekman als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 23 maart 2006.

(get.) G.A.J. van den Hurk.

(get.) P.E. Broekman.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. Wwb | Wwb | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x