Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   Wwb
x
LJN:
x
AX8782
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 31-05-2006
Soort procedure: verzet
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Het griffierecht is niet binnen de daarvoor de gestelde termijn voldaan. Het verzet is ongegrond.
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 05/6746 WWB




U I T S P R A A K




als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

M.T. van der Meijs, wonende te s-Gravenhage (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank s-Gravenhage van 8 februari 2005, 03/5406 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente s-Gravenhage (hierna: College).

Datum uitspraak: 31 mei 2006.




I. PROCESVERLOOP


Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 21 maart 2006 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 21 maart 2006 heeft appellant verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 17 mei 2006, waar appellant - met voorafgaand bericht - en het College niet zijn verschenen.




II. OVERWEGINGEN


De uitspraak van de Raad van 21 maart 2006 berust hierop, dat het voor het instellen van het hoger beroep verschuldigde griffierecht van 103,-- niet binnen de daarvoor - laatstelijk - bij aangetekend verzonden brief van 19 december 2005 gestelde termijn van vier weken is voldaan en dat op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

In verzet heeft appellant aangevoerd dat hij, eerst bij brief van 27 november 2005 en daarna bij brief van 27 december 2005, aan de Raad heeft medegedeeld het griffierecht pas te zullen voldoen nadat de Raad in plaats van het College de - toenmalige - Commissie Sociale Zekerheid van de gemeente s-Gravenhage (hierna: Commissie) als wederpartij in hoger beroep zal hebben aangemerkt.

De Raad stelt vast dat appellant zijn standpunt dat sprake is van een onjuiste partijstelling, in het kader van de (inhoudelijke) behandeling van het hoger beroep aan de orde kan stellen. Er is echter geen ruimte om de (verplichting tot) betaling van het griffierecht afhankelijk te stellen van honorering van dit standpunt.

Voor gegrondverklaring van het verzet is dan ook geen aanleiding.

Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad evenmin aanleiding.

Ten overvloede overweegt de Raad nog dat de rechtbank in de aangevallen uitspraak terecht het College, als rechtsopvolger van de Commissie, als verweerder heeft aangemerkt.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M. Renden als griffier, uitgesproken in het openbaar op 31 mei 2006.

(get.) T.G.M. Simons.

(get.) M. Renden.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. Wwb | Wwb | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x