Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   Wwb
x
LJN:
x
AX9303
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 13-06-2006
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Vernietiging van de uitspraak van de rechtbank vanwege de vermelding van de onjuiste rechter in de uitspraak. Afwijzing van de aanvraag voor bijzondere bijstand voor de kosten van orthodontie.
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 05/3034 WWB




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 14 april 2005, 04/1841 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen (hierna: het College).

Datum uitspraak: 13 juni 2006.




I. PROCESVERLOOP


Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het College heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op 1 mei 2006, waar partijen niet zijn verschenen.




II. OVERWEGINGEN


De Raad overweegt ambtshalve het volgende.

Ingevolge artikel 8:69, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) doet de rechtbank uitspraak op de grondslag van het beroepschrift, de overgelegde stukken, het verhandelde tijdens het vooronderzoek en het onderzoek ter zitting. In artikel 8:77, eerste lid, van de Awb is neergelegd dat de schriftelijke uitspraak de naam van de rechter of de namen van de rechters vermeldt die de zaak heeft onderscheidenlijk hebben behandeld.
Ingevolge artikel 8:77, derde lid, gelezen in samenhang met artikel 8:11, tweede lid, van de Awb wordt de uitspraak ondertekend door degene die zitting heeft in de enkelvoudige kamer en de griffier. Bij verhindering van de rechter of de griffier wordt dit in de uitspraak vermeld.

De aangevallen uitspraak is gedaan en ondertekend door mr. I. Linssen, lid van de enkelvoudige kamer van de rechtbank. Het beroep van appellant is echter ter zitting behandeld, zo blijkt uit het ter zake opgemaakte proces-verbaal van 14 februari 2005 door een andere rechter, mr. J. Barrau.

Gelet op de hiervoor vermelde artikelen van de Awb, in onderlinge samenhang bezien, dient de uitspraak van een enkelvoudige kamer te worden gedaan en ondertekend door de rechter die de behandeling ter zitting heeft geleid, zodat de aangevallen uitspraak in strijd is met de genoemde voorschriften. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Gelet op het feit dat de rechtbank de zaak inhoudelijk heeft behandeld, partijen niet hebben verzocht om terugwijzing van de zaak naar de rechtbank en de Raad daartoe voorts geen aanleiding ziet, zal de Raad de zaak zonder terugwijzing afdoen.

Op 13 februari 2004 heeft appellant zich gewend tot de Afdeling Sociale Zaken en Werk (hierna: SoZaWe) van de gemeente Nijmegen met een aanvraag om bijzondere bijstand in kosten van orthodontie. De kosten hebben betrekking op de partner van appellant, [naam partner].

Bij besluit van 13 mei 2004 is de aanvraag van appellant om bijzondere bijstand afgewezen.

Bij besluit van 29 juli 2004 heeft het College het bezwaar tegen het besluit van 13 mei 2004 ongegrond verklaard.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 29 juli 2004 ongegrond verklaard.

Appellant heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.

De Raad overweegt ten aanzien van de weigering van bijzondere bijstand in de kosten van orthodontie het volgende.

De Ziekenfondswet is voor de kosten van tandheelkundige hulp als een aan de Wwb voorliggende, toereikende en passende voorziening aan te merken. Dit brengt mee dat artikel 15, eerste lid, van de Wwb in beginsel aan de toekenning van bijzondere bijstand in bedoelde kosten in de weg staat.

Het eerste lid van artikel 16 van de Wwb biedt de mogelijkheid om in afwijking van artikel 15, eerste lid, van de Wwb, in bedoelde kosten bijstand te verlenen indien zeer dringende redenen daartoe noodzaken. Blijkens de Memorie van Toelichting dient in een dergelijk geval vast te staan dat sprake is van een acute noodsituatie en dat de behoeftige omstandigheden waarin de belanghebbende verkeert op geen enkele andere wijze zijn te verhelpen, zodat het verlenen van bijstand volstrekt onvermijdelijk is. De verklaringen van de behandelend orthodontist H.E.R. Colsen van 2 februari 2004, 21 juni 2004 en 21 september 2004 en het rapport opgemaakt naar aanleiding van het telefonisch contact met de orthodontist op 13 mei 2004 bieden de Raad onvoldoende aanknopingspunten om te oordelen dat in het geval van appellant sprake is geweest van zeer dringende redenen als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de Wwb. De orthodontist geeft in de brief van 2 februari 2004 aan dat orthodontische behandeling gewenst is. Uit het proces-verbaal van de zitting van 14 februari 2005, waarin is vermeld dat de partner van appellant al vijf jaar klachten heeft, leidt de Raad bovendien af dat er geen sprake is van een acute noodsituatie.

Hetgeen appellant overigens heeft aangevoerd heeft de Raad niet tot een ander oordeel kunnen brengen.

Op basis van het vorenstaande is de Raad van oordeel dat het College niet de bevoegdheid toekwam om appellant bijzondere bijstand toe te kennen voor de hier besproken kosten.

De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Verklaart het beroep tegen het besluit van 29 juli 2004 ongegrond;
Bepaalt dat de gemeente Nijmegen aan appellant het in hoger beroep betaalde griffierecht van 103,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door J.M.A. van der Kolk-Severijns. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M. Pijper als griffier, uitgesproken in het openbaar op 13 juni 2006.

(get.) J.M.A. van der Kolk-Severijns.

(get.) M. Pijper.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. Wwb | Wwb | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x